Sun, 05 Dec 2021 18:31:31 +0100Halász V-János
https://hearthis.at/wjanv72-m7/
en-EN[email protected][email protected]
https://hearthis.at/wjanv72-m7/
Halász V-Jánoshttps://images.hearthis.app/c/r/o/_/uploads/8432042/image_user/w1400_h1400_q70_m1523433209----cropped_1523433205139.jpgnono
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz210207-barts-uurtje-klassiek/
Track 1
Matthäus Passion BWV 244: Choral, "O Haupt voll Blut und Wunden"
Johann Sebastian Bach, Ton Koopman, Boys Choir of Sacraments-Church Breda
Track 2
Matthäus Passion BWV 244: Aria, "Geduld"
Johann Sebastian Bach, Ton Koopman, Boys Choir of Sacraments-Church Breda
Track 3
Dragonders Mars
The Anonymous, Camerata Trajectina
Track 4
Earl of Oxford’s March
William Byrd, Sophie Yates
Track 5
Symphony No. 5 in C Minor, Op. 67: III. Allegro
Ludwig van Beethoven, Concertgebouworkest, Mariss Jansons
Track 6
Symphony No. 5 in C Minor, Op. 67: IV. Allegro
Ludwig van Beethoven, Concertgebouworkest, Mariss Jansons
Track 7
In a Persian Market
Albert Ketèlbeym Ambrosian Opera Chorus, London Promenade Orchestra, Alexander Faris
Track 8
Come, ye sons of art away (Birthday Ode for Queen Mary), Z. 323/5: “Strike the viol”
Henry Purcell, Christina Pluhar, L’Arpeggiata, Raquel Andueza]]>
Track 1
Matthäus Passion BWV 244: Choral, "O Haupt voll Blut und Wunden"
Johann Sebastian Bach, Ton Koopman, Boys Choir of Sacraments-Church Breda
Track 2
Matthäus Passion BWV 244: Aria, "Geduld"
Johann Sebastian Bach, Ton Koopman, Boys Choir of Sacraments-Church Breda
Track 3
Dragonders Mars
The Anonymous, Camerata Trajectina
Track 4
Earl of Oxford’s March
William Byrd, Sophie Yates
Track 5
Symphony No. 5 in C Minor, Op. 67: III. Allegro
Ludwig van Beethoven, Concertgebouworkest, Mariss Jansons
Track 6
Symphony No. 5 in C Minor, Op. 67: IV. Allegro
Ludwig van Beethoven, Concertgebouworkest, Mariss Jansons
Track 7
In a Persian Market
Albert Ketèlbeym Ambrosian Opera Chorus, London Promenade Orchestra, Alexander Faris
Track 8
Come, ye sons of art away (Birthday Ode for Queen Mary), Z. 323/5: “Strike the viol”
Henry Purcell, Christina Pluhar, L’Arpeggiata, Raquel Andueza]]>5562057-2nonoThu, 28 Jan 2021 16:35:02 +010058:19
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz210117-mix-uurtje/
Goede zondagmorgen luisteraars, de kop is eraf! Horn rules. U hoorde zojuist hoornisten Max Hilpert, Tino Bölk, Johannes Winkler en Michael Gühne oftewel: het Leipziger Hornquartett in het eerste deel uit Homillius’ Quartet für vier Waldhörner.
Snel door want er staat wat op stapel dit komend uur! Al eens eerder liet ik u muziek horen van de Nederlandse componist Johan Wagenaar. Zodirect hoort u Sinfonietta. Muziek die hij als dank voor zijn eredoctoraat aan de universiteit van Utrecht componeerde. Johan lijkt zich gebaseerd te hebben op achttiende eeuwse voorbeelden. Als thema voor het laatste deel werd een studentenmars uit Harderwijk uit de eerste helft van de achttiende eeuw gebruikt. Sinfonietta is een elegant werk met een mooi langzaam tweede deel, waaruit blijkt dat Johan ook prima adagio’s kon componeren.
U hoort het Radio Symphonie Orkest onder leiding van Eri Klas in Sinfonietta van Johan Wagenaar.
Track 02 – Sinfonietta - Johan Wagenaar
Laatst hoorde ik trompettist Miroslav Petkov het Konzert van Neruda spelen. Nee… niet op trompet zoals we dat wel vaker horen, maar op Corno da caccia, een jachthoorn. Het was een live opname, dat is wel te horen, maar wat een pracht geluid!! En wat een muzikaliteit. Ik wil het u niet onthouden luisteraars, geniet van deze Bulgaarse principal trompettist van het Concertgebouw Orkest, Miroslav Petkov! Hij wordt begeleid door het Festivalorkest onder leiding van concertmeester Daniel Bard.
Track 03 - Johann Baptist Neruda: Konzert für Corno da caccia (Jagdhorn) und Orchester Es-Dur
Ha ja!! Dit is toch genieten!! En het is maar een kleine stap naar de volgende muziek van André Lafosse: Suite Impromptu. Sinds COVID-19 ons in z’n greep heeft, zijn musici op zoek naar mogelijkheden hun publiek te bereiken. Ik moet zeggen: Het Koninklijk Concertgebouw Orkest slaagt daar goed in met de Empty Concertgebouw Sessions. In december jongsleden was het de beurt aan het koperkwintet van het Concergebouw Orkest. U hoort de principal trompettisten Omar Tomasoni en Miroslav Petkov, hoornist Laurens Woudenberg, trombonist Jurgen van Reijen en Perry Hoogendijk op de bastuba in muziek die ze in deze concertreeks hebben uitgevoerd: Suite Impromptu van André Lafosse.
Track 05 - Suite Impromptu – André Lafosse
Het is altijd spijtig wanneer een uur Klassiek op Zondag voorbij is. Ik vind het niet leuk dat er al weer een eind aan komt. Gelukkig is het de muziek die blijft hangen. Laten we daar dan ook maar zo lang mogelijk genieten. Ik wil Bob Voorn bedanken voor de techniek.
Tot slot muziek die ik onlangs eens van iemand toegestuurd kreeg. Soms is het lastig om muziek voor deze uitzending te vinden of heb ik weinig inspiratie. Hoe fijn is het dan dat je gewoon op een goed spoor wordt gezet! En met deze leuke en vrolijke muziek van Carlos Gardel zeg ik maar al te graag: een fijne zondag en tot de volgende keer maar weer :) DAG!!
Track 06 – Por una cabeza – Carlos Gardel (2:28)]]>
Goede zondagmorgen luisteraars, de kop is eraf! Horn rules. U hoorde zojuist hoornisten Max Hilpert, Tino Bölk, Johannes Winkler en Michael Gühne oftewel: het Leipziger Hornquartett in het eerste deel uit Homillius’ Quartet für vier Waldhörner.
Snel door want er staat wat op stapel dit komend uur! Al eens eerder liet ik u muziek horen van de Nederlandse componist Johan Wagenaar. Zodirect hoort u Sinfonietta. Muziek die hij als dank voor zijn eredoctoraat aan de universiteit van Utrecht componeerde. Johan lijkt zich gebaseerd te hebben op achttiende eeuwse voorbeelden. Als thema voor het laatste deel werd een studentenmars uit Harderwijk uit de eerste helft van de achttiende eeuw gebruikt. Sinfonietta is een elegant werk met een mooi langzaam tweede deel, waaruit blijkt dat Johan ook prima adagio’s kon componeren.
U hoort het Radio Symphonie Orkest onder leiding van Eri Klas in Sinfonietta van Johan Wagenaar.
Track 02 – Sinfonietta - Johan Wagenaar
Laatst hoorde ik trompettist Miroslav Petkov het Konzert van Neruda spelen. Nee… niet op trompet zoals we dat wel vaker horen, maar op Corno da caccia, een jachthoorn. Het was een live opname, dat is wel te horen, maar wat een pracht geluid!! En wat een muzikaliteit. Ik wil het u niet onthouden luisteraars, geniet van deze Bulgaarse principal trompettist van het Concertgebouw Orkest, Miroslav Petkov! Hij wordt begeleid door het Festivalorkest onder leiding van concertmeester Daniel Bard.
Track 03 - Johann Baptist Neruda: Konzert für Corno da caccia (Jagdhorn) und Orchester Es-Dur
Ha ja!! Dit is toch genieten!! En het is maar een kleine stap naar de volgende muziek van André Lafosse: Suite Impromptu. Sinds COVID-19 ons in z’n greep heeft, zijn musici op zoek naar mogelijkheden hun publiek te bereiken. Ik moet zeggen: Het Koninklijk Concertgebouw Orkest slaagt daar goed in met de Empty Concertgebouw Sessions. In december jongsleden was het de beurt aan het koperkwintet van het Concergebouw Orkest. U hoort de principal trompettisten Omar Tomasoni en Miroslav Petkov, hoornist Laurens Woudenberg, trombonist Jurgen van Reijen en Perry Hoogendijk op de bastuba in muziek die ze in deze concertreeks hebben uitgevoerd: Suite Impromptu van André Lafosse.
Track 05 - Suite Impromptu – André Lafosse
Het is altijd spijtig wanneer een uur Klassiek op Zondag voorbij is. Ik vind het niet leuk dat er al weer een eind aan komt. Gelukkig is het de muziek die blijft hangen. Laten we daar dan ook maar zo lang mogelijk genieten. Ik wil Bob Voorn bedanken voor de techniek.
Tot slot muziek die ik onlangs eens van iemand toegestuurd kreeg. Soms is het lastig om muziek voor deze uitzending te vinden of heb ik weinig inspiratie. Hoe fijn is het dan dat je gewoon op een goed spoor wordt gezet! En met deze leuke en vrolijke muziek van Carlos Gardel zeg ik maar al te graag: een fijne zondag en tot de volgende keer maar weer :) DAG!!
Track 06 – Por una cabeza – Carlos Gardel (2:28)]]>5510668-2nonoWed, 13 Jan 2021 19:42:33 +010057:12
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz201018-echte-liefde-roest-nooit/
Sonate voor hoorn, trompet en trombone van de franse componist Francis Poulenc. Goede morgen… en dat kan al bijna niet meer anders met deze muziek. Wist u dat luisteraars… dat Poulenc één van de “Les Six” was? Uiteraard was deze naam geïnspireerd op Balakirev’s “The Five”. De leden van deze groep “Les Six” waren allemaal werkzaam in Montparnasse en hun muziek wordt vaak gezien als een reactie tegen de muziekstijl van Richard Wagner alsook de impressionistische muziek van Claude Debussy en Maurice Ravel.
De Sonate voor hoorn, trompet en trombone is sinds het begin goed ontvangen. Bekend is bijvoorbeeld van Charles Koechlin dat hij in een van zijn brieven schreef dat hij veel van Poulenc’s ‘puinhoop’ hield, dat hij het zo goed geschreven vond en dat dat zo essentieel is.
En van Poulenc naar Grieg… watblieft?? Dat is toch heel andere koek! Of niet…
Een suite met de naam “Uit Holbergs tijd, een suite in oude stijl” of beter bekend als de Holbergsuite. De titel ontleent zijn naam aan de viering van de tweehonderdste geboortedag van de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg in 1884. De muziek is geënt op die tijd (oude stijl), min of meer Franse barok… en zo is het bruggetje van Poulenc naar Grieg weer rond.
Oorspronkelijk is deze muziek van Grieg voor piano geschreven al was dat destijds niet zo roemruchtig. Een jaar later bij het verschijnen van de versie voor strijkorkest groeide het uit tot het standaard repertoire van Edvard Grieg. “Fra Holbergs tid” bestaat uit een introductie en vier dansen waarvan de titels ook al verwijzen naar een oude tijd: Präludium, Sarabande, Gavotte, Air en Rigaudon.
Track 02 Grieg, Edvard – Uit Holbergs tijd, een suite in oude stijl
En van de Noorse Scandinaviër Grieg naar een Zweedse Scandinaviër: Kurt Atterberg. En wat ik heel erg graag wil laten horen is zijn Concert voor Hoorn en orkest. Daar is alleen niet zo heel erg veel van bekend behalve de standaard dingetjes: een traditionele driedelige concertvorm en de indeling daarvan: snel-langzaam-snel. Het concert is geschreven voor hoornist Axel Malm, destijds hoornsolist van de voorloper van het Koninklijk Philharmonisch Orkest van Stockholm.
Over de componist is daarentegen veel meer te schrijven. Hij was een geleerd iemand, niet eens alleen op muzikaal gebied. Hij volgde een uitgebreide opleiding aan de Kungliga Tekniska Högskolan in Stockholm en studeerde in 1912 af als ingenieur. Hij ging aan het werk bij Patent- och registreringsverket, werd daar in 1936 afdelingschef en werkte er tot 1968.
Op muzikaal gebied studeerde hij gelijktijdig met zijn opleiding aan de Technische hogeschool aan de Kungliga Musikhögskolan te Stockholm in de compositie- en instrumentatieklas van Andreas Hallen. Als componist was hij vooral autodidact. Hij was actief voor het Koninklijk Dramatheater, Zweedse Vereniging van Componisten, Koninklijke Zweedse Muziek-Academie en hij was bestuurder van de Zweedse zustervereniging van de Buma/Stemra. Verder was hij muziekcriticus voor het dagblad Stockholmstidningen. En omdat hij zich sterk inzette voor vriendschapsbanden met nazi-Duitland was hij in de Tweede Wereldoorlog erg omstreden.
Maar laten we het nu alstublieft even bij muziek houden, want eigenlijk heb ik mijn Thema voor deze uitzending met name bedacht vanwege deze muziek van Kurt Atterberg… Echte Liefde Roest Nooit. Luisteraars, het hoornconcert van Kurt Atterberg.
Track 03 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 1 Allegro pathetico
Track 04 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 2 Adagio
Track 05 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 3 Allegro molto
Echte Liefde Roest Nooit… U hoorde de CBC Vancouver Orchestra onder leiding van dirigent Mario Bernardi en in de hoofdrol hoornist Martin Hackleman.
De Amerikaanse componist Morten Lauridsen is de zoon van Deense immigranten. Hij is hoogleraar compositie aan de University of Southern California. Hij heeft een groot oeuvre aan geestelijke composities. O Magnum Mysterium staat op het repertoire van katholieke koren over de hele wereld. Zijn werk heeft een mystiek karakter en zo dacht ik dat dit een mooi slot kan zijn voor deze uitzending.
Ik wil Bob Voorn bedanken voor de technische ondersteuning en ik wens u een fijne zondag toe! Dankuwel voor het luisteren en graag weer tot de volgende keer!
Track 06 Lauridsen, Morten - O Magnum Mysterium (6:49) 56:29]]>
Sonate voor hoorn, trompet en trombone van de franse componist Francis Poulenc. Goede morgen… en dat kan al bijna niet meer anders met deze muziek. Wist u dat luisteraars… dat Poulenc één van de “Les Six” was? Uiteraard was deze naam geïnspireerd op Balakirev’s “The Five”. De leden van deze groep “Les Six” waren allemaal werkzaam in Montparnasse en hun muziek wordt vaak gezien als een reactie tegen de muziekstijl van Richard Wagner alsook de impressionistische muziek van Claude Debussy en Maurice Ravel.
De Sonate voor hoorn, trompet en trombone is sinds het begin goed ontvangen. Bekend is bijvoorbeeld van Charles Koechlin dat hij in een van zijn brieven schreef dat hij veel van Poulenc’s ‘puinhoop’ hield, dat hij het zo goed geschreven vond en dat dat zo essentieel is.
En van Poulenc naar Grieg… watblieft?? Dat is toch heel andere koek! Of niet…
Een suite met de naam “Uit Holbergs tijd, een suite in oude stijl” of beter bekend als de Holbergsuite. De titel ontleent zijn naam aan de viering van de tweehonderdste geboortedag van de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg in 1884. De muziek is geënt op die tijd (oude stijl), min of meer Franse barok… en zo is het bruggetje van Poulenc naar Grieg weer rond.
Oorspronkelijk is deze muziek van Grieg voor piano geschreven al was dat destijds niet zo roemruchtig. Een jaar later bij het verschijnen van de versie voor strijkorkest groeide het uit tot het standaard repertoire van Edvard Grieg. “Fra Holbergs tid” bestaat uit een introductie en vier dansen waarvan de titels ook al verwijzen naar een oude tijd: Präludium, Sarabande, Gavotte, Air en Rigaudon.
Track 02 Grieg, Edvard – Uit Holbergs tijd, een suite in oude stijl
En van de Noorse Scandinaviër Grieg naar een Zweedse Scandinaviër: Kurt Atterberg. En wat ik heel erg graag wil laten horen is zijn Concert voor Hoorn en orkest. Daar is alleen niet zo heel erg veel van bekend behalve de standaard dingetjes: een traditionele driedelige concertvorm en de indeling daarvan: snel-langzaam-snel. Het concert is geschreven voor hoornist Axel Malm, destijds hoornsolist van de voorloper van het Koninklijk Philharmonisch Orkest van Stockholm.
Over de componist is daarentegen veel meer te schrijven. Hij was een geleerd iemand, niet eens alleen op muzikaal gebied. Hij volgde een uitgebreide opleiding aan de Kungliga Tekniska Högskolan in Stockholm en studeerde in 1912 af als ingenieur. Hij ging aan het werk bij Patent- och registreringsverket, werd daar in 1936 afdelingschef en werkte er tot 1968.
Op muzikaal gebied studeerde hij gelijktijdig met zijn opleiding aan de Technische hogeschool aan de Kungliga Musikhögskolan te Stockholm in de compositie- en instrumentatieklas van Andreas Hallen. Als componist was hij vooral autodidact. Hij was actief voor het Koninklijk Dramatheater, Zweedse Vereniging van Componisten, Koninklijke Zweedse Muziek-Academie en hij was bestuurder van de Zweedse zustervereniging van de Buma/Stemra. Verder was hij muziekcriticus voor het dagblad Stockholmstidningen. En omdat hij zich sterk inzette voor vriendschapsbanden met nazi-Duitland was hij in de Tweede Wereldoorlog erg omstreden.
Maar laten we het nu alstublieft even bij muziek houden, want eigenlijk heb ik mijn Thema voor deze uitzending met name bedacht vanwege deze muziek van Kurt Atterberg… Echte Liefde Roest Nooit. Luisteraars, het hoornconcert van Kurt Atterberg.
Track 03 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 1 Allegro pathetico
Track 04 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 2 Adagio
Track 05 Atterberg, Kurt – Concert voor Hoorn deel 3 Allegro molto
Echte Liefde Roest Nooit… U hoorde de CBC Vancouver Orchestra onder leiding van dirigent Mario Bernardi en in de hoofdrol hoornist Martin Hackleman.
De Amerikaanse componist Morten Lauridsen is de zoon van Deense immigranten. Hij is hoogleraar compositie aan de University of Southern California. Hij heeft een groot oeuvre aan geestelijke composities. O Magnum Mysterium staat op het repertoire van katholieke koren over de hele wereld. Zijn werk heeft een mystiek karakter en zo dacht ik dat dit een mooi slot kan zijn voor deze uitzending.
Ik wil Bob Voorn bedanken voor de technische ondersteuning en ik wens u een fijne zondag toe! Dankuwel voor het luisteren en graag weer tot de volgende keer!
Track 06 Lauridsen, Morten - O Magnum Mysterium (6:49) 56:29]]>5207819-2nonoTue, 13 Oct 2020 21:03:28 +02001:01:29
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz200719-nederlandse-componisten/
Vandaag heb ik mij voorbereid met Nederlandse componisten als thema en ik heb er vijf gevonden… of eigenlijk beter: uitgezocht. Er zijn er natuurlijk veel meer.
Johan Wagenaar werd geboren in 1862, studeerde compositielessen aan de Toonkunst muziekschool in Utrecht bij Richard Hol. Hij volgde hem op als organist van de Dom in Utrecht en later ook als directeur van de Toonkunst muziekschool.
Hij dirigeerde de toonkunstkoren van Utrecht, Arnhem, Leiden en Den Haag alsook een mannenkoor uit Utrecht. Hij deed dat veelal in grootschalige koor- of orkestmuziek van componisten als Berlioz en Mahler.
Wagenaar ontving een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht en in 1919 werd hij benoemd tot directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Humor werd door Wagenaar veel in zijn muziek gebruikt. Hij componeerde veelal naar de smaak van zijn eigen generatie in plaats van naar de huidige mode. Dat betekent nogal wat voor die tijd want hij balanceert qua tijdperiode echt tussen de romantiek en modern in.
Johan Wagenaar werd voor zijn verdiensten in de muziek maar liefst zes keer door de Nederlandse koningin en twee keer door de Belgische koning Albert onderscheiden. Best wel een opvallend contrast met zijn jeugd toen hij - als een van de zes onwettige kinderen van een vooraanstaande aristocraat - armoede en sociale discriminatie kende.
Goed, genoeg gepraat al hoop ik dat deze informatie voldoende interessant is voor de nu volgende muziek. U gaat luisteren naar Amfitrion voor orkest met cellist Jean Decroos in de hoofdrol. Hij wordt begeleid door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Riccardo Chailly.
**Track 01 – J. Wagenaar: Amphitrion voor Orkest**
Amphitrion voor orkest van Johan Wagenaar… Mooie muziek!
Momenteel beluister ik veel muziek waarin de Franse Hoorn een hoofdrol speelt. Dat kan een hoornkwartet zijn of een concert voor hoorn. Ik was ook benieuwd of er Nederlandse componisten voor hoorn hebben geschreven en daarbij kwam ik uit bij Johannes Bernardus van Bree.
Hij leerde eerst viool spelen bij zijn vader en toen het gezin naar Leeuwarden verhuisde, trad hij op als begeleider in danslessen. Daar gaf hij les aan de kinderen van een lokale edelman. Toen hij terugkeerde in Amsterdam vervolgde hij zijn vioolstudie.
Van Bree was ook dirigent. Zo dirigeerde hij het Felix Meritis orkest tot aan zijn dood. Vanaf 1841 verwierf hij zijn grootste bekendheid als regisseur van het destijds nieuw opgerichte Caecilia orkest, met programma’s die uitsluitend bestaan uit klassieke en vroeg-romantische symfonieën en ouvertures.
In de veertiger jaren werd hij benoemd tot muziekdirecteur van de Hollandsche Schouwburg. Hij was president van Toonkunst en leidde van 1853 tot aan zijn dood de nieuw opgerichte muziekschool van sectie Amsterdam.
Samen met Johann Wilhelm Wilms was hij één van de eerste en belangrijkste componisten van de 19e eeuw. Ze bleven dicht bij de op dat moment geldende Franse stijl van Cavatine en romantiek. Ook heeft Van Bree dus muziek gecomponeerd voor Hoorn en orkest en u gaat daar nu dan ook naar luisteren. De muziek is opgedragen aan Nicolaas Josef Potdevin die hoornist was in het Felix Meritis orkest maar op jonge leeftijd in 1840 overleed.
U hoort de Nederlandse hoornist Ab Koster in Szene fur Horn und Orchestre. Hij wordt begeleid door het Noord-Nederlands Symfonieorkest onder leiding van dirigent Jürgen Kussmaul.
**Track 02 – J.B. van Bree: Szene für Horn und Orchestre**
En dat was Ab Koster met het Noord-Nederlands Symfonieorkest in Szene fur Horn und Orchestre van componist Johannes Bernardus van Bree.
Wie is Henriëtte Bosmans? De derde Nederlandse componist in deze uitzending. Ik wist het niet en moest het opzoeken. Ze is dochter van Concertgebouw’s solocellist Henri Bosmans en pianiste Sara Benedicts. Haar vader overleed toen ze één jaar oud was. Haar moeder gaf haar pianoles en vanaf haar zeventiende trad ze geregeld op in het Amsterdams Concertgebouw.
Vanaf 1914 begon ze te componeren voor piano en een vioolsonate werd in 1919 voor eerst publiek uitgevoerd. Ze schreef vooral kamermuziek en liederen. Later schreef ze ook orkestmuziek vaak met een solistische rol voor de cello.
Van 1922 tot 1929 had Bosmans een relatie met de negen jaar jongere celliste Frieda Belinfante met wie ze samenwoonde en aan wie ze haar tweede celloconcert opdroeg. In 1934 verloofde ze zich met violist Francis Koene, met wie ze al vaak samen gespeeld had. Toen deze het jaar daarop overleed, viel Bosmans in een emotioneel gat en componerde ze jarenlang niets meer. In 1941 werd haar door de Duitse bezetter het optreden verboden, omdat ze half joods was en omdat ze wegerde lid te worden van de Kulturkammer.
Bij de bevrijding van Nederland in 1945 schreef ze het lied “Daar komen de Canadezen”, dat door Jo Vincent werd gezongen en al snel populair werd. Na de Tweede Wereldoorlog begon ze weer volop te componeren en te musiceren. In 1948 leerde ze de Franse mezzosopraan Noémie Perugia kennen, die haar partner werd. Voor haar schreef ze vele liederen, waarmee ze samen optraden. In 1951 werd Henriëtte Bosmans Rideer in de Orde van Oranje-Nassau.
Bosmans had een opmerkelijk moderne stijl, waarbij ze zich liet inspireren door de muzikale voortrekkers uit haar tijd – met name door Debussy – maar toch haar eigen weg vond. Haar muziek is vooral impressionistisch, met een voorliefde voor onverwachte wendingen in maat- en toonsoort.
Voor vriend en cellist Marix Loevensohn schreef ze Poeme voor cello en orkest. Evenals al haar muziek tot aan ongeveer 1927 en in tegenstelling tot haar latere composities, kenmerkt deze muziek zich door brede, lyrische lijnen, met duidelijk waarneembare romantische invloeden.
Het Nederlands Radio Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard met cellist Dmitri Ferschtman in Poeme voor cello en orkest van componiste Henriëtte Bosmans.
**Track 03 – H. Bosmans: Poème voor Cello en Orkest**
Alphons Diepenbrock was de eerste Nederlandse componist na Sweelinck met een internationale uitstraling. De oude meerstemmige kerkmuziek (Palestrina, Sweelinck) vormde een belangrijke inspiratiebron voor Diepenbrocks muziek. Diepenbrock wist dit abstracte lijnenspel op een originele manier te combineren met de sensuele harmonieën van Wagner (en later ook Debussy). Componisten als Mahler, Strauss en Schönberg kenden en waardeerden Diepenbrocks muziek.Op 27-jarige leeftijd promoveerde de classicus Diepenbrock in Amsterdam met een in het Latijn geschreven proefschrift over Seneca. Voor een periode van zes jaar was hij leraar klassieke talen in Den Bosch. Hij keerde echter terug naar Amsterdam om zich aan de muziek te wijden, hoewel hij als componist slechts autodidact was. Literatuur en het katholieke geloof waren zijn belangrijkste inspiratiebron. Diepenbrock was bevriend met vele schrijvers en kunstenaars, behorend tot de generatie van de Tachtigers. Ook Goethe, Nietzsche, Hölderlin en Verlaine behoorden tot zijn literaire muzen.
Van de hand van Alphons Diepenbrock kunt u nu gaan luisteren naar zijn Ouverture De Vogels. U hoort het Residentie orkest onder de leiding van dirigent Hans Vonk.
**Track 04 – A. Diepenbrock: Ouverture De Vogels**
Luisteraars, zo zijn wij alweer bijna aan het einde van deze uitzending. Ik hoop dat u het leuk vond om iets van vaderlandse bodem te horen. Het zal niet altijd even toegankelijk zijn. Misschien komt dat ook wel doordat het niet altijd even bekend is. Teglijk is het juist dat, wat deze muziek zo leuk en mooi maakt.
Tot slot kunt u gaan luisteren naar muziek van een Nederlandse componist van Duitse komaf, de componist van de semi-officiële Nederlandse hymne “Wien Neêrlands bloed” Jahann Wilhelm Wilms. Veelal schreef hij in klassieke stijl hoewel in sommige vroeg-romantische trekjes zitten.
Luisteraars, ik wens u een fijne zondag toe. U hoort tot slot variaties over Wilhelmus van Nassouwe voor fluit, klarinet, fagot, viool, cello en orkest. Het Nederlands Radio Kamerorkest onder leiding van Anthony Halstead.
Track 05 – J.W. Wilms: Variaties over Wilhelmus van Nassouwe]]>
Vandaag heb ik mij voorbereid met Nederlandse componisten als thema en ik heb er vijf gevonden… of eigenlijk beter: uitgezocht. Er zijn er natuurlijk veel meer.
Johan Wagenaar werd geboren in 1862, studeerde compositielessen aan de Toonkunst muziekschool in Utrecht bij Richard Hol. Hij volgde hem op als organist van de Dom in Utrecht en later ook als directeur van de Toonkunst muziekschool.
Hij dirigeerde de toonkunstkoren van Utrecht, Arnhem, Leiden en Den Haag alsook een mannenkoor uit Utrecht. Hij deed dat veelal in grootschalige koor- of orkestmuziek van componisten als Berlioz en Mahler.
Wagenaar ontving een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht en in 1919 werd hij benoemd tot directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Humor werd door Wagenaar veel in zijn muziek gebruikt. Hij componeerde veelal naar de smaak van zijn eigen generatie in plaats van naar de huidige mode. Dat betekent nogal wat voor die tijd want hij balanceert qua tijdperiode echt tussen de romantiek en modern in.
Johan Wagenaar werd voor zijn verdiensten in de muziek maar liefst zes keer door de Nederlandse koningin en twee keer door de Belgische koning Albert onderscheiden. Best wel een opvallend contrast met zijn jeugd toen hij - als een van de zes onwettige kinderen van een vooraanstaande aristocraat - armoede en sociale discriminatie kende.
Goed, genoeg gepraat al hoop ik dat deze informatie voldoende interessant is voor de nu volgende muziek. U gaat luisteren naar Amfitrion voor orkest met cellist Jean Decroos in de hoofdrol. Hij wordt begeleid door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Riccardo Chailly.
**Track 01 – J. Wagenaar: Amphitrion voor Orkest**
Amphitrion voor orkest van Johan Wagenaar… Mooie muziek!
Momenteel beluister ik veel muziek waarin de Franse Hoorn een hoofdrol speelt. Dat kan een hoornkwartet zijn of een concert voor hoorn. Ik was ook benieuwd of er Nederlandse componisten voor hoorn hebben geschreven en daarbij kwam ik uit bij Johannes Bernardus van Bree.
Hij leerde eerst viool spelen bij zijn vader en toen het gezin naar Leeuwarden verhuisde, trad hij op als begeleider in danslessen. Daar gaf hij les aan de kinderen van een lokale edelman. Toen hij terugkeerde in Amsterdam vervolgde hij zijn vioolstudie.
Van Bree was ook dirigent. Zo dirigeerde hij het Felix Meritis orkest tot aan zijn dood. Vanaf 1841 verwierf hij zijn grootste bekendheid als regisseur van het destijds nieuw opgerichte Caecilia orkest, met programma’s die uitsluitend bestaan uit klassieke en vroeg-romantische symfonieën en ouvertures.
In de veertiger jaren werd hij benoemd tot muziekdirecteur van de Hollandsche Schouwburg. Hij was president van Toonkunst en leidde van 1853 tot aan zijn dood de nieuw opgerichte muziekschool van sectie Amsterdam.
Samen met Johann Wilhelm Wilms was hij één van de eerste en belangrijkste componisten van de 19e eeuw. Ze bleven dicht bij de op dat moment geldende Franse stijl van Cavatine en romantiek. Ook heeft Van Bree dus muziek gecomponeerd voor Hoorn en orkest en u gaat daar nu dan ook naar luisteren. De muziek is opgedragen aan Nicolaas Josef Potdevin die hoornist was in het Felix Meritis orkest maar op jonge leeftijd in 1840 overleed.
U hoort de Nederlandse hoornist Ab Koster in Szene fur Horn und Orchestre. Hij wordt begeleid door het Noord-Nederlands Symfonieorkest onder leiding van dirigent Jürgen Kussmaul.
**Track 02 – J.B. van Bree: Szene für Horn und Orchestre**
En dat was Ab Koster met het Noord-Nederlands Symfonieorkest in Szene fur Horn und Orchestre van componist Johannes Bernardus van Bree.
Wie is Henriëtte Bosmans? De derde Nederlandse componist in deze uitzending. Ik wist het niet en moest het opzoeken. Ze is dochter van Concertgebouw’s solocellist Henri Bosmans en pianiste Sara Benedicts. Haar vader overleed toen ze één jaar oud was. Haar moeder gaf haar pianoles en vanaf haar zeventiende trad ze geregeld op in het Amsterdams Concertgebouw.
Vanaf 1914 begon ze te componeren voor piano en een vioolsonate werd in 1919 voor eerst publiek uitgevoerd. Ze schreef vooral kamermuziek en liederen. Later schreef ze ook orkestmuziek vaak met een solistische rol voor de cello.
Van 1922 tot 1929 had Bosmans een relatie met de negen jaar jongere celliste Frieda Belinfante met wie ze samenwoonde en aan wie ze haar tweede celloconcert opdroeg. In 1934 verloofde ze zich met violist Francis Koene, met wie ze al vaak samen gespeeld had. Toen deze het jaar daarop overleed, viel Bosmans in een emotioneel gat en componerde ze jarenlang niets meer. In 1941 werd haar door de Duitse bezetter het optreden verboden, omdat ze half joods was en omdat ze wegerde lid te worden van de Kulturkammer.
Bij de bevrijding van Nederland in 1945 schreef ze het lied “Daar komen de Canadezen”, dat door Jo Vincent werd gezongen en al snel populair werd. Na de Tweede Wereldoorlog begon ze weer volop te componeren en te musiceren. In 1948 leerde ze de Franse mezzosopraan Noémie Perugia kennen, die haar partner werd. Voor haar schreef ze vele liederen, waarmee ze samen optraden. In 1951 werd Henriëtte Bosmans Rideer in de Orde van Oranje-Nassau.
Bosmans had een opmerkelijk moderne stijl, waarbij ze zich liet inspireren door de muzikale voortrekkers uit haar tijd – met name door Debussy – maar toch haar eigen weg vond. Haar muziek is vooral impressionistisch, met een voorliefde voor onverwachte wendingen in maat- en toonsoort.
Voor vriend en cellist Marix Loevensohn schreef ze Poeme voor cello en orkest. Evenals al haar muziek tot aan ongeveer 1927 en in tegenstelling tot haar latere composities, kenmerkt deze muziek zich door brede, lyrische lijnen, met duidelijk waarneembare romantische invloeden.
Het Nederlands Radio Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard met cellist Dmitri Ferschtman in Poeme voor cello en orkest van componiste Henriëtte Bosmans.
**Track 03 – H. Bosmans: Poème voor Cello en Orkest**
Alphons Diepenbrock was de eerste Nederlandse componist na Sweelinck met een internationale uitstraling. De oude meerstemmige kerkmuziek (Palestrina, Sweelinck) vormde een belangrijke inspiratiebron voor Diepenbrocks muziek. Diepenbrock wist dit abstracte lijnenspel op een originele manier te combineren met de sensuele harmonieën van Wagner (en later ook Debussy). Componisten als Mahler, Strauss en Schönberg kenden en waardeerden Diepenbrocks muziek.Op 27-jarige leeftijd promoveerde de classicus Diepenbrock in Amsterdam met een in het Latijn geschreven proefschrift over Seneca. Voor een periode van zes jaar was hij leraar klassieke talen in Den Bosch. Hij keerde echter terug naar Amsterdam om zich aan de muziek te wijden, hoewel hij als componist slechts autodidact was. Literatuur en het katholieke geloof waren zijn belangrijkste inspiratiebron. Diepenbrock was bevriend met vele schrijvers en kunstenaars, behorend tot de generatie van de Tachtigers. Ook Goethe, Nietzsche, Hölderlin en Verlaine behoorden tot zijn literaire muzen.
Van de hand van Alphons Diepenbrock kunt u nu gaan luisteren naar zijn Ouverture De Vogels. U hoort het Residentie orkest onder de leiding van dirigent Hans Vonk.
**Track 04 – A. Diepenbrock: Ouverture De Vogels**
Luisteraars, zo zijn wij alweer bijna aan het einde van deze uitzending. Ik hoop dat u het leuk vond om iets van vaderlandse bodem te horen. Het zal niet altijd even toegankelijk zijn. Misschien komt dat ook wel doordat het niet altijd even bekend is. Teglijk is het juist dat, wat deze muziek zo leuk en mooi maakt.
Tot slot kunt u gaan luisteren naar muziek van een Nederlandse componist van Duitse komaf, de componist van de semi-officiële Nederlandse hymne “Wien Neêrlands bloed” Jahann Wilhelm Wilms. Veelal schreef hij in klassieke stijl hoewel in sommige vroeg-romantische trekjes zitten.
Luisteraars, ik wens u een fijne zondag toe. U hoort tot slot variaties over Wilhelmus van Nassouwe voor fluit, klarinet, fagot, viool, cello en orkest. Het Nederlands Radio Kamerorkest onder leiding van Anthony Halstead.
Track 05 – J.W. Wilms: Variaties over Wilhelmus van Nassouwe]]>4940686-2nonoSat, 11 Jul 2020 21:49:17 +02001:03:15
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz200621/
Goedemorgen luisteraars, en welkom bij Klassiek op Zondag. Ik heb iets recht te zetten denk ik. De vorige keer noemde ik de hoorn het romantisch instrument bij uitstek. Dat neem ik niet terug, maar toch geeft het een onaangenaam gevoel van tekortkoming richting de pianisten…
Track 01 Rachmaninov – Morceaux de Fantaisie
…en ik hoop dat dit erkend wordt en dat ik hiermee iets heb recht gezet. Liet ik eerder deze zelfde Elegie al eens horen voor piano en hoorn, nu hoorde u de piano solo door Yuja Wang in Rachmaninov’s Elegie uit Morceaux de Fantaisie.
En wat betreft de grote variëteit van een piano, nu iets heel anders. Ik hekel de algemene naam Klassieke muziek. Dat is mij nooit precies genoeg en het doet naar mijn idee de andere stijlperioden tekort. Ook romantiek en modern is niet hetzelfde. En dat laat dezelfde Yuja Wang horen. Was het zojuist nog romantiek, dan kunt u nu gaan luisteren naar Prokofiev’s Opus 11, Toccata in D mineur.
Track 02 Prokofiev – Toccata in D mineur Op. 11
Terecht applaus en wat een pianiste zeg!! Geweldig!
En van de moderne Prokofiev zo’n 200 jaar terug in de tijd. Duitse barok. Georg Philipp Telemann werd geboren in Maagdenburg maar was het grootste deel van zijn leven werkzaam in Hamburg. Telemann zegt dat hij tijdens zijn verblijf aan het hof van Eisenach verschillende concerten heeft geschreven, maar dat hij voor Eisenach bleef schrijven terwijl hij werkzaam was in Frankfurt-am-Mein en gedurende de eerste tien jaar van zijn verblijf in Hamburg. Het nu volgende concert heeft Telemann vrijwel zeker geschreven voor trompettist Nikolaus Schreck. Hij was tussen 1710 en 1716 als trompettist werkzaam in Eisenach.
Centraal staat de trompet. Baroktrompet, dus spelend op dat instrument in het hogere register omdat daar de natuurtonen dicht bij elkaar liggen. Al lijkt het op het gezicht dat deze muziek niet de meest lastige is, is dit toch een vertekend beeld. De trompettist wordt gedwongen met enige regelmaat rust te nemen in het volgende Allegro waarin de muziek sneller en technisch vermoeiender wordt. Gelukkig passen deze rustperiodes goed bij de algemene ritomellovorm van de beweging. De violen grijpen deze kansen aan om het thema te laten horen. Het derde deel, Grave, is alleen voor de violen en basso continuo. Zo kan na deze rust, de trompettist het werk in een helder en vreugdevol Allegro-finale afsluiten.
Concerto voor Trompet, twee violen en bass continue in D-major, nu uitgevoerd door Niklas Eklund en het Drottningholms Barockensemble onder leiding van dirigent Nils-Erik Sparf.
Track 03 Telemann - Trompetconcert D majeur
De Sonate in D klein is diep geworteld in het dramatisme en de retorische dynamiek van de Italiaanse opera. Het onderscheidt zich als een van de meest ongewone compositiest van alle kamermuziek van componist Georg Frederich Handel.
De vijf originele bewegingen en twee andere die waarschijnlijk later door de componist zijn toegevoegd vormen een soort operascene in miniatuur. De dialoog tussen blokfluit en bas en de overige stemmen proberen samen te komen. Het lost zich alleen in de slotakkoorden uit het slot op.
U hoort de Camerata Köln met Michael Schneider op de blokfluit, Rainer Zipperling op de cello en Harald Hoeren op de clavecimbel, Händels Recorder Sonata in D klein.
Track 04 Händel – Recorder Sonata in D klein
Bij de voorbereiding van het nu volgende werk, ben ik veel te weten gekomen over een stuk geschiedenis van de hoorn. Het speelde zich allemaal af in de tijd van Camille Saint-Saëns. Hij componeerde zijn Morceau de concert voor hoorn in 1887. De pianoversie was klaar in oktober terwijl zijn orkestversie een maand later gereed was. Bij de eerste uitvoering was de titel van deze muziek nog ‘Fantaisie’. Deze titel is later in de partituur doorgehaald. De première werd gedaan door hoornist Henri Chausier. Aan hem is de muziek ook opgedragen. Saint-Saëns kende Chausier goed en had een paar jaar eerder ook al zijn opus 67, Romance aan hem opgedragen. Chausier was traditioneel en hij was van mening dat oude muziek niet op hervormende hoorns – die met kleppen - gespeeld dienden te worden. Het voert te ver om de akkevietjes die hierdoor ontstonden te bespreken, maar het was zoveel betekenend dat het in geschiedenisboeken staat opgetekent en dat er zelfs hoornmodellen worden bewaard in de collectie van muziekinstrumenten te Brussel. Dit alles naar aanleiding van de traditionele Henri Chausier.
Liet ik eerder Hermann Baumann al horen in Saint-Saëns Morceau de concert, toen was het alleen het derde deel als opening voor een hoorn special. Nu het hele werk. Hij wordt begeleid door het Gewandhausorchester te Leipzig onder leiding van dirigent Kurt Masur.
Track 05 Morceau de concert op 94
En we blijven in de romantiek. We gaan naar Schubert. Hij heeft vier impromptu’s geschreven. De derde gaat u zo direct horen. Het is een serenade, een klassiek voorbeeld van Schuberts opmerkelijke lyrische faciliteit en zijn voorliefde voor lange melodieuze lijnen. Zonder herhalingen ontwikkelt de melodie zich tot een schimmig en vaak modulerend middendeel voordat het terugkeert naar zijn ontspannende oorspronkelijke beweging.
U gaat luisteren naar een andere hedendaagse vrouwelijke pianiste met een enorm talent. Ik heb het over de mooie Georgische Khatia Buniatishvilli. Ze speelt voor u de derde impromptu van componist Franz Schubert.
Track 06 Schubert Impromptu No. 3
Een teorbe is een snaarinstrument verwant met de luit. Het is aan het einde van de zestiende eeuw ontstaan in Noord Italië en vervulde tot ongeveer 1750 de functie van een continueo-instrument. Oorspronkelijk werd dit instrument Chitaronne genoemd, misschien als een verwijzing naar de Griekse kitara die in de Griekse oudheid werd gebruikt om zangers te begeleiden. In ieder geval wordt de teorbe nu bespeeld door Daniel Zipico. Hij begeleidt nu eens geen zangers, maar de Israelische fluitiste Tamar Lalo. En met de muziek La Suave Melodia neem ik afscheid van u en zeg ik: een fijne zondag!
Track 07 La Suave Melodia – Andrea Falconieri
Bonus Track 08 Max Reger – Maria Wiegenlied feat Renee Flemming]]>
Goedemorgen luisteraars, en welkom bij Klassiek op Zondag. Ik heb iets recht te zetten denk ik. De vorige keer noemde ik de hoorn het romantisch instrument bij uitstek. Dat neem ik niet terug, maar toch geeft het een onaangenaam gevoel van tekortkoming richting de pianisten…
Track 01 Rachmaninov – Morceaux de Fantaisie
…en ik hoop dat dit erkend wordt en dat ik hiermee iets heb recht gezet. Liet ik eerder deze zelfde Elegie al eens horen voor piano en hoorn, nu hoorde u de piano solo door Yuja Wang in Rachmaninov’s Elegie uit Morceaux de Fantaisie.
En wat betreft de grote variëteit van een piano, nu iets heel anders. Ik hekel de algemene naam Klassieke muziek. Dat is mij nooit precies genoeg en het doet naar mijn idee de andere stijlperioden tekort. Ook romantiek en modern is niet hetzelfde. En dat laat dezelfde Yuja Wang horen. Was het zojuist nog romantiek, dan kunt u nu gaan luisteren naar Prokofiev’s Opus 11, Toccata in D mineur.
Track 02 Prokofiev – Toccata in D mineur Op. 11
Terecht applaus en wat een pianiste zeg!! Geweldig!
En van de moderne Prokofiev zo’n 200 jaar terug in de tijd. Duitse barok. Georg Philipp Telemann werd geboren in Maagdenburg maar was het grootste deel van zijn leven werkzaam in Hamburg. Telemann zegt dat hij tijdens zijn verblijf aan het hof van Eisenach verschillende concerten heeft geschreven, maar dat hij voor Eisenach bleef schrijven terwijl hij werkzaam was in Frankfurt-am-Mein en gedurende de eerste tien jaar van zijn verblijf in Hamburg. Het nu volgende concert heeft Telemann vrijwel zeker geschreven voor trompettist Nikolaus Schreck. Hij was tussen 1710 en 1716 als trompettist werkzaam in Eisenach.
Centraal staat de trompet. Baroktrompet, dus spelend op dat instrument in het hogere register omdat daar de natuurtonen dicht bij elkaar liggen. Al lijkt het op het gezicht dat deze muziek niet de meest lastige is, is dit toch een vertekend beeld. De trompettist wordt gedwongen met enige regelmaat rust te nemen in het volgende Allegro waarin de muziek sneller en technisch vermoeiender wordt. Gelukkig passen deze rustperiodes goed bij de algemene ritomellovorm van de beweging. De violen grijpen deze kansen aan om het thema te laten horen. Het derde deel, Grave, is alleen voor de violen en basso continuo. Zo kan na deze rust, de trompettist het werk in een helder en vreugdevol Allegro-finale afsluiten.
Concerto voor Trompet, twee violen en bass continue in D-major, nu uitgevoerd door Niklas Eklund en het Drottningholms Barockensemble onder leiding van dirigent Nils-Erik Sparf.
Track 03 Telemann - Trompetconcert D majeur
De Sonate in D klein is diep geworteld in het dramatisme en de retorische dynamiek van de Italiaanse opera. Het onderscheidt zich als een van de meest ongewone compositiest van alle kamermuziek van componist Georg Frederich Handel.
De vijf originele bewegingen en twee andere die waarschijnlijk later door de componist zijn toegevoegd vormen een soort operascene in miniatuur. De dialoog tussen blokfluit en bas en de overige stemmen proberen samen te komen. Het lost zich alleen in de slotakkoorden uit het slot op.
U hoort de Camerata Köln met Michael Schneider op de blokfluit, Rainer Zipperling op de cello en Harald Hoeren op de clavecimbel, Händels Recorder Sonata in D klein.
Track 04 Händel – Recorder Sonata in D klein
Bij de voorbereiding van het nu volgende werk, ben ik veel te weten gekomen over een stuk geschiedenis van de hoorn. Het speelde zich allemaal af in de tijd van Camille Saint-Saëns. Hij componeerde zijn Morceau de concert voor hoorn in 1887. De pianoversie was klaar in oktober terwijl zijn orkestversie een maand later gereed was. Bij de eerste uitvoering was de titel van deze muziek nog ‘Fantaisie’. Deze titel is later in de partituur doorgehaald. De première werd gedaan door hoornist Henri Chausier. Aan hem is de muziek ook opgedragen. Saint-Saëns kende Chausier goed en had een paar jaar eerder ook al zijn opus 67, Romance aan hem opgedragen. Chausier was traditioneel en hij was van mening dat oude muziek niet op hervormende hoorns – die met kleppen - gespeeld dienden te worden. Het voert te ver om de akkevietjes die hierdoor ontstonden te bespreken, maar het was zoveel betekenend dat het in geschiedenisboeken staat opgetekent en dat er zelfs hoornmodellen worden bewaard in de collectie van muziekinstrumenten te Brussel. Dit alles naar aanleiding van de traditionele Henri Chausier.
Liet ik eerder Hermann Baumann al horen in Saint-Saëns Morceau de concert, toen was het alleen het derde deel als opening voor een hoorn special. Nu het hele werk. Hij wordt begeleid door het Gewandhausorchester te Leipzig onder leiding van dirigent Kurt Masur.
Track 05 Morceau de concert op 94
En we blijven in de romantiek. We gaan naar Schubert. Hij heeft vier impromptu’s geschreven. De derde gaat u zo direct horen. Het is een serenade, een klassiek voorbeeld van Schuberts opmerkelijke lyrische faciliteit en zijn voorliefde voor lange melodieuze lijnen. Zonder herhalingen ontwikkelt de melodie zich tot een schimmig en vaak modulerend middendeel voordat het terugkeert naar zijn ontspannende oorspronkelijke beweging.
U gaat luisteren naar een andere hedendaagse vrouwelijke pianiste met een enorm talent. Ik heb het over de mooie Georgische Khatia Buniatishvilli. Ze speelt voor u de derde impromptu van componist Franz Schubert.
Track 06 Schubert Impromptu No. 3
Een teorbe is een snaarinstrument verwant met de luit. Het is aan het einde van de zestiende eeuw ontstaan in Noord Italië en vervulde tot ongeveer 1750 de functie van een continueo-instrument. Oorspronkelijk werd dit instrument Chitaronne genoemd, misschien als een verwijzing naar de Griekse kitara die in de Griekse oudheid werd gebruikt om zangers te begeleiden. In ieder geval wordt de teorbe nu bespeeld door Daniel Zipico. Hij begeleidt nu eens geen zangers, maar de Israelische fluitiste Tamar Lalo. En met de muziek La Suave Melodia neem ik afscheid van u en zeg ik: een fijne zondag!
Track 07 La Suave Melodia – Andrea Falconieri
Bonus Track 08 Max Reger – Maria Wiegenlied feat Renee Flemming]]>4879474-2nonoSun, 21 Jun 2020 12:35:23 +020058:33
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz200517-hoornspecial-3/
Track 01 Friedbert Groß - Intrada No. 2 uit Four Pieces for Horn
Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van Klassiek op Zondag. En u hoorde het al: weer een hoornspecial. Zojuist hoorde u het Hoornkwartet van het Rundfunk Sinfonieorkest uit Leipzig met de tweede intrada uit Four Pieces for Horn van de Duitse Muziekpedagoog, Politicus maar dus ook componist Friedbert Groß.
Even weer een stapje terug in de tijd. Mendelssohn. Romantiek dus. En volgens mij is er geen instrument die beter in de romantische periode past dan de hoorn. Ik ken veel hoornisten en als je hun vraagt naar hun muziekkeuze, dan kom je zo vaak uit bij romantische componisten: Schumann, Dvorak, Schubert, Liszt, Bruckner… noem maar op. Hoe is het mogelijk dat hoornisten vaak van die romantici zijn? Er moet toch iets unieks zijn wat die mensen aan deze muziekperiode bindt. Natuurlijk: er is veel voor hoorn geschreven in de romantische periode, maar dat maakt een hoornist toch nog geen romanticus? Is het dan dat deze muziek intense emoties uitdrukt, emoties die het beste te beschrijven zijn met het Duitse woord sehnsucht, een onvervulbaar en daardoor soms pijnlijk verlangen naar een ideaal: onbeantwoorde liefde, heimwee, nostalgie en melancholie, verklankt met verlangende melodieën of een smachtende opeenvolging van samenklanken? Of heeft de natuur hiermee te maken? Je hoort vaker dat componisten zich lieten inspireren door de natuur. Denk aan de woeste golven van de zee die duidelijk in de ouverture De Hebriden van Felix Mendelssohn te horen zijn.
Iets anders van componist Felix Mendelssohn. U hoort Radek Baborak in Lied ohne Worte. Hij wordt begeleid door het Praag Kamer Solisten orkest die hij in deze live opname van 25 september 2019 zelf dirigeert. Laat u zich meeslepen in deze verbeeldende muziek…
Track 02 Felix Mendelssohn – Lied ohne Worte
En toen kwam er eens een collega naar mij toe: “je moet Brahms laten horen zegt ze, Horn Trio en dan natuurlijk op natuurhoorn. Best wel conservatief” zegt ze: “de ventielhoorn was immers al voor Brahms’ geboorte uitgevonden. Maar die muziek is echt heel mooi! Het eerste deel van dit trio heeft hij eerst als derde deel bedoeld, maar toen zijn moeder overleed schreef hij het huidige en veel treurigere derde deel. De muziek uit het openingsthema is geïnspireerd uit een wandeling die hij door het bos bij zonsopkomst maakte”.
Hoe kan ik zo’n verzoek weigeren? U gaat luisteren naar het Horn Trio van Johannes Brahms. De hoofdrolspelers zijn Isabelle Faust op viool en Teunis van der Zwart op natuurhoorn. Zij worden begeleid door Alexander Melnikov op piano. Luisteraars, dat wordt genieten de komende bijna dertig minuten!
Track 03 Johannes Brahms – Horn Trio voor natuurhoorn
Nikolai Tcherepnin werd in 1873 geboren als zoon van een bekende en rijke arts met dezelfde naam. De oudere Nikolai bewoog zich in elitaire kringen van artiesten, waaronder Fyodor Dostoyevsky en Modest Mussorgsky. De moeder van de jonge Nicolai stierf toen hij nog een baby was, en toen zijn vader hertrouwde, werd ze vervangen door een ambivalente stiefmoeder. Als kind sloeg Nikolai’s vader hem regelmatig en handhaafde hij een algemene code van strikte discipline.
Op aandringen van zijn vader behaalde Nikolai een diploma rechten, hoewel hij in die tijd al regelmatig componeerde. Hij studeerde af in 1895 aan de Universiteit van Sint-Petersburg. Gelukkig studeerde hij verder: compositie bij niemand minder dan Nikolai Rimsky-Korsakov en hij behaalde in 1898 zijn diploma daarvoor alsook voor piano. Zijn talent en hoge familiestatus leverden hem tal van banen op: orkestdocent aan de Hofkapel, docent aan het conservatorium in Sint-Petersburg (waar hij later ook als professor doceerde) en dirigent van de Russian Symphony Concerts.
In 1910 schreef hij de nu volgende muziek, 6 hoornkwartetten. Hiermee eindigen wij ook deze uitzending van Klassiek op Zondag. Ik bedank u voor het luisteren en hoop dat u er van heeft genoten. We sluiten af met de zes Hoorn Kwartetten van Nikolai Tcherepnin door de Austrian Horns. Ik wens u een fijne zondag toe!
Track 04 Nikolai Tcherepnin – 6 Horn Quartets]]>
Track 01 Friedbert Groß - Intrada No. 2 uit Four Pieces for Horn
Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van Klassiek op Zondag. En u hoorde het al: weer een hoornspecial. Zojuist hoorde u het Hoornkwartet van het Rundfunk Sinfonieorkest uit Leipzig met de tweede intrada uit Four Pieces for Horn van de Duitse Muziekpedagoog, Politicus maar dus ook componist Friedbert Groß.
Even weer een stapje terug in de tijd. Mendelssohn. Romantiek dus. En volgens mij is er geen instrument die beter in de romantische periode past dan de hoorn. Ik ken veel hoornisten en als je hun vraagt naar hun muziekkeuze, dan kom je zo vaak uit bij romantische componisten: Schumann, Dvorak, Schubert, Liszt, Bruckner… noem maar op. Hoe is het mogelijk dat hoornisten vaak van die romantici zijn? Er moet toch iets unieks zijn wat die mensen aan deze muziekperiode bindt. Natuurlijk: er is veel voor hoorn geschreven in de romantische periode, maar dat maakt een hoornist toch nog geen romanticus? Is het dan dat deze muziek intense emoties uitdrukt, emoties die het beste te beschrijven zijn met het Duitse woord sehnsucht, een onvervulbaar en daardoor soms pijnlijk verlangen naar een ideaal: onbeantwoorde liefde, heimwee, nostalgie en melancholie, verklankt met verlangende melodieën of een smachtende opeenvolging van samenklanken? Of heeft de natuur hiermee te maken? Je hoort vaker dat componisten zich lieten inspireren door de natuur. Denk aan de woeste golven van de zee die duidelijk in de ouverture De Hebriden van Felix Mendelssohn te horen zijn.
Iets anders van componist Felix Mendelssohn. U hoort Radek Baborak in Lied ohne Worte. Hij wordt begeleid door het Praag Kamer Solisten orkest die hij in deze live opname van 25 september 2019 zelf dirigeert. Laat u zich meeslepen in deze verbeeldende muziek…
Track 02 Felix Mendelssohn – Lied ohne Worte
En toen kwam er eens een collega naar mij toe: “je moet Brahms laten horen zegt ze, Horn Trio en dan natuurlijk op natuurhoorn. Best wel conservatief” zegt ze: “de ventielhoorn was immers al voor Brahms’ geboorte uitgevonden. Maar die muziek is echt heel mooi! Het eerste deel van dit trio heeft hij eerst als derde deel bedoeld, maar toen zijn moeder overleed schreef hij het huidige en veel treurigere derde deel. De muziek uit het openingsthema is geïnspireerd uit een wandeling die hij door het bos bij zonsopkomst maakte”.
Hoe kan ik zo’n verzoek weigeren? U gaat luisteren naar het Horn Trio van Johannes Brahms. De hoofdrolspelers zijn Isabelle Faust op viool en Teunis van der Zwart op natuurhoorn. Zij worden begeleid door Alexander Melnikov op piano. Luisteraars, dat wordt genieten de komende bijna dertig minuten!
Track 03 Johannes Brahms – Horn Trio voor natuurhoorn
Nikolai Tcherepnin werd in 1873 geboren als zoon van een bekende en rijke arts met dezelfde naam. De oudere Nikolai bewoog zich in elitaire kringen van artiesten, waaronder Fyodor Dostoyevsky en Modest Mussorgsky. De moeder van de jonge Nicolai stierf toen hij nog een baby was, en toen zijn vader hertrouwde, werd ze vervangen door een ambivalente stiefmoeder. Als kind sloeg Nikolai’s vader hem regelmatig en handhaafde hij een algemene code van strikte discipline.
Op aandringen van zijn vader behaalde Nikolai een diploma rechten, hoewel hij in die tijd al regelmatig componeerde. Hij studeerde af in 1895 aan de Universiteit van Sint-Petersburg. Gelukkig studeerde hij verder: compositie bij niemand minder dan Nikolai Rimsky-Korsakov en hij behaalde in 1898 zijn diploma daarvoor alsook voor piano. Zijn talent en hoge familiestatus leverden hem tal van banen op: orkestdocent aan de Hofkapel, docent aan het conservatorium in Sint-Petersburg (waar hij later ook als professor doceerde) en dirigent van de Russian Symphony Concerts.
In 1910 schreef hij de nu volgende muziek, 6 hoornkwartetten. Hiermee eindigen wij ook deze uitzending van Klassiek op Zondag. Ik bedank u voor het luisteren en hoop dat u er van heeft genoten. We sluiten af met de zes Hoorn Kwartetten van Nikolai Tcherepnin door de Austrian Horns. Ik wens u een fijne zondag toe!
Track 04 Nikolai Tcherepnin – 6 Horn Quartets]]>4703623-2nonoFri, 08 May 2020 14:20:26 +020058:59
https://hearthis.at/wjanv72-m7/200315-koz-van-romantiek-tot-modern/
4506581-2nonoThu, 26 Mar 2020 12:12:22 +010058:43
https://hearthis.at/wjanv72-m7/200216-koz-marquez-piazzolla-en-dvorak/
Dat was Danzón nummer twee, een orkestrale compositie van de Mexicaanse componist Arturo Márquez . Het is één van de meest populaire hedendaagse Mexicaanse klassieke muziekwerken. Danzón nr. 2 werd wereldwijd erg populair toen het Simón Bolívar Jeugdorkest uit Venezuela onder Gustavo Dudamel het opnam op hun programma voor hun Europese en Amerikaanse tournee in 2007. De opname die u zojuist hoorde is een live registratie van een concert van L’Orchestre de Paris uit 2015. Onder leiding van dirigent mevrouw Alondra de la Parra was dit concert bedoeld om een brug te slaan tussen Mexico en Frankrijk.
Tijdens datzelfde concert was er meer bijzondere muziek te horen. Astor Piazzolla schreef een Double Concerto voor gitaar en bandoneón. U gaat luisteren naar Richard Galliano op zijn 7-snarige gitaar en Yamandu Costa op bandoneón. L’Orchestre de Paris, wederom onder leiding van Alondra de la Parra, zorgt voor de begeleiding.
**Track 02 Astor Piazolla – Double Concerto**
Aanstekelijke muziek uit Zuid Amerika, en dat het een feest was is overduidelijk te horen. Maar nu terug naar Europa. Muziek die heel erg verschilt van de muziek die we zojuist hoorden. Een symphonisch gedicht: The Wild Dove (ook bekend als The Wood Dove) is het vierde orkestgedicht gecomponeerd door de Tsjechische componist Antonin Dvorak. Het verhaal is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Kytice , een verzameling ballades van Karel Jaromír Erben . De vier muzikale scènes beschrijven het verhaal van een vrouw die haar man vergiftigde en kort daarna met een andere man trouwde. Een duif zit dan op het graf van haar overleden echtgenoot en zingt elke dag een droevig lied. De vrouw voelt zich schuldig en pleegt aan het einde zelfmoord door in een rivier te springen en te verdrinken.
Wellicht niet zo’n heel leuk verhaal zo op een zondag, maar de muziek is ook weer zo kunstig en mooi. Geniet u van Dvoráks houtduif!
**Track 03 Antonin Dvorák – The Wild Dove**
Dvořak is afkomstig uit een eenvoudig Tsjechisch milieu. Hij had de top bereikt. In heel Europa klonk zijn muziek. Hij behoorde tot de groten! En ik citeer Dvorák zelf:
‘Mijn hoofd zit vol ideeën. Stel je voor dat een mens dat allemaal op zou kunnen schrijven. Maar ik moet mijn hoofd koel houden en de gave van God, de prachtige melodieën, niet overhaast opschrijven. Het gaat mij allemaal boven verwachting gemakkelijk af, thema’s en complete werken vliegen zo maar op me af. Dank u wel God’.
In de herfst van 1889 vertoefde Antonin Dvořak in zijn geliefde buitenhuis in het dorpje Visoka, even buiten Praag. Na maanden niets geschreven te hebben, componeerde hij een van zijn machtigste werken, Symfonie 8 in G opus 88. Het was de componist zelf die in 1890 in Praag de premiere dirigeerde.
De levensblijheid die uit deze symfonie straalt heeft niet alleen met de natuur om hem heen te maken, maar ook met Dvořaks alsmaar toenemende roem. De Symfonie gunt de luisteraar geen moment rust. Originele vondsten, opwindende motieven en hartstochtelijke thema’s passeren in sneltreinvaart de revue. De achtste van Dvořak is één brok genialiteit!
En met deze muziek neem ik alvast afscheid luisteraars. Dank voor de techniek aan Hans Jagersma. En in sneltreinvaart naar de achtste van Dvorák waarvan u deel 1 gaat luisteren. Dag!!
Track 04 Antonin Dvorák – Symphony No. 8 (deel 1: Allegro con brio)]]>
Dat was Danzón nummer twee, een orkestrale compositie van de Mexicaanse componist Arturo Márquez . Het is één van de meest populaire hedendaagse Mexicaanse klassieke muziekwerken. Danzón nr. 2 werd wereldwijd erg populair toen het Simón Bolívar Jeugdorkest uit Venezuela onder Gustavo Dudamel het opnam op hun programma voor hun Europese en Amerikaanse tournee in 2007. De opname die u zojuist hoorde is een live registratie van een concert van L’Orchestre de Paris uit 2015. Onder leiding van dirigent mevrouw Alondra de la Parra was dit concert bedoeld om een brug te slaan tussen Mexico en Frankrijk.
Tijdens datzelfde concert was er meer bijzondere muziek te horen. Astor Piazzolla schreef een Double Concerto voor gitaar en bandoneón. U gaat luisteren naar Richard Galliano op zijn 7-snarige gitaar en Yamandu Costa op bandoneón. L’Orchestre de Paris, wederom onder leiding van Alondra de la Parra, zorgt voor de begeleiding.
**Track 02 Astor Piazolla – Double Concerto**
Aanstekelijke muziek uit Zuid Amerika, en dat het een feest was is overduidelijk te horen. Maar nu terug naar Europa. Muziek die heel erg verschilt van de muziek die we zojuist hoorden. Een symphonisch gedicht: The Wild Dove (ook bekend als The Wood Dove) is het vierde orkestgedicht gecomponeerd door de Tsjechische componist Antonin Dvorak. Het verhaal is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Kytice , een verzameling ballades van Karel Jaromír Erben . De vier muzikale scènes beschrijven het verhaal van een vrouw die haar man vergiftigde en kort daarna met een andere man trouwde. Een duif zit dan op het graf van haar overleden echtgenoot en zingt elke dag een droevig lied. De vrouw voelt zich schuldig en pleegt aan het einde zelfmoord door in een rivier te springen en te verdrinken.
Wellicht niet zo’n heel leuk verhaal zo op een zondag, maar de muziek is ook weer zo kunstig en mooi. Geniet u van Dvoráks houtduif!
**Track 03 Antonin Dvorák – The Wild Dove**
Dvořak is afkomstig uit een eenvoudig Tsjechisch milieu. Hij had de top bereikt. In heel Europa klonk zijn muziek. Hij behoorde tot de groten! En ik citeer Dvorák zelf:
‘Mijn hoofd zit vol ideeën. Stel je voor dat een mens dat allemaal op zou kunnen schrijven. Maar ik moet mijn hoofd koel houden en de gave van God, de prachtige melodieën, niet overhaast opschrijven. Het gaat mij allemaal boven verwachting gemakkelijk af, thema’s en complete werken vliegen zo maar op me af. Dank u wel God’.
In de herfst van 1889 vertoefde Antonin Dvořak in zijn geliefde buitenhuis in het dorpje Visoka, even buiten Praag. Na maanden niets geschreven te hebben, componeerde hij een van zijn machtigste werken, Symfonie 8 in G opus 88. Het was de componist zelf die in 1890 in Praag de premiere dirigeerde.
De levensblijheid die uit deze symfonie straalt heeft niet alleen met de natuur om hem heen te maken, maar ook met Dvořaks alsmaar toenemende roem. De Symfonie gunt de luisteraar geen moment rust. Originele vondsten, opwindende motieven en hartstochtelijke thema’s passeren in sneltreinvaart de revue. De achtste van Dvořak is één brok genialiteit!
En met deze muziek neem ik alvast afscheid luisteraars. Dank voor de techniek aan Hans Jagersma. En in sneltreinvaart naar de achtste van Dvorák waarvan u deel 1 gaat luisteren. Dag!!
Track 04 Antonin Dvorák – Symphony No. 8 (deel 1: Allegro con brio)]]>4383696-2nonoWed, 12 Feb 2020 20:55:32 +010059:03
https://hearthis.at/wjanv72-m7/200119-koz-fantasie-en-meer/
Alleen maar heel erg mooie muziek vandaag. Luisteraars, welkom bij Klassiek op Zondag. U hoorde zojuist het eerste deel, het Allegro non troppo uit de vierde symfonie van Johannes Brahms. Het was een live opname uit 2011 door het Europees Kamerorkest onder leiding van dirigent Bernhard Haitink.
Nu gaat u luisteren naar roeispanen, een repeterende 5/8 maatsoort. Een impressionistische kijk op een haast bizar schilderij. Beeld u zich in: een klein eiland met enkel rotsen en bomen, midden in het water. Alleen een nauwe ingang laat weten dat je er binnen kunt komen. We zien een roeiboot in de schemering vlak voor de smalle, donkere ingang. Een staande man, wellicht een geestelijke en we zien een dode. Als het orkest even flink van zich doet horen, zal het bootje binnen varen en heeft de componist zijn fantasie even laten gaan. Aan het slot horen we zelfs nog een stukje Dies Irae.
Het was de componist zelf die de eerste uitvoering dirigeerde. Het was in 1909 in Moskou. Ik heb het hier over componist Sergei Rachmaninov. Hij gold als een van de grootste pianisten van zijn tijd en werd wel de opvolger van de klavierleeuw Franz Liszt genoemd. Als componist sloot hij zich aan bij westers georiënteerde Russen en nadat zijn eerste symfonie geflopt was, kwam hij met zijn allergrootste werk, het Tweede Pianoconcert. In 1917 verliet hij zoals velen zijn vaderland en begon als pianist aan een enorm succesvolle loopbaan die hem over de hele wereld bracht. Kort voor zijn dood nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan.
Rachmaninov was niet de enige componist die de mysterieuze schilderijen van Arnold Böcklin omzette in muziek. Componist Max Reger schreef bijvoorbeeld naar aanleiding van de serie schilderijen de Böcklin Suite. Rachmaninov nam één van de beroemdste schilderijen van Böcklin onder de loep: Het Dodeneiland. Het werd een symfonisch gedicht dat hij in 1903 voltooide. Hij was vooral verrukt van een reproductie in zwart-wit. Later kreeg hij het werkelijke schilderij in kleur te zien.
Track 02 Rachmaninov – Dodeneiland (19:34)
Sultan Sjakhriar kreeg eens bezoek van zijn broer Sjakhzaman. Shakhzaman was niet veel eerder door zijn vrouw bedrogen en tijdens het bezoek van Sjakhzaman wordt Sjakhriar ook bedrogen. Gek geworden van verdriet besluit Sjakhriar zijn vrouw te doden en vanaf dat moment elke dag een nieuwe bruid te kiezen die dan de volgende ochtend, voordat ze de kans heeft gekregen hem te bedriegen, gedood wordt.
Sheherazade is wellicht het bekendste werk van componist Nicolaj Rimsky-Korsakov. De muziek geld als een van de grote klassieke hits uit de muziekhistorie. De suite, waarin de soloviool de rol van Sheherazade uitbeeldt, is getoonzet naar enkele vertellingen uit het Arabische volksboek Duizend en één nacht. De suite bestaat uit vier delen. In het eerste deel (De zee en het schip van Sindbad) geven de thema’s al direct de tegenstelling aan tussen sultan Shakhriar en de verleidelijke Sheherazade. Het montere tweede deel heeft een elegant hoofdthema dat verwijst naar het verhaal van Prins Kalender, maar het wordt onderbroken door onheilspellende verwijzingen naar de despotische sultan. Het verhaal van de jonge Prins en de Prinses is het derde deel: een liefelijk andantino. In deel vier horen we eerst een geagiteerde herhaling van het Sultan-thema uit het eerste deel, beantwoord door Sheherazade. Na een feest in Bagdad, een storm en een schipbreuk is het tijd voor de verzoening tussen de hoofdpersonen.
Luisteraars, u gaat uit deze symfonische suite van de gewezen zeeofficier en later componist Nikolaj Rimsky-Korsakov het afsluitende vierde deel horen. Over de componist valt te vermelden dat hij zich had aangesloten bij de componistengroep ‘De Machtige Vijf’. Hij werd vooral bekend vanwege zijn onnavolgbare kunst bij het orkestreren. Ter illustratie: u kent vast wel het korte maar wereldberoemde werkje ‘De vlucht van de Hommel’. De machtige vijf stelde zich ten doel de Russische muziek in ere te houden en de westerse muziek zoveel mogelijk buiten te sluiten. Een goede luisteraar heeft opgemerkt dat Rimsky-Korsakov en de componist uit de vorige muziek, Rachmaninov tegenovergestelde denkbeelden hadden.
Maar nu genoeg gepraat: feest in Bagdad, een storm en een schipbreuk met de verzoening tussen Sultan Sjakhriar en Sheherazade uit het gelijknamige meesterwerk Sheherazade.
Track 03 Rimsky-Korsakov Scheherazade (deel IV: Feest in Bagdad) (13:00)
Luisteraars, we zijn alweer bijna aan het einde van dit uur Klassiek op Zondag. Het is altijd leuk om een programma van een uur in elkaar te zetten. Ik wil Hans Jagersma bedanken voor de techniek. Ik wil mijn achterban ook bedanken die soms heel erg fanatiek mee helpt goede muziek af te stemmen tot een mooi uur Klassiek op Zondag.
Antonin Dvorak werkte aan zijn eerste serie Slavische dansen toen hem gevraagd werd muziek te schrijven voor een privékring van kamerliefhebbers, muziekvrienden met wie de componist af en toe optrad als violist of harmoniumspeler. In de loop van enkele dagen maakte hij een kwartet voor twee violen, cello en harmonium. De titel “Bagatelles” is van een latere gedrukte versie. Oorspronkelijk heette deze muziek “Malickosti”. Hoewel de thema’s minder ingewikkeld zijn en er minder eisen aan de spelers worden gesteld, kan dit niet worden omschreven als muziek “in een eenvoudiger stijl”.
U gaat tot slot luisteren naar het eerste en laatste deel uit Malickosti – of te wel Bagatelles – van de Tsjechische componist Antonin Dvorak. Ik wens u een fijne zondag toe!
Track 04 A. Dvořák Maličkosti Bagatelles Op.47, Josef Suk (deel 1)
Track 05 A. Dvořák Maličkosti Bagatelles Op.47, Josef Suk (deel 5)]]>
Alleen maar heel erg mooie muziek vandaag. Luisteraars, welkom bij Klassiek op Zondag. U hoorde zojuist het eerste deel, het Allegro non troppo uit de vierde symfonie van Johannes Brahms. Het was een live opname uit 2011 door het Europees Kamerorkest onder leiding van dirigent Bernhard Haitink.
Nu gaat u luisteren naar roeispanen, een repeterende 5/8 maatsoort. Een impressionistische kijk op een haast bizar schilderij. Beeld u zich in: een klein eiland met enkel rotsen en bomen, midden in het water. Alleen een nauwe ingang laat weten dat je er binnen kunt komen. We zien een roeiboot in de schemering vlak voor de smalle, donkere ingang. Een staande man, wellicht een geestelijke en we zien een dode. Als het orkest even flink van zich doet horen, zal het bootje binnen varen en heeft de componist zijn fantasie even laten gaan. Aan het slot horen we zelfs nog een stukje Dies Irae.
Het was de componist zelf die de eerste uitvoering dirigeerde. Het was in 1909 in Moskou. Ik heb het hier over componist Sergei Rachmaninov. Hij gold als een van de grootste pianisten van zijn tijd en werd wel de opvolger van de klavierleeuw Franz Liszt genoemd. Als componist sloot hij zich aan bij westers georiënteerde Russen en nadat zijn eerste symfonie geflopt was, kwam hij met zijn allergrootste werk, het Tweede Pianoconcert. In 1917 verliet hij zoals velen zijn vaderland en begon als pianist aan een enorm succesvolle loopbaan die hem over de hele wereld bracht. Kort voor zijn dood nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan.
Rachmaninov was niet de enige componist die de mysterieuze schilderijen van Arnold Böcklin omzette in muziek. Componist Max Reger schreef bijvoorbeeld naar aanleiding van de serie schilderijen de Böcklin Suite. Rachmaninov nam één van de beroemdste schilderijen van Böcklin onder de loep: Het Dodeneiland. Het werd een symfonisch gedicht dat hij in 1903 voltooide. Hij was vooral verrukt van een reproductie in zwart-wit. Later kreeg hij het werkelijke schilderij in kleur te zien.
Track 02 Rachmaninov – Dodeneiland (19:34)
Sultan Sjakhriar kreeg eens bezoek van zijn broer Sjakhzaman. Shakhzaman was niet veel eerder door zijn vrouw bedrogen en tijdens het bezoek van Sjakhzaman wordt Sjakhriar ook bedrogen. Gek geworden van verdriet besluit Sjakhriar zijn vrouw te doden en vanaf dat moment elke dag een nieuwe bruid te kiezen die dan de volgende ochtend, voordat ze de kans heeft gekregen hem te bedriegen, gedood wordt.
Sheherazade is wellicht het bekendste werk van componist Nicolaj Rimsky-Korsakov. De muziek geld als een van de grote klassieke hits uit de muziekhistorie. De suite, waarin de soloviool de rol van Sheherazade uitbeeldt, is getoonzet naar enkele vertellingen uit het Arabische volksboek Duizend en één nacht. De suite bestaat uit vier delen. In het eerste deel (De zee en het schip van Sindbad) geven de thema’s al direct de tegenstelling aan tussen sultan Shakhriar en de verleidelijke Sheherazade. Het montere tweede deel heeft een elegant hoofdthema dat verwijst naar het verhaal van Prins Kalender, maar het wordt onderbroken door onheilspellende verwijzingen naar de despotische sultan. Het verhaal van de jonge Prins en de Prinses is het derde deel: een liefelijk andantino. In deel vier horen we eerst een geagiteerde herhaling van het Sultan-thema uit het eerste deel, beantwoord door Sheherazade. Na een feest in Bagdad, een storm en een schipbreuk is het tijd voor de verzoening tussen de hoofdpersonen.
Luisteraars, u gaat uit deze symfonische suite van de gewezen zeeofficier en later componist Nikolaj Rimsky-Korsakov het afsluitende vierde deel horen. Over de componist valt te vermelden dat hij zich had aangesloten bij de componistengroep ‘De Machtige Vijf’. Hij werd vooral bekend vanwege zijn onnavolgbare kunst bij het orkestreren. Ter illustratie: u kent vast wel het korte maar wereldberoemde werkje ‘De vlucht van de Hommel’. De machtige vijf stelde zich ten doel de Russische muziek in ere te houden en de westerse muziek zoveel mogelijk buiten te sluiten. Een goede luisteraar heeft opgemerkt dat Rimsky-Korsakov en de componist uit de vorige muziek, Rachmaninov tegenovergestelde denkbeelden hadden.
Maar nu genoeg gepraat: feest in Bagdad, een storm en een schipbreuk met de verzoening tussen Sultan Sjakhriar en Sheherazade uit het gelijknamige meesterwerk Sheherazade.
Track 03 Rimsky-Korsakov Scheherazade (deel IV: Feest in Bagdad) (13:00)
Luisteraars, we zijn alweer bijna aan het einde van dit uur Klassiek op Zondag. Het is altijd leuk om een programma van een uur in elkaar te zetten. Ik wil Hans Jagersma bedanken voor de techniek. Ik wil mijn achterban ook bedanken die soms heel erg fanatiek mee helpt goede muziek af te stemmen tot een mooi uur Klassiek op Zondag.
Antonin Dvorak werkte aan zijn eerste serie Slavische dansen toen hem gevraagd werd muziek te schrijven voor een privékring van kamerliefhebbers, muziekvrienden met wie de componist af en toe optrad als violist of harmoniumspeler. In de loop van enkele dagen maakte hij een kwartet voor twee violen, cello en harmonium. De titel “Bagatelles” is van een latere gedrukte versie. Oorspronkelijk heette deze muziek “Malickosti”. Hoewel de thema’s minder ingewikkeld zijn en er minder eisen aan de spelers worden gesteld, kan dit niet worden omschreven als muziek “in een eenvoudiger stijl”.
U gaat tot slot luisteren naar het eerste en laatste deel uit Malickosti – of te wel Bagatelles – van de Tsjechische componist Antonin Dvorak. Ik wens u een fijne zondag toe!
Track 04 A. Dvořák Maličkosti Bagatelles Op.47, Josef Suk (deel 1)
Track 05 A. Dvořák Maličkosti Bagatelles Op.47, Josef Suk (deel 5)]]>4270088-2nonoMon, 13 Jan 2020 12:31:10 +010059:37
https://hearthis.at/wjanv72-m7/kozn191215-romantiek/
U hoort de Prague Philharmonia olv Jacub Hrusa in Dvorak’s Serenade voor blazers.
Track 01
Track 02
Track 03
Track 04
En zoals al in de inleiding genoemd, gaan we nu verder met het hoorn concert van Rheinhold Glière. Dit concert is geschreven voor hoornist Valeri Poekh. Het barbaars moeilijke vioolconcert van Tsjaikovski stond model voor dit werk. Zoals het elke russische componist betaamt is ook deze muziek een orkestraal grandeur, een aangrijpend drie-delig werk. Het eerste deel is een allegro met een helder zingend thema. Dit deel is al bijna net zo lang als de beide andere delen samen: het andante welke bedrieglijk eenvoudig klinkt maar een grote chromatische complexiteit kent en de finale met romantische energie, hoog drame en een bevredigende cadans.
U hoort hoornist Hermann Baumann die begeleid wordt door de Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Kurt Masur.
Track 05
Track 06
Track 07
Tot slot naar Groot Brittannië. Maar voordat ik van de laatste muziek ga vertellen wil ik eerst Bob Voorn bedanken voor de ondersteuning in de techniek.
Edward Elgar speelde als klein jongetje veel met zijn broertjes en zusje. De kinderen uit het gezin Elgar hadden een rijke fantasie. Edward bedacht allerlei melodietjes op de spelletjes die ze aan het spelen waren. Hij zal zelf rond de tien jaren oud zijn geweest. Hij heeft ze in een schetsboek opgeschreven.
Een aantal decennia later kwam hij dit schetboek weer tegen en hij moet minstens vijftig jaren oud zijn geweest toen hij van deze melodieen composities maakte. Erg knap lijkt mij hoe je je terug kunt verplaatsen in je jeugd en van melodieen hele composities kunt maken. Uiteindelijk resulteerde dit in twee suites met de naam The Wand of Youth en uit de eerste suite gaat u nu het zesde deel Slumber Scene horen. Luisteraars, ik wens u een fijne zondag toe.
Track 08]]>
U hoort de Prague Philharmonia olv Jacub Hrusa in Dvorak’s Serenade voor blazers.
Track 01
Track 02
Track 03
Track 04
En zoals al in de inleiding genoemd, gaan we nu verder met het hoorn concert van Rheinhold Glière. Dit concert is geschreven voor hoornist Valeri Poekh. Het barbaars moeilijke vioolconcert van Tsjaikovski stond model voor dit werk. Zoals het elke russische componist betaamt is ook deze muziek een orkestraal grandeur, een aangrijpend drie-delig werk. Het eerste deel is een allegro met een helder zingend thema. Dit deel is al bijna net zo lang als de beide andere delen samen: het andante welke bedrieglijk eenvoudig klinkt maar een grote chromatische complexiteit kent en de finale met romantische energie, hoog drame en een bevredigende cadans.
U hoort hoornist Hermann Baumann die begeleid wordt door de Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Kurt Masur.
Track 05
Track 06
Track 07
Tot slot naar Groot Brittannië. Maar voordat ik van de laatste muziek ga vertellen wil ik eerst Bob Voorn bedanken voor de ondersteuning in de techniek.
Edward Elgar speelde als klein jongetje veel met zijn broertjes en zusje. De kinderen uit het gezin Elgar hadden een rijke fantasie. Edward bedacht allerlei melodietjes op de spelletjes die ze aan het spelen waren. Hij zal zelf rond de tien jaren oud zijn geweest. Hij heeft ze in een schetsboek opgeschreven.
Een aantal decennia later kwam hij dit schetboek weer tegen en hij moet minstens vijftig jaren oud zijn geweest toen hij van deze melodieen composities maakte. Erg knap lijkt mij hoe je je terug kunt verplaatsen in je jeugd en van melodieen hele composities kunt maken. Uiteindelijk resulteerde dit in twee suites met de naam The Wand of Youth en uit de eerste suite gaat u nu het zesde deel Slumber Scene horen. Luisteraars, ik wens u een fijne zondag toe.
Track 08]]>4006307-2nonoThu, 14 Nov 2019 20:29:40 +010058:24
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz-191020-franse-hoorn/
Vandaag luisteraars een heel erg leuke aflevering van Klassiek op Zondag. Deze staat bijna helemaal in het teken van de hoorn. Franse hoorn wel te verstaan. Ziel van het orkest zoals Robert Schumann het ooit zei, en dat durf ik hem niet tegen te spreken!!
Zojuist hoorde u hoornist Hermann Baumann in Saint-Saëns’ Morceau de concert opus 94 voor hoorn en orkest. Hij werd begeleid door Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van dirigent Kurt Masur.
Voor deze uitzending heb ik hulp gehad van één van mijn hoornistencollega’s. Ik heb veel, heel veel muziek ontvangen waaronder het Concert van Atterberg. Grappig om dan later te zien dat mijn collega deze muziek zelf ook weer heeft opgezocht en daarmee aan de slag is gegaan.
Kurt Atterberg schreef slechts één concert voor hoorn en orkest en deze is speciaal geschreven voor hoornist Axel Malm, destijds de solohoornist van de voorloper van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm. Nu het gehele drie-delig werk door Martin Hackleman die begeleid wordt door CBC Vancouver Orchestra onder leiding van dirigent Mario Bernardi.
Track 02 Atterberg Concert I
Track 03 Atterberg Concert II
Track 04 Atterberg Concert III
En van het hoornconcert van Kurt Atterberg naar Rachmaninoff’s klaagzang, Elegie. U gaat luisteren naar de Sovjet Russische hoornist Vitaly Mikhailovich Bujanovsky. Helaas kan ik er niet achter komen wie de begeleiding op de piano voor zijn of haar rekening neemt.
Track 05 Rachmaninoff Elegie
Nog niet zo lang geleden vond in Ahoy Rotterdam de Nationale Taptoe plaats. Samen met een aantal collega’s rijden we dan in een busje daar naar toe. We luisteren veel muziek, hebben lol samen en zo werd er eens gevraagd naar het Konzertstück voor vier hoorns van Robert Schumann. Deze heb ik onthouden en als u het werk niet kent, dan hoop ik dat u deze muziek van nu af ook onthoud!! Schumann zelf beschouwde het werk als een van zijn beste prestaties als componist. Tsja… dan word je natuurlijk nieuwsgierig.
Hoornisten Roger Montgomery, Gavin Edwards, Susan Dent en Robert Maskell zijn de geweldige solisten in Schumann’s Konzertstuck voor 4 hoorns. John Eliot Gardiner dirigeert het Orchestre Révolutionnaire et Romantique waar u nu naar gaat luisteren.
Track 06 Schumann Konzertstück 4 horns I Lebhaft
Track 07 Schumann Konzertstück 4 horns II Romanze
Track 08 Schumann Konzertstück 4 horns III Sehr Lebhaft
Hoornistenvuurwerk door Roger Montgomery, Gavin Edwards, Susan Dent en Robert Maskell in Schumann’s Konzertstuck voor 4 hoorns en orkest. En daarmee zijn wij ook al bijna aan het einde gekomen van deze uitzending van Klassiek op Zondag. Bijna geheel in het teken van de Franse Hoorn. Ik wil Bob Voorn (en/of Hans Jagersma) bedanken voor de technische ondersteuning. Mijn gewaardeerde collega Anneke wil ik bedanken voor haar bijdrage in de muziek. Ik ben er zelf ook weer een stuk wijzer door geworden en na dit uur met spektakel beloof ik bij deze alvast dat dit niet de laatste uitzending was waarbij de hoorn centraal staat!
Ik zei het al: bijna geheel in het teken van de franse hoorn. Dan moet het haast wel zo zijn dat de muziek die u zo direct gaat horen geen muziek voor hoorn is. En dat klopt. Eerder hoorde ik een uitvoering met trombonist Jurgen van Rijen als solist. Zelf stond ik op een groot square. Hoefde weinig te spelen… dan maar genieten. Ach, wat maakt het ook allemaal uit: de muziek, dat is wat telt... Luisteraars… een fijne zondag…
Track 09 Godard, Berceuse from Jocelyn, for Cello
Luisteraars, ik heb mij een beetje verrekend in de tijd en er is nog wat tijd over. Daarom als een bonus bij deze uitzending kunt u nog luisteren naar een Hymn, het zesde deel uit Brittens Serenade. Hierin een stukje hoorntechniek waar wij als trompettisten soms nog wel eens jaloers op zijn. In een volgende uitzending wil ik het volledige werk laten horen. Nu en tot slot dus de Hymn uit Serenade van Benjamin Britten.
Track 10 Britten Serenade VI Hymn]]>
Vandaag luisteraars een heel erg leuke aflevering van Klassiek op Zondag. Deze staat bijna helemaal in het teken van de hoorn. Franse hoorn wel te verstaan. Ziel van het orkest zoals Robert Schumann het ooit zei, en dat durf ik hem niet tegen te spreken!!
Zojuist hoorde u hoornist Hermann Baumann in Saint-Saëns’ Morceau de concert opus 94 voor hoorn en orkest. Hij werd begeleid door Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van dirigent Kurt Masur.
Voor deze uitzending heb ik hulp gehad van één van mijn hoornistencollega’s. Ik heb veel, heel veel muziek ontvangen waaronder het Concert van Atterberg. Grappig om dan later te zien dat mijn collega deze muziek zelf ook weer heeft opgezocht en daarmee aan de slag is gegaan.
Kurt Atterberg schreef slechts één concert voor hoorn en orkest en deze is speciaal geschreven voor hoornist Axel Malm, destijds de solohoornist van de voorloper van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm. Nu het gehele drie-delig werk door Martin Hackleman die begeleid wordt door CBC Vancouver Orchestra onder leiding van dirigent Mario Bernardi.
Track 02 Atterberg Concert I
Track 03 Atterberg Concert II
Track 04 Atterberg Concert III
En van het hoornconcert van Kurt Atterberg naar Rachmaninoff’s klaagzang, Elegie. U gaat luisteren naar de Sovjet Russische hoornist Vitaly Mikhailovich Bujanovsky. Helaas kan ik er niet achter komen wie de begeleiding op de piano voor zijn of haar rekening neemt.
Track 05 Rachmaninoff Elegie
Nog niet zo lang geleden vond in Ahoy Rotterdam de Nationale Taptoe plaats. Samen met een aantal collega’s rijden we dan in een busje daar naar toe. We luisteren veel muziek, hebben lol samen en zo werd er eens gevraagd naar het Konzertstück voor vier hoorns van Robert Schumann. Deze heb ik onthouden en als u het werk niet kent, dan hoop ik dat u deze muziek van nu af ook onthoud!! Schumann zelf beschouwde het werk als een van zijn beste prestaties als componist. Tsja… dan word je natuurlijk nieuwsgierig.
Hoornisten Roger Montgomery, Gavin Edwards, Susan Dent en Robert Maskell zijn de geweldige solisten in Schumann’s Konzertstuck voor 4 hoorns. John Eliot Gardiner dirigeert het Orchestre Révolutionnaire et Romantique waar u nu naar gaat luisteren.
Track 06 Schumann Konzertstück 4 horns I Lebhaft
Track 07 Schumann Konzertstück 4 horns II Romanze
Track 08 Schumann Konzertstück 4 horns III Sehr Lebhaft
Hoornistenvuurwerk door Roger Montgomery, Gavin Edwards, Susan Dent en Robert Maskell in Schumann’s Konzertstuck voor 4 hoorns en orkest. En daarmee zijn wij ook al bijna aan het einde gekomen van deze uitzending van Klassiek op Zondag. Bijna geheel in het teken van de Franse Hoorn. Ik wil Bob Voorn (en/of Hans Jagersma) bedanken voor de technische ondersteuning. Mijn gewaardeerde collega Anneke wil ik bedanken voor haar bijdrage in de muziek. Ik ben er zelf ook weer een stuk wijzer door geworden en na dit uur met spektakel beloof ik bij deze alvast dat dit niet de laatste uitzending was waarbij de hoorn centraal staat!
Ik zei het al: bijna geheel in het teken van de franse hoorn. Dan moet het haast wel zo zijn dat de muziek die u zo direct gaat horen geen muziek voor hoorn is. En dat klopt. Eerder hoorde ik een uitvoering met trombonist Jurgen van Rijen als solist. Zelf stond ik op een groot square. Hoefde weinig te spelen… dan maar genieten. Ach, wat maakt het ook allemaal uit: de muziek, dat is wat telt... Luisteraars… een fijne zondag…
Track 09 Godard, Berceuse from Jocelyn, for Cello
Luisteraars, ik heb mij een beetje verrekend in de tijd en er is nog wat tijd over. Daarom als een bonus bij deze uitzending kunt u nog luisteren naar een Hymn, het zesde deel uit Brittens Serenade. Hierin een stukje hoorntechniek waar wij als trompettisten soms nog wel eens jaloers op zijn. In een volgende uitzending wil ik het volledige werk laten horen. Nu en tot slot dus de Hymn uit Serenade van Benjamin Britten.
Track 10 Britten Serenade VI Hymn]]>3883598-2nonoThu, 17 Oct 2019 21:54:13 +020058:34
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz-190915-melancholie/
De structuur en de thema's van de ouverture volgen de tragedie heel algemeen. De hoofdtoonaard in c mineur vertegenwoordigt Coriolanus' vastberadenheid en oorlogachtige neigingen (hij staat op het punt om Rome binnen te vallen). Daartegenover staat de meer tedere toonaard Es-majeur, die de pleidooien van zijn moeder om daar vanaf te zien vertegenwoordigen. Coriolanus geeft uiteindelijk toe aan die tederheid, maar aangezien hij met een leger voor de poorten van Rome staat, kan hij niet terugkeren en pleegt hij zelfmoord.
**Track 01 Beethoven - Coriolan Overture**
Légende (1906) is een werk voor trompet en piano, gecomponeerd door George Enescu voor de trompetcompetitie 1906 aan het conservatorium van Parijs en in première in de competitie door studenten van de trompetklas van professor Merri Franquin (aan wie het werk is opgedragen). Het feit dat Enescu het niet nodig vond om "chromatische trompet" of "trompet in C" te vermelden in de titel van het werk (wat een paar jaar eerder misschien normaal was) kan worden gezien als een bewijs van de invloed van Franquin bij het overnemen van de moderne, kleine trompet (Shamu 2009, 1, 129–31).
**Track 02 Enesco – Légende**
Het tweede gedicht, Vltava (De Moldau) is door Smetana geschreven tussen 20 november 1874 en 8 december 1874. Hij schreef het stuk eerst als een piano soloversie, en arrangeerde het later voor orkest. De première was op 4 april 1875. Vltava is verreweg het bekendste werk van Smetana.
Vltava schetst een tocht door het Boheemse land langs de Vltava. Aan het begin beschrijft een snel thema in de twee fluiten het geborrel van twee kleine bronnen. De stroompjes vloeien samen en vormen het begin van de rivier. Er klinkt een bezielende en beeldende melodie, waarachter de strijkers weer het geborrel van de twee kleine bronnen laten horen. Terwijl de rivier de Vltava door het bos stroomt, imiteert de kopersectie van het orkest het geluid van een jachthoorn, en roept zo beelden op van de jacht verderop in het landschap.
Daarna verandert de muziek in een polka, als de rivier langs een plek stroomt waar gasten tijdens een bruiloft aan het dansen zijn. Vervolgens beelden de strijkers, met zacht spel, een groepje mythologische waternimfen uit. Dan nadert de Vltava de hoofdstad Praag, de bekkens slaan en de trommels roffelen als het water de stroomversnellingen van St. Jan boven de stad bereikt. Het gedicht eindigt in een jubelende sfeer, als de Vltava door Praag heen stroomt en zich dan samenvoegt met de Elbe.
**Track 03 Smetana – Moldau**
De carrière van jazzmuzikant en componist Karl Jenkins schommelt voortdurend heen en weer tussen klassiek en populair. In zijn jonge jaren was hij eerste hoboïst van het jeugdorkest van Wales. Hij raakte echter zozeer geïnteresseerd in jazz, dat hij zijn hobo inruilde voor een sax. Een reclametune voor Delta Airlines werd onverwachts een publiekshit. Deze plotselinge populariteit inspireerde Jenkins tot het componeren voor de concertzaal. Je zou de stijl van Jenkins’ oratoria kunnen typeren als popmuziek, maar dan op een symfonische leest geschoeid. De vergelijking met de ‘klassieke’ Paul McCartney dringt zich op, al heeft Jenkins veel meer greep op de grote lijn. Opvallend is ook de vrijzinnigheid waarmee Jenkins de oeroude christelijke teksten aan eigen inzicht aanpast, al gingen Brahms, Fauré, Howells en Rutter hem hierin voor.
**Track 04 Jenkins – Benedictus**
**Track 05 Peaslee – Nightsongs**
Over de laatste dertig levensjaren van de Finse componist Jean Sibelius (1865-1957) wordt nogal geheimzinnig gedaan. Volgens eigen zeggen componeerde hij geen noot meer. Sibelius leefde op kosten van de staat in een riant landhuis. Biografen van de componist beweren dat Sibelius al jaren tobde met alcoholproblemen. Ook is het bekend dat er omstreeks 1907 (vijftig jaar voor zijn dood) kanker bij hem werd geconstateerd.
Het symfonisch gedicht Finlandia is een verheerlijking van Finland en tegelijkertijd een langgerekte noodkreet tegen Rusland. Jarenlang ging Finland gebukt onder het regime van buurland Rusland. ‘Laat ons prachtige Finland nu eens eindelijk met rust’, moet de componist Sibelius gedacht hebben toen hij het stuk componeerde. Finlandia werd de trots van Finland, en de componist een held. Voor het Finse volk werd Finlandia een nationale hymne, een politiek manifest, een aanklacht tegen de politieke agressie van Rusland. In 1900 werd het stuk gespeeld op de wereldtentoonstelling in Parijs. Hiermee kwam de Fins Russische zaak onder de aandacht van de buitenwereld.
Sibelius was lid van de Vrijmetselaarsloge. Hij componeerde verschillende stukken voor de vrijmetselarij. Een wel zeer bekende hymne is de Finlandia Hymne, gecomponeerd rond 1900. Deze hymne klinkt eveneens in het stuk Finlandia. De hymne is naast het volledige symfonisch gedicht een eigen leven gaan leiden. Er zijn teksten opgemaakt en veel Finnen beschouwen het als het Fins volkslied.
Muziek voor het vaderland, dat was meestal de inhoud van veel composities van Sibelius. Hij was op en top nationalist. Zijn Finlandia (1899) kan beschouwd worden als zijn meest geliefde werk. Het is een aanklacht tegen de Russische overheersing. Tijdens de telkens weer oplaaiende Russisch-Finse conflicten werd het stuk vaak verboden om uitgevoerd te worden.
(De eerste tonen van Finlandia zouden het puffen van een stoomlocomotief moeten voorstellen.)
Track 06 Sibelius - Finlandia]]>
De structuur en de thema's van de ouverture volgen de tragedie heel algemeen. De hoofdtoonaard in c mineur vertegenwoordigt Coriolanus' vastberadenheid en oorlogachtige neigingen (hij staat op het punt om Rome binnen te vallen). Daartegenover staat de meer tedere toonaard Es-majeur, die de pleidooien van zijn moeder om daar vanaf te zien vertegenwoordigen. Coriolanus geeft uiteindelijk toe aan die tederheid, maar aangezien hij met een leger voor de poorten van Rome staat, kan hij niet terugkeren en pleegt hij zelfmoord.
**Track 01 Beethoven - Coriolan Overture**
Légende (1906) is een werk voor trompet en piano, gecomponeerd door George Enescu voor de trompetcompetitie 1906 aan het conservatorium van Parijs en in première in de competitie door studenten van de trompetklas van professor Merri Franquin (aan wie het werk is opgedragen). Het feit dat Enescu het niet nodig vond om "chromatische trompet" of "trompet in C" te vermelden in de titel van het werk (wat een paar jaar eerder misschien normaal was) kan worden gezien als een bewijs van de invloed van Franquin bij het overnemen van de moderne, kleine trompet (Shamu 2009, 1, 129–31).
**Track 02 Enesco – Légende**
Het tweede gedicht, Vltava (De Moldau) is door Smetana geschreven tussen 20 november 1874 en 8 december 1874. Hij schreef het stuk eerst als een piano soloversie, en arrangeerde het later voor orkest. De première was op 4 april 1875. Vltava is verreweg het bekendste werk van Smetana.
Vltava schetst een tocht door het Boheemse land langs de Vltava. Aan het begin beschrijft een snel thema in de twee fluiten het geborrel van twee kleine bronnen. De stroompjes vloeien samen en vormen het begin van de rivier. Er klinkt een bezielende en beeldende melodie, waarachter de strijkers weer het geborrel van de twee kleine bronnen laten horen. Terwijl de rivier de Vltava door het bos stroomt, imiteert de kopersectie van het orkest het geluid van een jachthoorn, en roept zo beelden op van de jacht verderop in het landschap.
Daarna verandert de muziek in een polka, als de rivier langs een plek stroomt waar gasten tijdens een bruiloft aan het dansen zijn. Vervolgens beelden de strijkers, met zacht spel, een groepje mythologische waternimfen uit. Dan nadert de Vltava de hoofdstad Praag, de bekkens slaan en de trommels roffelen als het water de stroomversnellingen van St. Jan boven de stad bereikt. Het gedicht eindigt in een jubelende sfeer, als de Vltava door Praag heen stroomt en zich dan samenvoegt met de Elbe.
**Track 03 Smetana – Moldau**
De carrière van jazzmuzikant en componist Karl Jenkins schommelt voortdurend heen en weer tussen klassiek en populair. In zijn jonge jaren was hij eerste hoboïst van het jeugdorkest van Wales. Hij raakte echter zozeer geïnteresseerd in jazz, dat hij zijn hobo inruilde voor een sax. Een reclametune voor Delta Airlines werd onverwachts een publiekshit. Deze plotselinge populariteit inspireerde Jenkins tot het componeren voor de concertzaal. Je zou de stijl van Jenkins’ oratoria kunnen typeren als popmuziek, maar dan op een symfonische leest geschoeid. De vergelijking met de ‘klassieke’ Paul McCartney dringt zich op, al heeft Jenkins veel meer greep op de grote lijn. Opvallend is ook de vrijzinnigheid waarmee Jenkins de oeroude christelijke teksten aan eigen inzicht aanpast, al gingen Brahms, Fauré, Howells en Rutter hem hierin voor.
**Track 04 Jenkins – Benedictus**
**Track 05 Peaslee – Nightsongs**
Over de laatste dertig levensjaren van de Finse componist Jean Sibelius (1865-1957) wordt nogal geheimzinnig gedaan. Volgens eigen zeggen componeerde hij geen noot meer. Sibelius leefde op kosten van de staat in een riant landhuis. Biografen van de componist beweren dat Sibelius al jaren tobde met alcoholproblemen. Ook is het bekend dat er omstreeks 1907 (vijftig jaar voor zijn dood) kanker bij hem werd geconstateerd.
Het symfonisch gedicht Finlandia is een verheerlijking van Finland en tegelijkertijd een langgerekte noodkreet tegen Rusland. Jarenlang ging Finland gebukt onder het regime van buurland Rusland. ‘Laat ons prachtige Finland nu eens eindelijk met rust’, moet de componist Sibelius gedacht hebben toen hij het stuk componeerde. Finlandia werd de trots van Finland, en de componist een held. Voor het Finse volk werd Finlandia een nationale hymne, een politiek manifest, een aanklacht tegen de politieke agressie van Rusland. In 1900 werd het stuk gespeeld op de wereldtentoonstelling in Parijs. Hiermee kwam de Fins Russische zaak onder de aandacht van de buitenwereld.
Sibelius was lid van de Vrijmetselaarsloge. Hij componeerde verschillende stukken voor de vrijmetselarij. Een wel zeer bekende hymne is de Finlandia Hymne, gecomponeerd rond 1900. Deze hymne klinkt eveneens in het stuk Finlandia. De hymne is naast het volledige symfonisch gedicht een eigen leven gaan leiden. Er zijn teksten opgemaakt en veel Finnen beschouwen het als het Fins volkslied.
Muziek voor het vaderland, dat was meestal de inhoud van veel composities van Sibelius. Hij was op en top nationalist. Zijn Finlandia (1899) kan beschouwd worden als zijn meest geliefde werk. Het is een aanklacht tegen de Russische overheersing. Tijdens de telkens weer oplaaiende Russisch-Finse conflicten werd het stuk vaak verboden om uitgevoerd te worden.
(De eerste tonen van Finlandia zouden het puffen van een stoomlocomotief moeten voorstellen.)
Track 06 Sibelius - Finlandia]]>3746561-2nonoMon, 30 Sep 2019 13:29:59 +02001:02:46
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz-190818-strauss-alpensymphony/
Naast al deze mooie muziek stond hij ook bekend als een man die opkomt voor zijn muzikantan. Hij eiste eerlijke lonen en hij vergeleek het muzikale beroep met die van arts. Dit stuitte hem op verzet bij de klaarblijkelijke vernieuwende blik op de musicus.
Zojuist hoorde u de Fanfare voor het Weens Philharmonic Orchestra. Deze muziek schreef Strauss voor het eerste liefdadigheidsbal welke tot doel heeft om financiele middelen te ontplooien voor een muzikanten pensioenfonds. Origineel werd deze muziek ten gehore gebracht op het moment dat de eregasten op het bal arriveerden.
In de jaren 1910 – 1915 schreef Strauss de Alpensymfonie voor orgel en uitgebreid symfonieorkest. Het betreft hier een muzikale beschrijving van een vierentwintig uur durende bergwandeling in de omgeving van Strauss’ woonplaats. Het werk bevat maar liefst 20 delen met titels als: nacht, beklimming, waterval, bloemenwei, dwaalspoor, alpenwei, onweer en storm, mist, zonsondergang… Met een stralende zon in het ochtendgloren opent de Alpensymfonie. Allereerst is daar gerommel en gebrom in de lage registers. Dan met de eerste zonnestralen barst het orkest los.
Vanwege het zeer uitgebreide orkest wordt het werk niet dikwijls uitgevoerd. Behalve het normale symfonieorkest speelt er een orgel mee, verder twee harpen, celesta, uitgebreid slagwerk, achttien extra koperblazers voor achter het podium, een wind- en dondermachine… Dit alles om het natuurgeweld kracht bij te zetten. Tegenover het orkestgeweld staan dan weer lieflijke sfeerimpressies die je aan kamermuziek doet denken. Ook vogeltjes kwetteren er lustig op los.
Luisteraars, gelijktijdig met de aankondiging van deze muziek van Richard Strauss neem ik ook al afscheid omdat deze muziek het volledig uur van Klassiek op Zondag in beslag neemt. De credits voor techniek gaan naar Bob Voorn. En dan kunt u nu gaan luisteren naar een live registratie vanuit de Royal Albert Hall van de Alpensymphonie uit 2012 door de Vienna Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Bernhard Haitink.
]]>
Naast al deze mooie muziek stond hij ook bekend als een man die opkomt voor zijn muzikantan. Hij eiste eerlijke lonen en hij vergeleek het muzikale beroep met die van arts. Dit stuitte hem op verzet bij de klaarblijkelijke vernieuwende blik op de musicus.
Zojuist hoorde u de Fanfare voor het Weens Philharmonic Orchestra. Deze muziek schreef Strauss voor het eerste liefdadigheidsbal welke tot doel heeft om financiele middelen te ontplooien voor een muzikanten pensioenfonds. Origineel werd deze muziek ten gehore gebracht op het moment dat de eregasten op het bal arriveerden.
In de jaren 1910 – 1915 schreef Strauss de Alpensymfonie voor orgel en uitgebreid symfonieorkest. Het betreft hier een muzikale beschrijving van een vierentwintig uur durende bergwandeling in de omgeving van Strauss’ woonplaats. Het werk bevat maar liefst 20 delen met titels als: nacht, beklimming, waterval, bloemenwei, dwaalspoor, alpenwei, onweer en storm, mist, zonsondergang… Met een stralende zon in het ochtendgloren opent de Alpensymfonie. Allereerst is daar gerommel en gebrom in de lage registers. Dan met de eerste zonnestralen barst het orkest los.
Vanwege het zeer uitgebreide orkest wordt het werk niet dikwijls uitgevoerd. Behalve het normale symfonieorkest speelt er een orgel mee, verder twee harpen, celesta, uitgebreid slagwerk, achttien extra koperblazers voor achter het podium, een wind- en dondermachine… Dit alles om het natuurgeweld kracht bij te zetten. Tegenover het orkestgeweld staan dan weer lieflijke sfeerimpressies die je aan kamermuziek doet denken. Ook vogeltjes kwetteren er lustig op los.
Luisteraars, gelijktijdig met de aankondiging van deze muziek van Richard Strauss neem ik ook al afscheid omdat deze muziek het volledig uur van Klassiek op Zondag in beslag neemt. De credits voor techniek gaan naar Bob Voorn. En dan kunt u nu gaan luisteren naar een live registratie vanuit de Royal Albert Hall van de Alpensymphonie uit 2012 door de Vienna Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Bernhard Haitink.
]]>3589278-2nonoMon, 12 Aug 2019 10:09:43 +020058:55
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz190616-gustav-holst/
Als eerste kunt u luisteren naar muziek welke oorspronkelijk voor de britse brassbandkampioenschappen in 1928 is geschreven. Holst zelf zat in de zaal en heeft alle 15 uitvoeringen van zijn Moorside Suite beluisterd. Winnaar werd de befaamde John Foster Black Dyke Mills Band onder leiding van William Halliwell. Deze meneer heeft op bewuste dag meerdere bands gedirigeert. Componist Holst was enthousiast en schreef later aan het magazine “The Brittish Bandsman” “Afgelopen zaterdag heb ik geluisterd naar muzikanten die werden gedirigeert door muzikanten”. Hoezo een compliment…
Er wordt verteld dat de Nocturne door de componist is gearrangeerd voor een strijkorkest, maar de komende uitvoering laat horen dat het niet alleen de Nocturne is geweest. Ook het Scherzo en de afsluitende March zijn vertaald voor strijkorkest.
Track 1 Holst – Moorside Suite
De nu volgende muziek is Beni Mora, een driedelig werk voor groot orkest. De muziek is geinspireerd op de muziek die Holst in Algerije hoorden tijdens een vakantie in 1908. Hij was daar op medisch advies omdat hij leed aan astma, neuritis en een depressie. Hij luisterde naar een lokale muzikant die dezelfde zin op een bamboefluit speelde gedurende meer dan twee uren. Hij haalde de titel uit de setting van Robert Hichens roman ‘The Garden of Allah’ uit’ uit 1904. Het eerste deel was oorspronkelijk een op zichzelf staand stuk, Oriental Dance, opgedragen aan de muziekcriticus Edwin Evans. In 1910 voegde Holst de andere twee delen toe.
Het eerste deel is een dans. Het begint met een breed geformuleerde melodie in de strijkers die wordt onderbroken door een sterk ritmisch figuur uit het koper en tamboerijn. Het vervolg is een levendig dansritme met solo’s voor de engelse corhoorn, hobo en fluit. Het ritme vertraagt en het openingsthema keert nog een keer terug voordat het volledige orkest het snelle dansthema hervat. De dans sluit stil.
Het middendeel is de kortste van de drie. Een allegretto in een lichtere setting als beide andere delen. Het begint met een 5 tegen 4 ritme voor de pauken waarbij een fagot solistisch met een rustig thema binnentreedt. De zachte stemming wordt gehandhaafd door een fluitsolo, onderbroken door pauken. De beweging staat bijna stil. Het eindigt pianissimo.
Deel 3 opent zachtjes met zinnen van een onbepaalde toonsoort totdat de fluit binnenkomt met een thema gebaseerd op 8 noten. Tegenover dit thema speelt het volledig orkest andere dansritmes. Het volume stijgt naar een climax en zinkt dan terug naar zachtheid als de beweging ten einde loopt.
Track 2 Holst – Beni Mora
En van Algerije naar Japan. De Japanse Suite is een compositie dat tot stand kwam in samenspraak met de Japanse choreograaf Michio Ito. Deze gaf een aantal voorstellingen in het London Coliseum, maar wilde daarbij meer Japans klinkende muziek. Holst kende geen Japanse muziek en volgens de overlevering floot Ito daarom enige Japanse wijsjes voor. Het resultaat werd een suite die wel enige Japanse invloeden verraadt (fluit tegenover harp) maar voor de rest vooral gewoon westerse orkestmuziek is.
Het is onbekend of Ito de muziek inderdaad geb ruikt heeft. De eerste concertuitvoering zou hebben plaatgevonden tijdens de Proms van 1919 onder leiding van Holst zelf. Die uitvoering werd voorafgegaan door werken van Richard Wagner, de muziek waarmee de vroege muziek van Holst veel mee werd vergeleken.
Luisteraars, nu snel naar de muziek, de zes-delige Japanse Suite van Gustav Holst.
Track 3 Holst – Japanese Suite
Tot slot kunt u gaan luisteren naar de St Paul’s Suite of oorspronkelijk onder de simpele naam Suite in C. Het is een populair, 4-delig werk voor strijkorkest. Hoewel het al af was in 1913 werd het pas in 1922 gepubliceerd omdat Holst het nog vaak heeft bijgewerkt. De titel ontleend zijn naam aan de St Paul’s Girls School in Londen waar Holst van gedurende bijna dertig jaar heeft gewerkt als muziekmeester. Holst was de school dankbaar voor het bouwen vaan een geluidsdichte studio voor hem. De suite is een van de vele werken die hij schreef voor de leerlingen van de school.
Voordat u kunt luisteren naar de muziek voor de St Pauls Girls, wil ik eerst Bob Voorn bedanken voor de immer vertrouwde techniek.
Ik hoop dat u heeft genoten van de muziek van Gustav Holst. Ik wens u nog een fijne zondag toe.
Track 4 Holst – St Paul’s Suite
]]>
Als eerste kunt u luisteren naar muziek welke oorspronkelijk voor de britse brassbandkampioenschappen in 1928 is geschreven. Holst zelf zat in de zaal en heeft alle 15 uitvoeringen van zijn Moorside Suite beluisterd. Winnaar werd de befaamde John Foster Black Dyke Mills Band onder leiding van William Halliwell. Deze meneer heeft op bewuste dag meerdere bands gedirigeert. Componist Holst was enthousiast en schreef later aan het magazine “The Brittish Bandsman” “Afgelopen zaterdag heb ik geluisterd naar muzikanten die werden gedirigeert door muzikanten”. Hoezo een compliment…
Er wordt verteld dat de Nocturne door de componist is gearrangeerd voor een strijkorkest, maar de komende uitvoering laat horen dat het niet alleen de Nocturne is geweest. Ook het Scherzo en de afsluitende March zijn vertaald voor strijkorkest.
Track 1 Holst – Moorside Suite
De nu volgende muziek is Beni Mora, een driedelig werk voor groot orkest. De muziek is geinspireerd op de muziek die Holst in Algerije hoorden tijdens een vakantie in 1908. Hij was daar op medisch advies omdat hij leed aan astma, neuritis en een depressie. Hij luisterde naar een lokale muzikant die dezelfde zin op een bamboefluit speelde gedurende meer dan twee uren. Hij haalde de titel uit de setting van Robert Hichens roman ‘The Garden of Allah’ uit’ uit 1904. Het eerste deel was oorspronkelijk een op zichzelf staand stuk, Oriental Dance, opgedragen aan de muziekcriticus Edwin Evans. In 1910 voegde Holst de andere twee delen toe.
Het eerste deel is een dans. Het begint met een breed geformuleerde melodie in de strijkers die wordt onderbroken door een sterk ritmisch figuur uit het koper en tamboerijn. Het vervolg is een levendig dansritme met solo’s voor de engelse corhoorn, hobo en fluit. Het ritme vertraagt en het openingsthema keert nog een keer terug voordat het volledige orkest het snelle dansthema hervat. De dans sluit stil.
Het middendeel is de kortste van de drie. Een allegretto in een lichtere setting als beide andere delen. Het begint met een 5 tegen 4 ritme voor de pauken waarbij een fagot solistisch met een rustig thema binnentreedt. De zachte stemming wordt gehandhaafd door een fluitsolo, onderbroken door pauken. De beweging staat bijna stil. Het eindigt pianissimo.
Deel 3 opent zachtjes met zinnen van een onbepaalde toonsoort totdat de fluit binnenkomt met een thema gebaseerd op 8 noten. Tegenover dit thema speelt het volledig orkest andere dansritmes. Het volume stijgt naar een climax en zinkt dan terug naar zachtheid als de beweging ten einde loopt.
Track 2 Holst – Beni Mora
En van Algerije naar Japan. De Japanse Suite is een compositie dat tot stand kwam in samenspraak met de Japanse choreograaf Michio Ito. Deze gaf een aantal voorstellingen in het London Coliseum, maar wilde daarbij meer Japans klinkende muziek. Holst kende geen Japanse muziek en volgens de overlevering floot Ito daarom enige Japanse wijsjes voor. Het resultaat werd een suite die wel enige Japanse invloeden verraadt (fluit tegenover harp) maar voor de rest vooral gewoon westerse orkestmuziek is.
Het is onbekend of Ito de muziek inderdaad geb ruikt heeft. De eerste concertuitvoering zou hebben plaatgevonden tijdens de Proms van 1919 onder leiding van Holst zelf. Die uitvoering werd voorafgegaan door werken van Richard Wagner, de muziek waarmee de vroege muziek van Holst veel mee werd vergeleken.
Luisteraars, nu snel naar de muziek, de zes-delige Japanse Suite van Gustav Holst.
Track 3 Holst – Japanese Suite
Tot slot kunt u gaan luisteren naar de St Paul’s Suite of oorspronkelijk onder de simpele naam Suite in C. Het is een populair, 4-delig werk voor strijkorkest. Hoewel het al af was in 1913 werd het pas in 1922 gepubliceerd omdat Holst het nog vaak heeft bijgewerkt. De titel ontleend zijn naam aan de St Paul’s Girls School in Londen waar Holst van gedurende bijna dertig jaar heeft gewerkt als muziekmeester. Holst was de school dankbaar voor het bouwen vaan een geluidsdichte studio voor hem. De suite is een van de vele werken die hij schreef voor de leerlingen van de school.
Voordat u kunt luisteren naar de muziek voor de St Pauls Girls, wil ik eerst Bob Voorn bedanken voor de immer vertrouwde techniek.
Ik hoop dat u heeft genoten van de muziek van Gustav Holst. Ik wens u nog een fijne zondag toe.
Track 4 Holst – St Paul’s Suite
]]>3252401-2nonoWed, 12 Jun 2019 21:07:52 +02001:00:36
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz-190421-pasen/
Het Paasoratorium onderscheidt zich van alle andere geestelijke composities van Bach door een gezongen handeling - dat wil zeggen het verhaal wordt niet door een Evangelist verteld - en door het ontbreken van koralen. Het werk sluit hiermee aan bij de dramatische Italiaanse oratoriumtraditie.
U gaat luisteren naar het Amsterdam Baroque Choir en het Amsterdam Baroque Orkest onder leiding van Ton Koopman.
**Track 01 Johan Sebastian Bach BWV 249**
De carrière van jazzmuzikant en componist Karl Jenkins schommelt voortdurend heen en weer tussen klassiek en populair. In zijn jonge jaren was hij eerste hoboïst van het jeugdorkest van Wales. Hij raakte echter zozeer geïnteresseerd in jazz, dat hij zijn hobo inruilde voor een sax. Een reclametune voor Delta Airlines werd onverwachts een publiekshit. Deze plotselinge populariteit inspireerde Jenkins tot het componeren voor de concertzaal. Je zou de stijl van Jenkins’ oratoria kunnen typeren als popmuziek, maar dan op een symfonische leest geschoeid. De vergelijking met de ‘klassieke’ Paul McCartney dringt zich op, al heeft Jenkins veel meer greep op de grote lijn. Opvallend is ook de vrijzinnigheid waarmee Jenkins de oeroude christelijke teksten aan eigen inzicht aanpast, al gingen Brahms, Fauré, Howells en Rutter hem hierin voor.
Palladio is geïnspireerd door de zestiende-eeuwse Italiaanse architect Andrea Palladio. Zijn werk zou harmonie en orde in de renaissance voorstellen. Kenmerken van Palladio zijn de mathematische harmonie en architecturale elementen welke ontleend aan de klassieke oudheid. Het is een filosofie die naar de mening van de componist bij zijn eigen benadering van compositie past.
Met deze muziek zal Klassiek op Zondag vandaag afsluiten. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van zowel Bach als nu direct ook met Jenkins. Ik wens u fijne Paasdagen toe!
**Track 02 Karl Jenkins Palladio Allegretto
Track 03 Karl Jenkins Palladio Largo
Track 04 Karl Jenkins Palladio **
]]>
Het Paasoratorium onderscheidt zich van alle andere geestelijke composities van Bach door een gezongen handeling - dat wil zeggen het verhaal wordt niet door een Evangelist verteld - en door het ontbreken van koralen. Het werk sluit hiermee aan bij de dramatische Italiaanse oratoriumtraditie.
U gaat luisteren naar het Amsterdam Baroque Choir en het Amsterdam Baroque Orkest onder leiding van Ton Koopman.
**Track 01 Johan Sebastian Bach BWV 249**
De carrière van jazzmuzikant en componist Karl Jenkins schommelt voortdurend heen en weer tussen klassiek en populair. In zijn jonge jaren was hij eerste hoboïst van het jeugdorkest van Wales. Hij raakte echter zozeer geïnteresseerd in jazz, dat hij zijn hobo inruilde voor een sax. Een reclametune voor Delta Airlines werd onverwachts een publiekshit. Deze plotselinge populariteit inspireerde Jenkins tot het componeren voor de concertzaal. Je zou de stijl van Jenkins’ oratoria kunnen typeren als popmuziek, maar dan op een symfonische leest geschoeid. De vergelijking met de ‘klassieke’ Paul McCartney dringt zich op, al heeft Jenkins veel meer greep op de grote lijn. Opvallend is ook de vrijzinnigheid waarmee Jenkins de oeroude christelijke teksten aan eigen inzicht aanpast, al gingen Brahms, Fauré, Howells en Rutter hem hierin voor.
Palladio is geïnspireerd door de zestiende-eeuwse Italiaanse architect Andrea Palladio. Zijn werk zou harmonie en orde in de renaissance voorstellen. Kenmerken van Palladio zijn de mathematische harmonie en architecturale elementen welke ontleend aan de klassieke oudheid. Het is een filosofie die naar de mening van de componist bij zijn eigen benadering van compositie past.
Met deze muziek zal Klassiek op Zondag vandaag afsluiten. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van zowel Bach als nu direct ook met Jenkins. Ik wens u fijne Paasdagen toe!
**Track 02 Karl Jenkins Palladio Allegretto
Track 03 Karl Jenkins Palladio Largo
Track 04 Karl Jenkins Palladio **
]]>3033584-2nonoMon, 22 Apr 2019 09:16:51 +02001:02:16
https://hearthis.at/wjanv72-m7/klassiek-op-zondag-190317/
Een symfonie die hij op aandringen van zijn vrouw Clara in 1841 is begonnen omdat zij van hem graag orkestrale muziek wilde horen. In dat jaar ging hij voortvarend van start en binnen een maand had hij zijn eerste symfonie klaar: de Frühlingssymphonie. Gelijk erachteraan volgden een symfonietta voor orkest en het eerste deel van zijn pianoconcert. Halverwege dat jaar begon hij te werken aan een symfonie in D-mineur die aan het eind van datzelfde jaar in première ging. Het concert werd een grote flop en de componist kreeg het gevoel dat de koele reactie van het publiek te wijten was aan de kwaliteit van zijn symfonie.
Hij legde het werk opzij en gaf geen toestemming tot verdere uitvoeringen en hij hield publicatie tegen.
Bijna tien jaar later en twee nieuwe symfonieën verder keerde Schumann terug naar zijn eerdere creatie. Na een uitgebreide revisie hield hij eind 1852 zijn Symfonische Fantasie opnieuw ten doop. Dit is de originele titel, maar kort voor de première veranderde hij de naam definitief in Vierde Symfonie, alsof het stuk nooit eerder had bestaan.
De Vierde van Schumann is een afwisselend en origineel stuk met sterke contrasten tussen gevoelige, en zo hier en daar sombere lyriek en uitbundige energie. Goed mogelijk dat deze twee kanten een afspiegeling is van Schumann’s eigen persoonlijkheid. Hij schreef erover als “Florestan” en “Eusebius” die ook de twee tegengestelde zijden vormen van de geestesziekte waaraan hij leed.
Het werk onderscheidt zich – zeker in die tijd – door de afzonderlijke delen die in elkaar overlopen. Ook de originele titel “Symfonische Fantasie” is niet verwonderlijk: de struktuur van de symfonie is behoorlijk vrij en bij nadere bestudering ook behoorlijk ingewikkeld. Schumann’s grote voorbeelden bij de compositie van de Vierde zijn Beethoven en Schubert. De geleidelijke opbouw naar het laatste deel en de herhaling van de trio-sectie in het derde deel zijn mooie voorbeelden hiervan. Deze motieven komen overigens vaak in de andere delen voor en een mooi voorbeeld daarvan is het beginthema van de symfonie die weer opduikt in het tweede deel. Deze thematische transformatie is later door veel componisten toegepast.
Met de definitieve voltooiing van de Vierde is ook Schumann’s creatieve loopbaan vrijwel ten einde gekomen. De psychische stoornis waaraan hij leed begon in die periode steeds erger te worden en ontspoorde uiteindelijk volledig. Hij had altijd al geleden aan stemmingswisselingen en daar kwamen auditieve hallucinaties en waandenkbeelden bij. Hij probeerde zichzelf te verdrinken door van een brug in de Rijn te springen maar hij werd opgevist en naar een inrichting in de buurt van Bonn gebracht. Uiteindelijk heeft hij zichzelf doodgehongerd omdat hij zelfs zijn voedsel niet meer vertrouwde.
Generaties na Schumann, en dan met name de professionele musici, hebben altijd gemengde opvattingen gehad over de symfonieën van Schumann. De bezwaren hadden altijd betrekking op de orkestratie.
De originele versie van de Vierde verschilt aanzienlijk met de definitieve. Structuur is compacter, bepaalde frasen zijn uitgerekt of ingekrompen maar de orkestratie is de grootste wijziging: passages die solistisch in de originele versie stonden zijn veelal verdubbeld of te horen in meerdere instrumentengroepen gelijktijdig. Men kon de reden aanvankelijk niet achterhalen. Johannes Brahms gaf de voorkeur aan de originele versie maar dat stuitte op sterk verzet van Schumann’s vrouw Clara.
Schumann was geen goede dirigent en orkesten konden niet functioneren onder zijn zwakke muzikaal-leidinggevende capaciteiten. Om te voorkomen dat belangrijke melodielijnen zouden wegvallen door spelers die hun inzet mistten, zou Schumann ze hebben verdubbeld zodat er altijd wel iemand zou zijn die zou inzetten. Volgens Clara daarentegen was de definitieve versie de versie die Schumann’s muzikale bedoelingen het beste weergaf en was het geen compromis ter wille van tekortschietende orkestmusici. Tegenwoordig horen wij bijna altijd de definitieve.
Toch is er vaak aan muziek van Schumann gesleuteld door bijvoorbeeld Gustav Mahler die het werk van Schumann proberen te verbeteren. Critici laken veelal de dikke en ondoelmatige instrumentatie, het gebrek aan afwisseling in de orkestklank en incidentele blunders zoals het schrijven van noten die buiten het bereik van een instrument liggen.
We moeten ons wel beseffen dat die tijd anders is dan de tijd waarin wij nu leven. Steeds meer wordt geaccepteerd dat Schumann wist wat hij wilde en dat ook nauwkeurig op papier heeft gezet. De instrumenten en het orkest klonken in die tijd anders dan tegenwoordig. Ook de orkestbalans was anders: zo zaten de eerste en twede violen vroeger als groep tegenover elkaar in plaats van naast elkaar. Wat vroeger precies goed klonk, klinkt nu uit balans tenzij de spelers zich in hun manier van spelen aanpassen aan het klankbeeld dat de componist voor ogen had.
Verder moet men zich realiseren dat Schumann een heel eigen klankwereld oproept. Daniel Barenboim vergelijkt de symfonieën van Schumann met een persoon die niet helemaal in de maatschappij past, die anders denkt en zich anders kleedt. Zo is het symfonische werk van Schumann in zekere zin een buitenbeentje in het symfonische repertoire, en moet je je vooroordelen over hoe een symfonie hoort te klinken opzij zetten om er onbevangen van te kunnen genieten.
Track 1 Schumann - Symphony No. 4
Luisteraars, ik was niet kort van stof voorafgaand aan deze symfonie. Ik hoop in ieder geval niet nutteloos te zijn geweest. Feit is wel dat wij nu al afscheid gaan nemen en dat ik informatie over het nu volgende en laatste werk moet laten voor wat het is. Bob Voorn wil ik hartelijk danken voor de techniek. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van Schumann’s Vierde. Nu snel naar Perahia’s interpretatie van Mendelssohn’s eerste Pianoconcert. Een fijne dag!!
Track 2 Murray Perahia plays Mendelssohn's Piano Concerto No. 1 (1974)
]]>
Een symfonie die hij op aandringen van zijn vrouw Clara in 1841 is begonnen omdat zij van hem graag orkestrale muziek wilde horen. In dat jaar ging hij voortvarend van start en binnen een maand had hij zijn eerste symfonie klaar: de Frühlingssymphonie. Gelijk erachteraan volgden een symfonietta voor orkest en het eerste deel van zijn pianoconcert. Halverwege dat jaar begon hij te werken aan een symfonie in D-mineur die aan het eind van datzelfde jaar in première ging. Het concert werd een grote flop en de componist kreeg het gevoel dat de koele reactie van het publiek te wijten was aan de kwaliteit van zijn symfonie.
Hij legde het werk opzij en gaf geen toestemming tot verdere uitvoeringen en hij hield publicatie tegen.
Bijna tien jaar later en twee nieuwe symfonieën verder keerde Schumann terug naar zijn eerdere creatie. Na een uitgebreide revisie hield hij eind 1852 zijn Symfonische Fantasie opnieuw ten doop. Dit is de originele titel, maar kort voor de première veranderde hij de naam definitief in Vierde Symfonie, alsof het stuk nooit eerder had bestaan.
De Vierde van Schumann is een afwisselend en origineel stuk met sterke contrasten tussen gevoelige, en zo hier en daar sombere lyriek en uitbundige energie. Goed mogelijk dat deze twee kanten een afspiegeling is van Schumann’s eigen persoonlijkheid. Hij schreef erover als “Florestan” en “Eusebius” die ook de twee tegengestelde zijden vormen van de geestesziekte waaraan hij leed.
Het werk onderscheidt zich – zeker in die tijd – door de afzonderlijke delen die in elkaar overlopen. Ook de originele titel “Symfonische Fantasie” is niet verwonderlijk: de struktuur van de symfonie is behoorlijk vrij en bij nadere bestudering ook behoorlijk ingewikkeld. Schumann’s grote voorbeelden bij de compositie van de Vierde zijn Beethoven en Schubert. De geleidelijke opbouw naar het laatste deel en de herhaling van de trio-sectie in het derde deel zijn mooie voorbeelden hiervan. Deze motieven komen overigens vaak in de andere delen voor en een mooi voorbeeld daarvan is het beginthema van de symfonie die weer opduikt in het tweede deel. Deze thematische transformatie is later door veel componisten toegepast.
Met de definitieve voltooiing van de Vierde is ook Schumann’s creatieve loopbaan vrijwel ten einde gekomen. De psychische stoornis waaraan hij leed begon in die periode steeds erger te worden en ontspoorde uiteindelijk volledig. Hij had altijd al geleden aan stemmingswisselingen en daar kwamen auditieve hallucinaties en waandenkbeelden bij. Hij probeerde zichzelf te verdrinken door van een brug in de Rijn te springen maar hij werd opgevist en naar een inrichting in de buurt van Bonn gebracht. Uiteindelijk heeft hij zichzelf doodgehongerd omdat hij zelfs zijn voedsel niet meer vertrouwde.
Generaties na Schumann, en dan met name de professionele musici, hebben altijd gemengde opvattingen gehad over de symfonieën van Schumann. De bezwaren hadden altijd betrekking op de orkestratie.
De originele versie van de Vierde verschilt aanzienlijk met de definitieve. Structuur is compacter, bepaalde frasen zijn uitgerekt of ingekrompen maar de orkestratie is de grootste wijziging: passages die solistisch in de originele versie stonden zijn veelal verdubbeld of te horen in meerdere instrumentengroepen gelijktijdig. Men kon de reden aanvankelijk niet achterhalen. Johannes Brahms gaf de voorkeur aan de originele versie maar dat stuitte op sterk verzet van Schumann’s vrouw Clara.
Schumann was geen goede dirigent en orkesten konden niet functioneren onder zijn zwakke muzikaal-leidinggevende capaciteiten. Om te voorkomen dat belangrijke melodielijnen zouden wegvallen door spelers die hun inzet mistten, zou Schumann ze hebben verdubbeld zodat er altijd wel iemand zou zijn die zou inzetten. Volgens Clara daarentegen was de definitieve versie de versie die Schumann’s muzikale bedoelingen het beste weergaf en was het geen compromis ter wille van tekortschietende orkestmusici. Tegenwoordig horen wij bijna altijd de definitieve.
Toch is er vaak aan muziek van Schumann gesleuteld door bijvoorbeeld Gustav Mahler die het werk van Schumann proberen te verbeteren. Critici laken veelal de dikke en ondoelmatige instrumentatie, het gebrek aan afwisseling in de orkestklank en incidentele blunders zoals het schrijven van noten die buiten het bereik van een instrument liggen.
We moeten ons wel beseffen dat die tijd anders is dan de tijd waarin wij nu leven. Steeds meer wordt geaccepteerd dat Schumann wist wat hij wilde en dat ook nauwkeurig op papier heeft gezet. De instrumenten en het orkest klonken in die tijd anders dan tegenwoordig. Ook de orkestbalans was anders: zo zaten de eerste en twede violen vroeger als groep tegenover elkaar in plaats van naast elkaar. Wat vroeger precies goed klonk, klinkt nu uit balans tenzij de spelers zich in hun manier van spelen aanpassen aan het klankbeeld dat de componist voor ogen had.
Verder moet men zich realiseren dat Schumann een heel eigen klankwereld oproept. Daniel Barenboim vergelijkt de symfonieën van Schumann met een persoon die niet helemaal in de maatschappij past, die anders denkt en zich anders kleedt. Zo is het symfonische werk van Schumann in zekere zin een buitenbeentje in het symfonische repertoire, en moet je je vooroordelen over hoe een symfonie hoort te klinken opzij zetten om er onbevangen van te kunnen genieten.
Track 1 Schumann - Symphony No. 4
Luisteraars, ik was niet kort van stof voorafgaand aan deze symfonie. Ik hoop in ieder geval niet nutteloos te zijn geweest. Feit is wel dat wij nu al afscheid gaan nemen en dat ik informatie over het nu volgende en laatste werk moet laten voor wat het is. Bob Voorn wil ik hartelijk danken voor de techniek. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van Schumann’s Vierde. Nu snel naar Perahia’s interpretatie van Mendelssohn’s eerste Pianoconcert. Een fijne dag!!
Track 2 Murray Perahia plays Mendelssohn's Piano Concerto No. 1 (1974)
]]>2882197-2nonoWed, 13 Mar 2019 14:26:21 +01001:01:21
https://hearthis.at/wjanv72-m7/klassiek-op-zondag-190120/
Track 01 Maarten Ornstein en Mike Fentross - Quoy Clorinde - Huygens - Podium Witteman
Muziek die mij altijd fascineert is die van Dmitri Shostakovich. Ik ben helemaal weg van zijn Gadfly Suite. Deel zeven daarvan heeft hij direct gebruikt in zijn prelude van de Five Pieces for Two Violins. Maar u gaat luisteren naar alle vijf delen: Prelude, Gavotte, Elegy, Waltz en het laatste deel, de Polka.
Track 02 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins I Prelude
Track 03 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins II Gavotte
Track 04 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins III Elegy
Track 05 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins IV Waltz
Track 06 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins V Polka
Sergei Prokofiev's tweede Pianoconcert kent een technische uitdaging in het Scherzo...
Track 07 Sergei Prokofiev Piano Concerto No.2 in G minor op.16 Part 2
Vele componisten hebben een eigenaardigheid. De Russische componist Alexander Scriabin is geboren op eerste kerstdag 1871. Hij stierf met Pasen op 14 april 1915. Van zijn hand hoort u het eerste deel uit de tweede Prelude voor piano.
Track 08 Alexander Scriabin, 24 Preludes, Op.11, Part I_ No. 2 in A Minor
Wie aan het klassieke lied denkt, denkt vooral aan Schubert, Schumann, Wolf, Strauss etcetera. Franse componisten hadden dan ook heel wat moeite om deze Duitse hegemonie te doorbreken. Toen de Franse liedproductie eenmaal opgang was gekomen, was er geen houden meer aan. Er is ooit uitgerekend dat negen Franse componisten waaronder Faure, Bizet, Ravel, Debussy, Hahn en Poulenc, goed waren voor een productie van ruim 800 liederen. Nu Apres un reve van Gabriel Faure.
Track 09 Gabriel Faure, Après un rêve, Op. 7, No. 1
Iets heel anders luisteraars. Liet ik de vorige keer nog muziek horen van Mendelsohn in een nieuw jasje door trompettist Andre Heuvelman, nu is het de beurt aan de Nederlandse saxofonist Yuri Honing. U hoort het Yuri Honing Acoustic Quartet met Desire.
Track 10 Yuri Honing, Desire
Duits en Brits, tijdgenoten en nationale helden. Ik heb het over Johannes Brahms en Edward Elgar. Achtereenvolgens hoort u de eerste dans uit de Hongaarse Dansen en Salut d'Amour.
Tsja... en wat moet je nog van Beethoven vertellen? Eerste Weense School... Hij werd beinvloed door ondermeer Mozart, Bach, Haydn, Handel en Schiller en van zijn hand hoort u nu het largo uit zijn derde pianoconcert.
Track 13 Ludwig van Beethoven - Piano Concerto No.3 – Largo
Tot slot kunt u nog gaan luisteren naar een tweetal Franse componisten. Het wiegenlied van Gabriel Faure genaamd Berceuse en zolang de tijd het toelaat de derde Gnossienne van Erik Satie. Bob Voorn was de technische man van deze uitzending. Graag tot een volgende keer. Ik wens u een fijne zondag toe.
Track 14 Gabriel Faure, Berceuse, Op. 16
Track 15 Erik SATIE_ Gnossienne No. 3
Track 16 Erik Satie – Gymnopedie No.1]]>
Track 01 Maarten Ornstein en Mike Fentross - Quoy Clorinde - Huygens - Podium Witteman
Muziek die mij altijd fascineert is die van Dmitri Shostakovich. Ik ben helemaal weg van zijn Gadfly Suite. Deel zeven daarvan heeft hij direct gebruikt in zijn prelude van de Five Pieces for Two Violins. Maar u gaat luisteren naar alle vijf delen: Prelude, Gavotte, Elegy, Waltz en het laatste deel, de Polka.
Track 02 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins I Prelude
Track 03 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins II Gavotte
Track 04 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins III Elegy
Track 05 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins IV Waltz
Track 06 Shostakovich_ Five Pieces For Two Violins V Polka
Sergei Prokofiev's tweede Pianoconcert kent een technische uitdaging in het Scherzo...
Track 07 Sergei Prokofiev Piano Concerto No.2 in G minor op.16 Part 2
Vele componisten hebben een eigenaardigheid. De Russische componist Alexander Scriabin is geboren op eerste kerstdag 1871. Hij stierf met Pasen op 14 april 1915. Van zijn hand hoort u het eerste deel uit de tweede Prelude voor piano.
Track 08 Alexander Scriabin, 24 Preludes, Op.11, Part I_ No. 2 in A Minor
Wie aan het klassieke lied denkt, denkt vooral aan Schubert, Schumann, Wolf, Strauss etcetera. Franse componisten hadden dan ook heel wat moeite om deze Duitse hegemonie te doorbreken. Toen de Franse liedproductie eenmaal opgang was gekomen, was er geen houden meer aan. Er is ooit uitgerekend dat negen Franse componisten waaronder Faure, Bizet, Ravel, Debussy, Hahn en Poulenc, goed waren voor een productie van ruim 800 liederen. Nu Apres un reve van Gabriel Faure.
Track 09 Gabriel Faure, Après un rêve, Op. 7, No. 1
Iets heel anders luisteraars. Liet ik de vorige keer nog muziek horen van Mendelsohn in een nieuw jasje door trompettist Andre Heuvelman, nu is het de beurt aan de Nederlandse saxofonist Yuri Honing. U hoort het Yuri Honing Acoustic Quartet met Desire.
Track 10 Yuri Honing, Desire
Duits en Brits, tijdgenoten en nationale helden. Ik heb het over Johannes Brahms en Edward Elgar. Achtereenvolgens hoort u de eerste dans uit de Hongaarse Dansen en Salut d'Amour.
Tsja... en wat moet je nog van Beethoven vertellen? Eerste Weense School... Hij werd beinvloed door ondermeer Mozart, Bach, Haydn, Handel en Schiller en van zijn hand hoort u nu het largo uit zijn derde pianoconcert.
Track 13 Ludwig van Beethoven - Piano Concerto No.3 – Largo
Tot slot kunt u nog gaan luisteren naar een tweetal Franse componisten. Het wiegenlied van Gabriel Faure genaamd Berceuse en zolang de tijd het toelaat de derde Gnossienne van Erik Satie. Bob Voorn was de technische man van deze uitzending. Graag tot een volgende keer. Ik wens u een fijne zondag toe.
Track 14 Gabriel Faure, Berceuse, Op. 16
Track 15 Erik SATIE_ Gnossienne No. 3
Track 16 Erik Satie – Gymnopedie No.1]]>2760624-2nonoThu, 17 Jan 2019 19:26:41 +01001:01:05
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz181216-sunday-morning-1/
Track 01 Allegro uit Vivaldi’s ‘La Stravaganza’ Concerto No. 4 in A minor
De jonge Zuid-Koreaanse pianiste HJ Lim is de ster in de nu volgende muziek van Ludwig von Beethoven: het allegro uit Piano Sonata No. 17, The Tempest III
Track 02 Allegretto uit Beethoven’s Piano Sonata no 17, The Tempest III
Ik moet u eerlijkheids halve iets bekennen luisteraars. De playlist van vandaag is een gedeelte uit een langere playlist die ik vond op internet. Het is samengesteld door mevrouw Petra Gerrese, programmamaker bij de NTR. Haar komt uiteindelijk de eer toe bij het samenstellen.
U gaat nu luisteren naar Prayer uit Jewish Life van Ernest Bloch. De Argentijnse cellist Antonio Lysy is de uitvoerder in deze muziek.
Track 03 Prayer uit Jewish Life van Ernest Bloch
We kennen allemaal “The Girl with the Flaxen Hair” van de franse componist Claude Debussy. Het is het achtste werk uit zijn eerste boek Preludes. Deze muziek wordt nu uitgevoerd door de Sloveense pianiste Dubravka Tomsic-Srebotnjak.
Track 04 Claude Debussy, La fille aux cheveux de lin uit Preludes, boek 1 no. 8
Niemand minder dan de wereldberoemde cellist Yo-yo Ma is de uitvoerende partij in het nu volgende werk van Johann Christian Bach: uit Sinfonia Concertante in A major. U hoort het Rondeau.
Track 05 Sinfonia concertante in A major (Johann Christian Bach): Rondeau – allegro assai
Laatst hoorde ik op radio 4 muziek van Monteverdi. Niet zomaar Monteverdi, nee, een arrangement van trompettist Andre Heuvelman. Wat is het dan leuk om nu ook deze muziek weer in deze playlist van Petra Gerrese tegen te komen. U gaat luisteren naar Si dolce e’l tormento, maar dan in een iets moderner en voor trompet aangespast jasje.
Track 06 Claudio Monteverdi: Si dolce e’l tormento (modern arr. Trompettist Andre Heuvelman)
Prokofiev, vooral bekend door zijn composities Peter en de Wolf en de baletmuziek voor Romeo en Julia naar het theaterstuk van Shakespeare, heeft veel meer op zijn oevre staan. Violist David Oistrakh en pianist Vladimir Yampolsky zijn de meesters in Prokofiev’s Violin Sonata No. 2 in D major. U gaat luisteren naar het presto.
Track 07 Sergei Prokofiev: Violin Sonata No 2 in D major (presto)
Één van de fijnste componisten vind ik Frédéric Chopin, maar dat is natuurlijk heel persoonlijk. Zubin Mehta daarentegen staat altijd garant voor hoogwaardige muziek. Voeg daar nog eens de pianist Murray Perahia aan toe, dan kan de pret niet meer op. U gaat luisteren naar het Israël Philharmonic Orchestra in het Maestoso uit het tweede Piano concert in f klein... van Frédéric Chopin.
Track 08 Maestoso uit het 2e Piano concert in f klein van Frédéric Chopin
Een voor mij onbekendere componist doet nu zijn intrede. Ik heb het over de Russische componist Anatoly Lyadov. Hij werd geboren in 1855 in Sint Petersburg, in een familie van vooraanstaande Russische muzikanten. Hij werd informeel onderwezen door zijn stiefvader Konstantin Lyadov die dirigent was. In 1870 ging hij naar het Sint Petersburg Conservatorium om piano en viool te studeren.
Hij gaf al snel zijn instrumentale stuie op om zich te concentreren op contrapunt en fuga, hoewel hij een prima pianist bleef. Zijn natuurlijke muzikale talent werd hoog aangeschreven door onder andere Modest Mussorgsky en tijdens de jaren 70 werd hij geassocieerd met de groep van componisten die bekend stond als The Mighty Handful. Hij ging naar de compositieklassen van Nikolai Rimsky-Korsakov, maar werd in 1876 wegens absenteïsme verbannen. In 1878 werd hij opnieuw toegelaten tot deze lesen om zijn afstudeersamenstelling te voltooien. U hoort, een enerverende componist die uiteindelijk geheel zijn eigen weg wilde volgen.
Van de pianohand van de Russische pianiste Olga Solvieva hoort u uit de 3 Pieces van Anatoly Lyadov, de Prelude in B mineur.
Track 09 Prelude in B mineur uit 3 Pieces van Anatoly Lyadov
Track 10 J.S. Bach Brandenburg concerto no. 3 in G major, BWV 1048: III. Allegro
Artist: Voices of Music
En gelijk achter de muziek van Anatoly Lyadov hoorde u de bekende klanken uit de Brandenburg concert van Johan Sebastian Bach door de Voices of Music. En zo zijn wij al weer aan het einde van deze uitzending. Bob Voorn, hartelijk bedankt voor de technische kant van dit programma.]]>
Track 01 Allegro uit Vivaldi’s ‘La Stravaganza’ Concerto No. 4 in A minor
De jonge Zuid-Koreaanse pianiste HJ Lim is de ster in de nu volgende muziek van Ludwig von Beethoven: het allegro uit Piano Sonata No. 17, The Tempest III
Track 02 Allegretto uit Beethoven’s Piano Sonata no 17, The Tempest III
Ik moet u eerlijkheids halve iets bekennen luisteraars. De playlist van vandaag is een gedeelte uit een langere playlist die ik vond op internet. Het is samengesteld door mevrouw Petra Gerrese, programmamaker bij de NTR. Haar komt uiteindelijk de eer toe bij het samenstellen.
U gaat nu luisteren naar Prayer uit Jewish Life van Ernest Bloch. De Argentijnse cellist Antonio Lysy is de uitvoerder in deze muziek.
Track 03 Prayer uit Jewish Life van Ernest Bloch
We kennen allemaal “The Girl with the Flaxen Hair” van de franse componist Claude Debussy. Het is het achtste werk uit zijn eerste boek Preludes. Deze muziek wordt nu uitgevoerd door de Sloveense pianiste Dubravka Tomsic-Srebotnjak.
Track 04 Claude Debussy, La fille aux cheveux de lin uit Preludes, boek 1 no. 8
Niemand minder dan de wereldberoemde cellist Yo-yo Ma is de uitvoerende partij in het nu volgende werk van Johann Christian Bach: uit Sinfonia Concertante in A major. U hoort het Rondeau.
Track 05 Sinfonia concertante in A major (Johann Christian Bach): Rondeau – allegro assai
Laatst hoorde ik op radio 4 muziek van Monteverdi. Niet zomaar Monteverdi, nee, een arrangement van trompettist Andre Heuvelman. Wat is het dan leuk om nu ook deze muziek weer in deze playlist van Petra Gerrese tegen te komen. U gaat luisteren naar Si dolce e’l tormento, maar dan in een iets moderner en voor trompet aangespast jasje.
Track 06 Claudio Monteverdi: Si dolce e’l tormento (modern arr. Trompettist Andre Heuvelman)
Prokofiev, vooral bekend door zijn composities Peter en de Wolf en de baletmuziek voor Romeo en Julia naar het theaterstuk van Shakespeare, heeft veel meer op zijn oevre staan. Violist David Oistrakh en pianist Vladimir Yampolsky zijn de meesters in Prokofiev’s Violin Sonata No. 2 in D major. U gaat luisteren naar het presto.
Track 07 Sergei Prokofiev: Violin Sonata No 2 in D major (presto)
Één van de fijnste componisten vind ik Frédéric Chopin, maar dat is natuurlijk heel persoonlijk. Zubin Mehta daarentegen staat altijd garant voor hoogwaardige muziek. Voeg daar nog eens de pianist Murray Perahia aan toe, dan kan de pret niet meer op. U gaat luisteren naar het Israël Philharmonic Orchestra in het Maestoso uit het tweede Piano concert in f klein... van Frédéric Chopin.
Track 08 Maestoso uit het 2e Piano concert in f klein van Frédéric Chopin
Een voor mij onbekendere componist doet nu zijn intrede. Ik heb het over de Russische componist Anatoly Lyadov. Hij werd geboren in 1855 in Sint Petersburg, in een familie van vooraanstaande Russische muzikanten. Hij werd informeel onderwezen door zijn stiefvader Konstantin Lyadov die dirigent was. In 1870 ging hij naar het Sint Petersburg Conservatorium om piano en viool te studeren.
Hij gaf al snel zijn instrumentale stuie op om zich te concentreren op contrapunt en fuga, hoewel hij een prima pianist bleef. Zijn natuurlijke muzikale talent werd hoog aangeschreven door onder andere Modest Mussorgsky en tijdens de jaren 70 werd hij geassocieerd met de groep van componisten die bekend stond als The Mighty Handful. Hij ging naar de compositieklassen van Nikolai Rimsky-Korsakov, maar werd in 1876 wegens absenteïsme verbannen. In 1878 werd hij opnieuw toegelaten tot deze lesen om zijn afstudeersamenstelling te voltooien. U hoort, een enerverende componist die uiteindelijk geheel zijn eigen weg wilde volgen.
Van de pianohand van de Russische pianiste Olga Solvieva hoort u uit de 3 Pieces van Anatoly Lyadov, de Prelude in B mineur.
Track 09 Prelude in B mineur uit 3 Pieces van Anatoly Lyadov
Track 10 J.S. Bach Brandenburg concerto no. 3 in G major, BWV 1048: III. Allegro
Artist: Voices of Music
En gelijk achter de muziek van Anatoly Lyadov hoorde u de bekende klanken uit de Brandenburg concert van Johan Sebastian Bach door de Voices of Music. En zo zijn wij al weer aan het einde van deze uitzending. Bob Voorn, hartelijk bedankt voor de technische kant van dit programma.]]>2610834-2nonoMon, 03 Dec 2018 12:35:38 +010058:06
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz-181118-instrumentale-diversiteit/
Alstublieft: de Academische Festival Ouverture van componist Johannes Brahms. Hij schreef deze muziek in 1880 als eerbetoon aan de universiteit van Breslau, die hem had laten weten dat het hem een eredoctoraat in de filosofie zou toekennen. U hoorde de Chicago Symphony Orchestra onder leiding van de Hongaarse dirigent George Solti en misschien dat u onderdelen heeft herkend als “een leeuw op voetbalschoenen” of het studentenlied “gaudeamus igitur”.
Iets heel anders: heeft u wel eens gehoord van het uniek internationaal consort van renaissanceblokfluiten gespecialisserd in muziek uit de gouden eeuw van de polyfonie? Ze luistert naar de naam: “The Royal Wind Music”. Van dit ensemble hoort u nu twee titels, achtereenvolgens: Gagliarda Seconda detta La Scabrosetta van componist Giovanni Maria Trabaci, daarna van componist Cipriano de Rora, Da Pacem Domine.
Track 02 Cipriano de Rore: Da Pacem, Domine
Track 03 Giovanni Maria Trabaci: Gagliarda Seconda detta La Scabrosetta
Tsja, kamermuziek als deze, daar vul ik graag mijn zondag mee in. Een ander instrument, eentje die hier niet snel te beluisteren is, maar zeker de moeite waard is om aangehoord te worden. En dat speelt dan ook nog eens Johann Sebastian Bach... Passacaglia in een arrangement voor: Accordeon. U gaat luisteren naar de dames Renée Bekkers en Pieternel Berkers die samen het accordeonduo TOEAC vormen.
Track 04 Johann Sebastian Bach: Passacaglia
Track 05 Astor Piazzolla: Oblivion
Ik vind dit echt heel erg special en daarom hoorde u ook deze toegift: Piazzolla Oblivion door TOEAC accordeonduo, live tijdens podium Witteman in 2016.
De nu volgende muziek is ook heel erg speciaal, maar laat ik nu in ieder geval voor mijzelf spreken. U gaat luisteren naar een live opname uit 1998 van Variaties over een thema van Georg Fredrich Händel van de hand van componist Mauro Giuliani door mijn lieve vrouw, de gitariste Cseperke Visser.
Track 06 Mauro Giuliani: Variaties over een thema van Georg Frederich Händel
Kort geleden bezocht ik een concert van het wereldberoemde gitaarduo, de hongaarse Katona Twins. Ongelooflijk wat deze twee jongens, gezamenlijk net zo oud als Bernstein dit jaar zou worden: één eeuw. Op het programma stond muziek van Piazzolla die speciaal voor de Assad Brothers Guitar Duo is geschreven. Dit duo is dé inspiratiebron voor de Katona Twins. Niet de Tango Suite, maar tango 1 gaat u nu horen door dit fantastische duo!
Track 07 Astor Piazzolla: Tango 1
En zo gaan we een heel aantal verschillende instrumenten bij langs. Het wereldje dat mijzelf bekend is, is die van het koper. Als lid van de Regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’ heb ik ook een functie als trompettist in het koperkwintet. Voor deze samenstelling is veel muziek geschreven. Zo liet ik twee maanden geleden nog de Armenian Scenes horen. Nu uit een andere hoek: Victor Ewald. Hij schreef vier kwintetten. Alle vier zijn ze beroemd in het wereldje van de koperblazers, maar ik laat u nu een oude live opname van het eerste kwintet horen. U hoort het Brass Quintet van de Chicago Symphony Orchestra uit 1966.
Track 08 Victor Ewald: Quintet 1
En we blijven in de koperklanken. Ik neem alvast afscheid van u, maar niet voordat ik Bob Voorn heb bedankt. Hij verzorgt elke keer maar weer de techniek die nodig is om dit soort programma’s voor u te maken. Snel door naar Maria de Buenos Aires van Astor Piazzolla door de Brass Sectie van ons Koninklijk Concertgebouw Orkest. Een fijne zondag gewenst!
Track 09 Maria de Buenos Aires, Piazzolla - Brass of the Royal Concertgebouw Orchestra 10:40
]]>
Alstublieft: de Academische Festival Ouverture van componist Johannes Brahms. Hij schreef deze muziek in 1880 als eerbetoon aan de universiteit van Breslau, die hem had laten weten dat het hem een eredoctoraat in de filosofie zou toekennen. U hoorde de Chicago Symphony Orchestra onder leiding van de Hongaarse dirigent George Solti en misschien dat u onderdelen heeft herkend als “een leeuw op voetbalschoenen” of het studentenlied “gaudeamus igitur”.
Iets heel anders: heeft u wel eens gehoord van het uniek internationaal consort van renaissanceblokfluiten gespecialisserd in muziek uit de gouden eeuw van de polyfonie? Ze luistert naar de naam: “The Royal Wind Music”. Van dit ensemble hoort u nu twee titels, achtereenvolgens: Gagliarda Seconda detta La Scabrosetta van componist Giovanni Maria Trabaci, daarna van componist Cipriano de Rora, Da Pacem Domine.
Track 02 Cipriano de Rore: Da Pacem, Domine
Track 03 Giovanni Maria Trabaci: Gagliarda Seconda detta La Scabrosetta
Tsja, kamermuziek als deze, daar vul ik graag mijn zondag mee in. Een ander instrument, eentje die hier niet snel te beluisteren is, maar zeker de moeite waard is om aangehoord te worden. En dat speelt dan ook nog eens Johann Sebastian Bach... Passacaglia in een arrangement voor: Accordeon. U gaat luisteren naar de dames Renée Bekkers en Pieternel Berkers die samen het accordeonduo TOEAC vormen.
Track 04 Johann Sebastian Bach: Passacaglia
Track 05 Astor Piazzolla: Oblivion
Ik vind dit echt heel erg special en daarom hoorde u ook deze toegift: Piazzolla Oblivion door TOEAC accordeonduo, live tijdens podium Witteman in 2016.
De nu volgende muziek is ook heel erg speciaal, maar laat ik nu in ieder geval voor mijzelf spreken. U gaat luisteren naar een live opname uit 1998 van Variaties over een thema van Georg Fredrich Händel van de hand van componist Mauro Giuliani door mijn lieve vrouw, de gitariste Cseperke Visser.
Track 06 Mauro Giuliani: Variaties over een thema van Georg Frederich Händel
Kort geleden bezocht ik een concert van het wereldberoemde gitaarduo, de hongaarse Katona Twins. Ongelooflijk wat deze twee jongens, gezamenlijk net zo oud als Bernstein dit jaar zou worden: één eeuw. Op het programma stond muziek van Piazzolla die speciaal voor de Assad Brothers Guitar Duo is geschreven. Dit duo is dé inspiratiebron voor de Katona Twins. Niet de Tango Suite, maar tango 1 gaat u nu horen door dit fantastische duo!
Track 07 Astor Piazzolla: Tango 1
En zo gaan we een heel aantal verschillende instrumenten bij langs. Het wereldje dat mijzelf bekend is, is die van het koper. Als lid van de Regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’ heb ik ook een functie als trompettist in het koperkwintet. Voor deze samenstelling is veel muziek geschreven. Zo liet ik twee maanden geleden nog de Armenian Scenes horen. Nu uit een andere hoek: Victor Ewald. Hij schreef vier kwintetten. Alle vier zijn ze beroemd in het wereldje van de koperblazers, maar ik laat u nu een oude live opname van het eerste kwintet horen. U hoort het Brass Quintet van de Chicago Symphony Orchestra uit 1966.
Track 08 Victor Ewald: Quintet 1
En we blijven in de koperklanken. Ik neem alvast afscheid van u, maar niet voordat ik Bob Voorn heb bedankt. Hij verzorgt elke keer maar weer de techniek die nodig is om dit soort programma’s voor u te maken. Snel door naar Maria de Buenos Aires van Astor Piazzolla door de Brass Sectie van ons Koninklijk Concertgebouw Orkest. Een fijne zondag gewenst!
Track 09 Maria de Buenos Aires, Piazzolla - Brass of the Royal Concertgebouw Orchestra 10:40
]]>2535497-2nonoMon, 12 Nov 2018 12:15:56 +01001:04:20
https://hearthis.at/wjanv72-m7/klassiek-op-zondag-181021/
Ik citeer uit het eerste nummer van Klassieke Zaken van dit jaar: “De bijnaam is afkomstig van een beschrijving van Ludwig Rellstab, een vriend van Beethoven. Hij beschreef het eerste deel als een meer in de maneschijn, maar dan heeft hij het opeens over een eolische harp. Toen Beethoven aan deze sonate begon, verscheen er in de Allgemeine musikalische Zeitung een recensie van Dalbergs spookje Die Äolsharfe. Beethoven heeft op dit tijdschrift een notitie geschreven dat hij zo’n eolische harp wilde hebben. In het sprookje is sprake van een eiland in de wolken dat zachtjes met zilveren stralen door de maan wordt beschenen en wordt bewoond door de geesten van mensen die zijn gestorven voordat ze hun liefdeswens konden vervullen. Dan denk je meteen aan Romeo en Julia. De eolische harp geeft hun de macht om hun verdriet over te brengen aan de mensen op aarde zodat gelijkgestemde zielen kunnen delen in hun lijden. Ik denk dat de associatie met de windharp en de maneschijn van Beethoven afkomstig kan zijn. Bij een eolische harp worden de klanken voortgebracht door de wind, als de stem van God, maar Beethoven moet ook aan een conventionele harp hebben gedacht. Dat is te horen in de telkens herhaalde begeleidingsfiguren van het eerste deel.”
Track 03 Beethoven: Piano Sonata #14 in Cis mineur Op 27 No 2, ‘Moonlight’
In een latere uitgave van Klassieke Zaken wordt geschreven over het jonge Busch Trio, in 2012 opgericht en bestaand uit de Nederlander Mathieu van Bellen op viool en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein op cello en piano. Zij zijn in de wereld van de Tsjech Dvorák gedoken met als resultaat meerdere cd’s waarop alle kamermuziek van Dvorák geregistreerd staat.
Opvallend aan het geheel is dat het Busch Trio zich na de profilerende cd met het Derde en Vierde pianotrio direct stortte op de kwartetten en nu ook de kwintetten. Van Bellen is niet bang dat de signatuur van het trio opgaant in het geheel. Samen met Miguel da Silva en Maria Milstein is het een kwestie van jezelf wegcijferen ten dienste van de muziek. “Natuurlijk hebben we Miguel en Maria gekozen omdat we een overeenkomst in speelstijl en grondhouding voelen. Daarnaast hebben we ons ook met de kwintetten eerst als trio grondig voorbereid. Zo blijft onze trioklank gewaarborgd.”
Track 04 Busch Trio - Dvorak F-minor Trio (III)
Schrikt u niet luisteraars: er komt nu heel iets anders, barok, Buxtehude.
Dietrich Buxtehude was niet alleen zo’n goede kerkorganist dat Johann Sebastian Bach de toorn van zijn werkgevers trotseerde om hem zo lang mogelijk te horen spelen, hij was ook een groot organisator met oog en oor voor de wensen van de gemeenschap. Als organist van de Marienkirche in Lübeck maakte hij zich sterk om meer publiek te trekken. Hij deed dat met de Abendmusiken, concerten los van de liturgie, vol afwisselende muziek die de werkende mens een aangenaam ontspannen late namiddag of avond bezorgden. Zijn concerten werden in heel Europa geroemd als iets unieks en waren op zich al een reden om naar Lübeck te reizen.
Luistert u nu naar Benedicam Dominum, Abendmusik van Dietrich Buxtehude.
De muziek welke ik u liet horen vandaag is samengesteld uit diverse bladen Klassieke Zaken. Ik vind het een leuk blad om ook achtergronden van nieuwe muziekregistraties te kennen. Heerlijk ontspannen op zondag na kerktijd. Ik besteed daar graag mijn tijd aan. Het nu volgende werk is ook beschreven in Klassieke Zaken alleen ik kon de juiste registratie niet vinden.
Arvo Pärt componeert oude muziek in een nieuw jasje,volgens Jörgen van Rijen. Deze gedachte was voor hem aanleiding om met toestemming en uiteindelijke goedkeuring van de componist zelf, van Fratres een meeslepend trombone arrangement te maken. Helaas kon ik niet op tijd aan de registratie van Van Rijen zelf komen. Zo direct hoort u een alternatief van trombonist Daniel Ploeger, maar ik weet jammer genoeg niet wie de begeleidingsrol voor haar rekening neemt. Overigens doet dat niets af van de schoonheid van deze minimalistische muziek van Arvo Pärt.
Fratres is gelijk ook de afsluiter van deze uitzending van Klassiek op Zondag. Bob Voorn was wederom de betrouwbare technikus. Ik hoop dat u heeft genoten van deze praktische Klassieke Zaken. Ik wens u een fijne zondag toe.
Track 07 Arvo Pärt - Fratres for trombone and strings
]]>
Ik citeer uit het eerste nummer van Klassieke Zaken van dit jaar: “De bijnaam is afkomstig van een beschrijving van Ludwig Rellstab, een vriend van Beethoven. Hij beschreef het eerste deel als een meer in de maneschijn, maar dan heeft hij het opeens over een eolische harp. Toen Beethoven aan deze sonate begon, verscheen er in de Allgemeine musikalische Zeitung een recensie van Dalbergs spookje Die Äolsharfe. Beethoven heeft op dit tijdschrift een notitie geschreven dat hij zo’n eolische harp wilde hebben. In het sprookje is sprake van een eiland in de wolken dat zachtjes met zilveren stralen door de maan wordt beschenen en wordt bewoond door de geesten van mensen die zijn gestorven voordat ze hun liefdeswens konden vervullen. Dan denk je meteen aan Romeo en Julia. De eolische harp geeft hun de macht om hun verdriet over te brengen aan de mensen op aarde zodat gelijkgestemde zielen kunnen delen in hun lijden. Ik denk dat de associatie met de windharp en de maneschijn van Beethoven afkomstig kan zijn. Bij een eolische harp worden de klanken voortgebracht door de wind, als de stem van God, maar Beethoven moet ook aan een conventionele harp hebben gedacht. Dat is te horen in de telkens herhaalde begeleidingsfiguren van het eerste deel.”
Track 03 Beethoven: Piano Sonata #14 in Cis mineur Op 27 No 2, ‘Moonlight’
In een latere uitgave van Klassieke Zaken wordt geschreven over het jonge Busch Trio, in 2012 opgericht en bestaand uit de Nederlander Mathieu van Bellen op viool en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein op cello en piano. Zij zijn in de wereld van de Tsjech Dvorák gedoken met als resultaat meerdere cd’s waarop alle kamermuziek van Dvorák geregistreerd staat.
Opvallend aan het geheel is dat het Busch Trio zich na de profilerende cd met het Derde en Vierde pianotrio direct stortte op de kwartetten en nu ook de kwintetten. Van Bellen is niet bang dat de signatuur van het trio opgaant in het geheel. Samen met Miguel da Silva en Maria Milstein is het een kwestie van jezelf wegcijferen ten dienste van de muziek. “Natuurlijk hebben we Miguel en Maria gekozen omdat we een overeenkomst in speelstijl en grondhouding voelen. Daarnaast hebben we ons ook met de kwintetten eerst als trio grondig voorbereid. Zo blijft onze trioklank gewaarborgd.”
Track 04 Busch Trio - Dvorak F-minor Trio (III)
Schrikt u niet luisteraars: er komt nu heel iets anders, barok, Buxtehude.
Dietrich Buxtehude was niet alleen zo’n goede kerkorganist dat Johann Sebastian Bach de toorn van zijn werkgevers trotseerde om hem zo lang mogelijk te horen spelen, hij was ook een groot organisator met oog en oor voor de wensen van de gemeenschap. Als organist van de Marienkirche in Lübeck maakte hij zich sterk om meer publiek te trekken. Hij deed dat met de Abendmusiken, concerten los van de liturgie, vol afwisselende muziek die de werkende mens een aangenaam ontspannen late namiddag of avond bezorgden. Zijn concerten werden in heel Europa geroemd als iets unieks en waren op zich al een reden om naar Lübeck te reizen.
Luistert u nu naar Benedicam Dominum, Abendmusik van Dietrich Buxtehude.
De muziek welke ik u liet horen vandaag is samengesteld uit diverse bladen Klassieke Zaken. Ik vind het een leuk blad om ook achtergronden van nieuwe muziekregistraties te kennen. Heerlijk ontspannen op zondag na kerktijd. Ik besteed daar graag mijn tijd aan. Het nu volgende werk is ook beschreven in Klassieke Zaken alleen ik kon de juiste registratie niet vinden.
Arvo Pärt componeert oude muziek in een nieuw jasje,volgens Jörgen van Rijen. Deze gedachte was voor hem aanleiding om met toestemming en uiteindelijke goedkeuring van de componist zelf, van Fratres een meeslepend trombone arrangement te maken. Helaas kon ik niet op tijd aan de registratie van Van Rijen zelf komen. Zo direct hoort u een alternatief van trombonist Daniel Ploeger, maar ik weet jammer genoeg niet wie de begeleidingsrol voor haar rekening neemt. Overigens doet dat niets af van de schoonheid van deze minimalistische muziek van Arvo Pärt.
Fratres is gelijk ook de afsluiter van deze uitzending van Klassiek op Zondag. Bob Voorn was wederom de betrouwbare technikus. Ik hoop dat u heeft genoten van deze praktische Klassieke Zaken. Ik wens u een fijne zondag toe.
Track 07 Arvo Pärt - Fratres for trombone and strings
]]>2438478-2nonoMon, 08 Oct 2018 11:29:40 +020058:03
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz180916-armeense-componisten-y2r/
Welkom luisteraars, bij Klassiek op Zondag. Zojuist hoorde u eigenlijk een stukje filmmuziek. Het was de mars van Zangezur uit de gelijknamige Sovjet-Armeense oorlogsfilm uit 1938 van regiseur Hamo Beknazarian. De film gaat over partizanen, de Dashnak, een oppositiebeweging tegen de inval van het Rode Leger en de plaatselijke meerderheid, de bolsjewieken, in de Armeense provincie Zangezur ten tijde van de Sovjetisering. U merkt het al, het thema voor deze aflevering van Klassiek op Zondag is muziek uit Armenië. De muziek voor deze Armeense film is van de hand van Aram Khachaturian.
Een paar weken geleden moest ik samen met een aantal collega’s muziek verzorgen op een herdenking op landgoed Bronbeek. Veelal spelen wij dan in de sfeer van zo’n evenement en in veel gevallen zijn dat dan koralen. Deze keer echter, hebben wij gekozen voor originele muziek. Op de muziek die wij toen lieten horen kwam achteraf ook reactie vanuit de aanwezigen. Armenian Scenes van de Armeense componist Alexander Arutjunian waarvan wij deel 1 Ochtendlied en deel drie Lied van het Verdriet lieten horen, hoort u direct ook met de andere twee delen: Dranklied en Bruiloftsstoet. Het gehele werk illustreert de culturele omgeving en tradities van dit volk, welke een dramatisch aangeslagen geschiedenis kent maar elke keer opnieuw uit de as herrezen.
Op verzoek van Sam Pilafian, een Amerikaanse tubaïst van Armeense afkomst, schreef Alexander Arutiunjan deze Armenian Scenes in 1984 voor koperkwintet.
Track 02 Alexander Harutyunyan: Armenian Scenes (8:48)
Wellicht heeft u het al eens eerder gehoord: het Trompet Concert van dezelfde componist als de vorige muziek: Alexander Arutiunjan. Het is zijn zesde grote opus, een virtuoos pronkstuk uit 1949, een energieke krachtpatser uit Oost-Europa, muziek met veel lyriek en harmonische texturen.
Dit is een boeiend trompetconcert en werd al snel opgenomen in het standaard trompetrepertoire wereldwijd. Het kreeg de hoogste internationale lof van publiek, critici en artiesten.
Het was 1992. De 15-jarige Russische trompettist Sergei Nakariakov neemt zijn eerste CD op. Eind jaren 90 krijgt hij internationale bekendheid en de trompetvirtuoos wordt veel gevraagd. Er volgen meer CD’s waaronder de compactdisc ‘from Moscow with love’ waar hij ook Arutjunjan’s Trompet Concert op vastlegt. Deze opname gaat u ook nu beluisteren...
Track 03 Alexander Arutunian: Trumpet Concerto (15:50)
Bij de voorbereiding van deze uitzending googlede ik tevergeefs op het nu volgende werk. Loris Tjeknavorian schreef een suite met de naam “Ararat”. Over de componist is genoeg informatie te vinden: geboren in Iran uit Armeense ouders. Hoewel het gezin niet muzikaal was, vonden vader en moeder Tjeknavorian het noodzakelijk dat hun kinderen een instrument bespeelden. Loris kreeg een viool. Ondanks het gebrek aan een leraar begon Loris serieus te studeren en al snel had hij, zonder enige formele instructie, een aantal pianowerken gecomponeerd. Het vervolg laat zich voor wat betreft het muzikale deel raden: conservatorium, componeren en het dirigeren van grote gerenomeerde orkesten uit alle windstreken.
Zoveel als er is geschreven over de componist, zo weinig is te vinden over de suite Ararat. Bij het bestuderen valt op dat er veel gedicht is, veel getekent en geschilderd, maar over muziek valt weinig te vinden. Is dat dan misschien ook de reden geweest van Tjeknavorian om hierover muziek te componeren?
Het Armeense volg ziet wel als sinds vroeger tijden met eerbied op naar de Ararat als een spiritueel vaderland. Vandaag de dag is de berg het nationaal symbool van Armenië en staat tevens in het wapenschild van dit land. In de hoofdstad Jerevan en vanuit veel andere plaatsen in Armenië zijn de twee toppen van de Ararat te aanschouwen en Armeense kunstenaars beelden de Ararat af in onder andere schilderijen, gravures en backgammonborden.
Luisteraars, u gaat luisteren naar een uitvoering van de suite “Ararat” van componist Loris Tjeknavorian...
Track 04 Loris Tjeknavorian: Ararat Suite (21:54)
En we naderen het einde van deze uitzending Klassiek op Zondag. Bob Voorn wil ik bedanken voor de techniek. Ik hoop dat u heeft genoten van deze aflevering dat bol stond van Armeense muziek. Ik wil u in ieder geval bedanken voor het luisteren. We sluiten met componist Babadjanyan, een klaaglied, om componist Aram Khachaturian te herinneren: Elegy...
Track 05 Arno Babadjanyan - Elegie 'In Memory of Khachaturian' (3:26)
]]>
Welkom luisteraars, bij Klassiek op Zondag. Zojuist hoorde u eigenlijk een stukje filmmuziek. Het was de mars van Zangezur uit de gelijknamige Sovjet-Armeense oorlogsfilm uit 1938 van regiseur Hamo Beknazarian. De film gaat over partizanen, de Dashnak, een oppositiebeweging tegen de inval van het Rode Leger en de plaatselijke meerderheid, de bolsjewieken, in de Armeense provincie Zangezur ten tijde van de Sovjetisering. U merkt het al, het thema voor deze aflevering van Klassiek op Zondag is muziek uit Armenië. De muziek voor deze Armeense film is van de hand van Aram Khachaturian.
Een paar weken geleden moest ik samen met een aantal collega’s muziek verzorgen op een herdenking op landgoed Bronbeek. Veelal spelen wij dan in de sfeer van zo’n evenement en in veel gevallen zijn dat dan koralen. Deze keer echter, hebben wij gekozen voor originele muziek. Op de muziek die wij toen lieten horen kwam achteraf ook reactie vanuit de aanwezigen. Armenian Scenes van de Armeense componist Alexander Arutjunian waarvan wij deel 1 Ochtendlied en deel drie Lied van het Verdriet lieten horen, hoort u direct ook met de andere twee delen: Dranklied en Bruiloftsstoet. Het gehele werk illustreert de culturele omgeving en tradities van dit volk, welke een dramatisch aangeslagen geschiedenis kent maar elke keer opnieuw uit de as herrezen.
Op verzoek van Sam Pilafian, een Amerikaanse tubaïst van Armeense afkomst, schreef Alexander Arutiunjan deze Armenian Scenes in 1984 voor koperkwintet.
Track 02 Alexander Harutyunyan: Armenian Scenes (8:48)
Wellicht heeft u het al eens eerder gehoord: het Trompet Concert van dezelfde componist als de vorige muziek: Alexander Arutiunjan. Het is zijn zesde grote opus, een virtuoos pronkstuk uit 1949, een energieke krachtpatser uit Oost-Europa, muziek met veel lyriek en harmonische texturen.
Dit is een boeiend trompetconcert en werd al snel opgenomen in het standaard trompetrepertoire wereldwijd. Het kreeg de hoogste internationale lof van publiek, critici en artiesten.
Het was 1992. De 15-jarige Russische trompettist Sergei Nakariakov neemt zijn eerste CD op. Eind jaren 90 krijgt hij internationale bekendheid en de trompetvirtuoos wordt veel gevraagd. Er volgen meer CD’s waaronder de compactdisc ‘from Moscow with love’ waar hij ook Arutjunjan’s Trompet Concert op vastlegt. Deze opname gaat u ook nu beluisteren...
Track 03 Alexander Arutunian: Trumpet Concerto (15:50)
Bij de voorbereiding van deze uitzending googlede ik tevergeefs op het nu volgende werk. Loris Tjeknavorian schreef een suite met de naam “Ararat”. Over de componist is genoeg informatie te vinden: geboren in Iran uit Armeense ouders. Hoewel het gezin niet muzikaal was, vonden vader en moeder Tjeknavorian het noodzakelijk dat hun kinderen een instrument bespeelden. Loris kreeg een viool. Ondanks het gebrek aan een leraar begon Loris serieus te studeren en al snel had hij, zonder enige formele instructie, een aantal pianowerken gecomponeerd. Het vervolg laat zich voor wat betreft het muzikale deel raden: conservatorium, componeren en het dirigeren van grote gerenomeerde orkesten uit alle windstreken.
Zoveel als er is geschreven over de componist, zo weinig is te vinden over de suite Ararat. Bij het bestuderen valt op dat er veel gedicht is, veel getekent en geschilderd, maar over muziek valt weinig te vinden. Is dat dan misschien ook de reden geweest van Tjeknavorian om hierover muziek te componeren?
Het Armeense volg ziet wel als sinds vroeger tijden met eerbied op naar de Ararat als een spiritueel vaderland. Vandaag de dag is de berg het nationaal symbool van Armenië en staat tevens in het wapenschild van dit land. In de hoofdstad Jerevan en vanuit veel andere plaatsen in Armenië zijn de twee toppen van de Ararat te aanschouwen en Armeense kunstenaars beelden de Ararat af in onder andere schilderijen, gravures en backgammonborden.
Luisteraars, u gaat luisteren naar een uitvoering van de suite “Ararat” van componist Loris Tjeknavorian...
Track 04 Loris Tjeknavorian: Ararat Suite (21:54)
En we naderen het einde van deze uitzending Klassiek op Zondag. Bob Voorn wil ik bedanken voor de techniek. Ik hoop dat u heeft genoten van deze aflevering dat bol stond van Armeense muziek. Ik wil u in ieder geval bedanken voor het luisteren. We sluiten met componist Babadjanyan, een klaaglied, om componist Aram Khachaturian te herinneren: Elegy...
Track 05 Arno Babadjanyan - Elegie 'In Memory of Khachaturian' (3:26)
]]>2368399-2nonoMon, 10 Sep 2018 15:57:54 +020059:31
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz180617-oost-europa/
Melodie was een eerste vereiste, van ingewikkelde ritmes en atonale klanken moest hij niets hebben. Componisten als Wagner, Liszt en Berlioz, de intellectuelen der nieuwe muziek, daar had hij weinig mee. Na zijn Weense avontuur vertrok hij op zijn veertigste naar Parijs om daar compositie te gaan studeren bij Massenet en Fauré. In Parijs bouwde hij een intensieve vioolpraktijk op. Jaarlijks wordt in Boekarest het in 1958 opgerichtte Internationale Enescu muziekfestival gehouden, waaraan toporkesten en topmusici uit de gehele wereld aan meedoen.
Als je één van Enescu’s Roemeense rapsodieën, (met name de 1e Rapsodie), voor het eerst hoort, krijg je niet direct het idee van een componist die in het tijdvak van de modernen leefde. De Roemeense rapsodieën staan bol van romantiek en folklore, gelijk de Hongaarse dansen van Johannes Brahms, of de Slavische dansen van Antonin Dvořak, maar dan uiteraard met andere melodieën.
**Track 01 George Enescu: Roemeense Rhapsodie No. 1**
Als Johannes Brahms (1833 – 1897) twintig jaar is verlaat hij zijn ouderlijk huis in Hamburg. Brahms heeft kennisgemaakt met de Hongaarse violist Ede Reményi (1828 – 1898), die als politiek vluchteling zijn heil zoekt in het vrije Westen. De Hongaar ziet in de jonge en energieke Brahms een uitstekend begeleider. Wandelend vertrekt het muzikale duo door het Duitse landschap een nieuwe toekomst tegemoet. Brahms die niet veel meer gewend is dan de sloppenwijken van Hamburg is onder de indruk van het mooie Duitsland. Hij is verwonderd en verbaasd over de machtige Rijn en de imposante bergen. Samen met zijn metgezel Reményi geeft Brahms concerten in de dorpen en stadjes die ze tijdens hun reis aandoen. Van de violist leert Brahms de Hongaarse volksmuziek kennen. Wellicht heeft de omgang met Reményi ertoe bij gedragen dat Brahms later zijn twintig beroemde Hongaarse dansen gaat schrijven. Het betreft hier 21 dansen voor vierhandig piano. Later zou hij transcripties maken voor piano tweehandig, tevens orkestreerde hij de dansen voor symfonieorkest. De meest geliefde Hongaarse dans is nummer 5.
Door zijn Hongaarse dansen is Brahms bij het grote publiek geliefd geworden. Het zijn dansen vol zonneschijn en levensvreugde. Uitgezonderd de nummers 11, 14 en 16, zijn het bestaande Hongaarse melodieën waar Brahms arrangementen van maakte. Overigens is het niet verwonderlijk dat de componist zich aangetrokken voelde tot de lichte dansmuziek want later zou hij een fan worden van de muziek van zijn tijdgenoot de walsen-koning Johann Strauss jr (1825 – 1899).
**Track 02 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 1 - Allegro Molto (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
**Track 03 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 2 - Allegro non assai - Vivace (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
**Track 04 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 3 - Allegretto (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
Zijn leven lang omringde de Duitse componist Johannes Brahms (1833-1897) zich met vrouwelijk schoon. In het begin van zijn loopbaan, toen hij nog als barpianist in het havenkwartier van Hamburg werkte, had hij aan vrouwen geen gebrek. Later, toen Brahms in betere kringen verkeerde, werd de pianiste Clara Schumann zijn grootste vriendin. Het was echter niet Clara waar Brahms zijn oog op had laten vallen, maar haar dochter Julia waar hij verliefd op werd en waar hij – overigens tevergeefs – een bruidslied voor schreef, de Altrapsodie (1869).
Dagboeken liegen meestal niet. Vandaar dat veel bekend is over de herkomst van de Altrapsodie. In haar dagboek schrijft Clara Schumann, de weduwe van componist Robert Schumann, dat Johannses Brahms stapel is op haar dochter Julia. Wanneer Brahms verneemt dat Julia gaat trouwen, is hij geheel van slag. Kort voor de bruiloft laat Brahms aan Clara zijn bruidslied horen. ‘Een prachtig stuk voor alt, mannenkoor en orkest’, noteert Clara in haar dagboek.
De tekst van Altrapsodie is van Wolfgang von Goethe uit zijn Härzreise, waarin een eenzaam mens geschilderd wordt. Brahms maakt er een meeslepend werk van, met een ragfijne klank. Elke massaliteit ontbreekt. Trompetten, trombones en pauken zijn weggelaten en net als in het Deutsches requiem spelen strijkers op sommige momenten gedempt. Brahms moet zich tijdens het componeren van dit werk wel erg terneergeslagen gevoeld hebben. Aan het einde van het klaaglied laat Brahms het mannenkoor de droefheid plaatsmaken voor hoop en troost.
**Track 05 Brahms; Alto Rhapsody, Op 53 - Marjana Lipovsek, Ernst Senff Chor, Berliner Philharmoniker olv Claudio Abbado**
Franz Liszt arrangeerde eveneens Hongaarse volksmuziek (muziek van de zigeuners). Liszt, die overigens geen hoge pet op had van collega Brahms, trok geruime tijd met een groep zigeuners op en schreef daarna zijn Hongaarse Rapsodieën. De Tsjech Antonin Dvořák componeerde zijn evenzo populaire Slavische dansen.
Antonin Dvořak (1841-1904) was Tsjech in hart en nieren. Toen hij eens als gevierd componist zijn geboortedorp bezocht, trakteerde de muziekkapel de maestro met arrangementen uit zijn laatste successen. ‘Stop, stop!’, zou Dvořak uitgeroepen hebben, ‘speel alsjeblieft gewone Tsjechische deuntjes. Ik ben hier voor mijn rust!’.
Dvořak schreef twee bundels Slavische dansen. In 1878 voltooide hij de eerste serie, de nrs. 1-8 opus 46. De tweede serie, met de nrs. 9-16 opus 72, verscheen tien jaar later. De eerste versies van beide bundels zijn oorspronkelijk geschreven voor piano (vierhandig).
De Slavische dansen, gecomponeerd tussen 1878 en 1888, staan bol van oude Tsjechische dans- en volksmuziek. De ontdekker van Dvořak, de grote componist Johannes Brahms, zelf componist (arrangeur) van de Hongaarse dansen, zou erop aangedrongen hebben om de bundels uit te geven. In ieder geval bracht de eerste bundel voorzichtige roem voor de slagerszoon. Later bewerkte Dvořak de dansen op een schitterende wijze voor symfonieorkest.
Eerst de Slavische Dans No. 1 door de New York Philharmoniker onder leiding van Leonard Bernstein, daarna door het Praags Piano Duo de Slavische dans No. 8.
**Track 06 Dvorák - Slavonic Dances, Op 46, No 1 in C major - New York Philharmonic olv Leonard Bernstein**
**Track 07 Dvorak - Slavonic Dance Op 46 No 8 Furiant (with sheet music) (Prague Piano Duo)**
De vader van Franz Liszt (1811-1886) was beheerder van schapenkudden in een Hongaars dorp. Hij was een goed amateur musicus en gaf zijn zoon op jeugdige leeftijd pianoles. Het eerste concert (1819) van de kleine Franz was een sensatie en het begin van een carrière als pianovirtuoos.
Later leefde Franz Liszt als kosmopoliet. Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Rusland waren de landen waar hij zich ophield. Hij vierde er triomfen als de grootste pianist aller tijden. Als hij zo nu en dan zijn vaderland met een bezoek vereerde, was het feest in Hongarije. Men ontving de halfgod als een verloren zoon en overal hing de Hongaarse vlag uit. En dat terwijl Franz nauwelijks Hongaars sprak…
Van origine zijn de Hongaarse rapsodieën van Liszt zigeunermelodieën. Het zijn oude dansen van in Hongarije wonende en rondtrekkende zigeuners. In 1846 trok Liszt geruime tijd op met een groep zigeuners. In hetzelfde jaar begon hij aan zijn Hongaarse rapsodieën, maar een betere titel zou Zigeuner rapsodieën geweest zijn. Ook Johannes Brahms (1833 – 1897) componeerde (arrangeerde) een twintigtal Hongaarse dansen.
Van de negentien rapsodieën werd nummer twee een absolute hit. De Hongaarse rapsodieën zijn van oorsprong voor piano. Later maakte Liszt er orkestversies van. De componist en wonderpianist stak zijn liefde voor de zigeunermuziek niet onder stoelen of banken. Bovendien koesterde hij grote bewondering voor wonderviolist Nicolo Paganini (1782-1840). Als jonge knaap woonde hij in het geheim concerten bij van deze duivelskunstenaar, want zijn ouders hadden hem dit verboden.
**Track 08 Franz Liszt; Hungarian Rhapsody No 2 (Mariss Jansons & Bavarian Radio Symphony Orchestra)**
]]>
Melodie was een eerste vereiste, van ingewikkelde ritmes en atonale klanken moest hij niets hebben. Componisten als Wagner, Liszt en Berlioz, de intellectuelen der nieuwe muziek, daar had hij weinig mee. Na zijn Weense avontuur vertrok hij op zijn veertigste naar Parijs om daar compositie te gaan studeren bij Massenet en Fauré. In Parijs bouwde hij een intensieve vioolpraktijk op. Jaarlijks wordt in Boekarest het in 1958 opgerichtte Internationale Enescu muziekfestival gehouden, waaraan toporkesten en topmusici uit de gehele wereld aan meedoen.
Als je één van Enescu’s Roemeense rapsodieën, (met name de 1e Rapsodie), voor het eerst hoort, krijg je niet direct het idee van een componist die in het tijdvak van de modernen leefde. De Roemeense rapsodieën staan bol van romantiek en folklore, gelijk de Hongaarse dansen van Johannes Brahms, of de Slavische dansen van Antonin Dvořak, maar dan uiteraard met andere melodieën.
**Track 01 George Enescu: Roemeense Rhapsodie No. 1**
Als Johannes Brahms (1833 – 1897) twintig jaar is verlaat hij zijn ouderlijk huis in Hamburg. Brahms heeft kennisgemaakt met de Hongaarse violist Ede Reményi (1828 – 1898), die als politiek vluchteling zijn heil zoekt in het vrije Westen. De Hongaar ziet in de jonge en energieke Brahms een uitstekend begeleider. Wandelend vertrekt het muzikale duo door het Duitse landschap een nieuwe toekomst tegemoet. Brahms die niet veel meer gewend is dan de sloppenwijken van Hamburg is onder de indruk van het mooie Duitsland. Hij is verwonderd en verbaasd over de machtige Rijn en de imposante bergen. Samen met zijn metgezel Reményi geeft Brahms concerten in de dorpen en stadjes die ze tijdens hun reis aandoen. Van de violist leert Brahms de Hongaarse volksmuziek kennen. Wellicht heeft de omgang met Reményi ertoe bij gedragen dat Brahms later zijn twintig beroemde Hongaarse dansen gaat schrijven. Het betreft hier 21 dansen voor vierhandig piano. Later zou hij transcripties maken voor piano tweehandig, tevens orkestreerde hij de dansen voor symfonieorkest. De meest geliefde Hongaarse dans is nummer 5.
Door zijn Hongaarse dansen is Brahms bij het grote publiek geliefd geworden. Het zijn dansen vol zonneschijn en levensvreugde. Uitgezonderd de nummers 11, 14 en 16, zijn het bestaande Hongaarse melodieën waar Brahms arrangementen van maakte. Overigens is het niet verwonderlijk dat de componist zich aangetrokken voelde tot de lichte dansmuziek want later zou hij een fan worden van de muziek van zijn tijdgenoot de walsen-koning Johann Strauss jr (1825 – 1899).
**Track 02 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 1 - Allegro Molto (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
**Track 03 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 2 - Allegro non assai - Vivace (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
**Track 04 Johannes Brahms - Hungarian Dance No 3 - Allegretto (Fischer Iván, Budapesti Fesztiválzenekar)**
Zijn leven lang omringde de Duitse componist Johannes Brahms (1833-1897) zich met vrouwelijk schoon. In het begin van zijn loopbaan, toen hij nog als barpianist in het havenkwartier van Hamburg werkte, had hij aan vrouwen geen gebrek. Later, toen Brahms in betere kringen verkeerde, werd de pianiste Clara Schumann zijn grootste vriendin. Het was echter niet Clara waar Brahms zijn oog op had laten vallen, maar haar dochter Julia waar hij verliefd op werd en waar hij – overigens tevergeefs – een bruidslied voor schreef, de Altrapsodie (1869).
Dagboeken liegen meestal niet. Vandaar dat veel bekend is over de herkomst van de Altrapsodie. In haar dagboek schrijft Clara Schumann, de weduwe van componist Robert Schumann, dat Johannses Brahms stapel is op haar dochter Julia. Wanneer Brahms verneemt dat Julia gaat trouwen, is hij geheel van slag. Kort voor de bruiloft laat Brahms aan Clara zijn bruidslied horen. ‘Een prachtig stuk voor alt, mannenkoor en orkest’, noteert Clara in haar dagboek.
De tekst van Altrapsodie is van Wolfgang von Goethe uit zijn Härzreise, waarin een eenzaam mens geschilderd wordt. Brahms maakt er een meeslepend werk van, met een ragfijne klank. Elke massaliteit ontbreekt. Trompetten, trombones en pauken zijn weggelaten en net als in het Deutsches requiem spelen strijkers op sommige momenten gedempt. Brahms moet zich tijdens het componeren van dit werk wel erg terneergeslagen gevoeld hebben. Aan het einde van het klaaglied laat Brahms het mannenkoor de droefheid plaatsmaken voor hoop en troost.
**Track 05 Brahms; Alto Rhapsody, Op 53 - Marjana Lipovsek, Ernst Senff Chor, Berliner Philharmoniker olv Claudio Abbado**
Franz Liszt arrangeerde eveneens Hongaarse volksmuziek (muziek van de zigeuners). Liszt, die overigens geen hoge pet op had van collega Brahms, trok geruime tijd met een groep zigeuners op en schreef daarna zijn Hongaarse Rapsodieën. De Tsjech Antonin Dvořák componeerde zijn evenzo populaire Slavische dansen.
Antonin Dvořak (1841-1904) was Tsjech in hart en nieren. Toen hij eens als gevierd componist zijn geboortedorp bezocht, trakteerde de muziekkapel de maestro met arrangementen uit zijn laatste successen. ‘Stop, stop!’, zou Dvořak uitgeroepen hebben, ‘speel alsjeblieft gewone Tsjechische deuntjes. Ik ben hier voor mijn rust!’.
Dvořak schreef twee bundels Slavische dansen. In 1878 voltooide hij de eerste serie, de nrs. 1-8 opus 46. De tweede serie, met de nrs. 9-16 opus 72, verscheen tien jaar later. De eerste versies van beide bundels zijn oorspronkelijk geschreven voor piano (vierhandig).
De Slavische dansen, gecomponeerd tussen 1878 en 1888, staan bol van oude Tsjechische dans- en volksmuziek. De ontdekker van Dvořak, de grote componist Johannes Brahms, zelf componist (arrangeur) van de Hongaarse dansen, zou erop aangedrongen hebben om de bundels uit te geven. In ieder geval bracht de eerste bundel voorzichtige roem voor de slagerszoon. Later bewerkte Dvořak de dansen op een schitterende wijze voor symfonieorkest.
Eerst de Slavische Dans No. 1 door de New York Philharmoniker onder leiding van Leonard Bernstein, daarna door het Praags Piano Duo de Slavische dans No. 8.
**Track 06 Dvorák - Slavonic Dances, Op 46, No 1 in C major - New York Philharmonic olv Leonard Bernstein**
**Track 07 Dvorak - Slavonic Dance Op 46 No 8 Furiant (with sheet music) (Prague Piano Duo)**
De vader van Franz Liszt (1811-1886) was beheerder van schapenkudden in een Hongaars dorp. Hij was een goed amateur musicus en gaf zijn zoon op jeugdige leeftijd pianoles. Het eerste concert (1819) van de kleine Franz was een sensatie en het begin van een carrière als pianovirtuoos.
Later leefde Franz Liszt als kosmopoliet. Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Rusland waren de landen waar hij zich ophield. Hij vierde er triomfen als de grootste pianist aller tijden. Als hij zo nu en dan zijn vaderland met een bezoek vereerde, was het feest in Hongarije. Men ontving de halfgod als een verloren zoon en overal hing de Hongaarse vlag uit. En dat terwijl Franz nauwelijks Hongaars sprak…
Van origine zijn de Hongaarse rapsodieën van Liszt zigeunermelodieën. Het zijn oude dansen van in Hongarije wonende en rondtrekkende zigeuners. In 1846 trok Liszt geruime tijd op met een groep zigeuners. In hetzelfde jaar begon hij aan zijn Hongaarse rapsodieën, maar een betere titel zou Zigeuner rapsodieën geweest zijn. Ook Johannes Brahms (1833 – 1897) componeerde (arrangeerde) een twintigtal Hongaarse dansen.
Van de negentien rapsodieën werd nummer twee een absolute hit. De Hongaarse rapsodieën zijn van oorsprong voor piano. Later maakte Liszt er orkestversies van. De componist en wonderpianist stak zijn liefde voor de zigeunermuziek niet onder stoelen of banken. Bovendien koesterde hij grote bewondering voor wonderviolist Nicolo Paganini (1782-1840). Als jonge knaap woonde hij in het geheim concerten bij van deze duivelskunstenaar, want zijn ouders hadden hem dit verboden.
**Track 08 Franz Liszt; Hungarian Rhapsody No 2 (Mariss Jansons & Bavarian Radio Symphony Orchestra)**
]]>2101066-2nonoFri, 15 Jun 2018 15:07:22 +02001:09:56
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz180520-eric-whitacre/
Eric Whitacre componeerde oktober met de bedoeling een vreedzame muzikale representatie op te roepen van zijn favoriete maand, en de gevoelens die deze maand voor hem oproept. Whitacre schrijft in een programmatekst het volgende:
“Iets over de frisse herfstlucht en de subtiele veranderingen in het licht maken me altijd een beetje sentimenteel, en terwijl ik begon te schetsen, voelde ik dezelfde stille schoonheid in het schrijven. De eenvoudige, pastorale melodieën en de daaropvolgende harmonieën zijn geïnspireerd door de grote Engelse romantici, omdat ik vond dat deze stijl ook perfect geschikt was om de natuurlijke en pastorale ziel van het seizoen te vangen. Ik ben blij met het eindresultaat, vooral omdat ik vind dat er gewoon niet genoeg weelderige, mooie muziek geschreven is voor wind.
Track 01 October – Eric Whitacre (07:33)
Track 02 Go, Lovely Rose – Eric Whitacre (04:28)
Na een optreden van dit laatste werk Go, Lovely Rose in 1991, benaderde Jocelyn Jensen de componist over het schrijven van een stuk voor haar High School Choir. Het volgende schrijft Whitacre op zijn website: “Ze is een geweldige dirigent, legendarisch voor gekke dingen op het podium (choralografie, belichting, kostuums, noem maar op), en ik wilde iets voor haar schrijven dat de kijker echt zou misleiden. Ik had onlangs een prachtig gedichtenboek van Octavio Paz gekregen en rond diezelfde tijd was ik getuige van een echte (adembenemende) woestijnwolkenbui, en ik denk dat het allemaal in een rijtje stond. Het vingervlugge ding (alle zangers klikken met hun vingers om regen te simuleren) is een oud kampvuurspel dat ik heb aangepast voor het werk, en de donderbladen waren gigantische stukjes blik die we van de kant van de school namen.”
Deze muziek waar u na het gedicht naar gaat luisteren is de bewerking voor harmonieorkest. Het gedicht van de hand van Octavio Paz is enigszins aangepast door de componist zelf. De Nederlandse vertaling is van de hand van Lycander Kemp.
De regen…
Ogen van schaduwwater
ogen van bronwater,
ogen van droomwater.
Blauwe zonnen, groene wervelwinden,
vogelverschrikkers van licht pikken open
granaatappelsterren.
Maar vertel me, verbrande aarde, is er geen water?
Alleen bloed, alleen stof,
Alleen naakte voetstappen op de doornen?
De regen ontwaakt ...
We moeten met open ogen slapen,
we moeten dromen met onze handen,
We moeten de dromen dromen van een rivier die op zoek is naar zijn koers,
van de zon die zijn werelden droomt,
we moeten hardop dromen,
we moeten zingen totdat het lied wortels voortbrengt,
stam, takken, vogels, sterren,
we moeten het verloren woord vinden,
en onthoud wat het bloed,
de getijden, de aarde en het lichaam zeggen,
en keer terug naar het punt van vertrek ...
Track 03 Cloudburst – Eric Whitacre (08:56)
I hurt myself today
To see if I still feel
I focus on the pain
The only thing that’s real
The needle tears a hole
The old familiar sting
Try to kill it all away
But I remember everything
What have I become
My sweetest friend
Everyone I know
Goes away in the end
And you could have it all
My empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt
I wear this crown of shit
Upon my liars chair
Full of broken thoughts
I cannot repair
Beneath the stains of time
The feelings disappear
You are someone else
I am still right here
What have I become
My sweetest friend
Everyone I know
Goes away in the end
And you could have it all
My empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt
If I could start again
A million miles away
I will keep myself
I would find a way
Track 04 Hurt – Eric Whitacre (07:07)
Het Duitse woord Spiegel kan zowel op het enkelvoud als het meervoud slaan. De titel Spiegel im Spiegel van de Estse componist Arvo Pärt verwijst naar het oneindige beeld dat ontstaat wanneer men kijkt in twee tegenover elkaar opgestelde spiegels.
Deze muziek is oorspronkelijk een compositie voor viool en piano. De melodische vioolpartij beweegt zich diatonisch in stapsgewijze bewegingen, terwijl de piano voortdurend een arpeggio vormt met de tonische drieklank. Het geheel beweegt zich voort in een langzaam en meditatief tempo.
Track 05 Spiegel im Spiegel – Arvo Pärt (10:12)
Het kort gedicht “Light and Gold” door Edward Esch begint met het woord “Light” en eindigt met “Engelen bezingen het pasgeboren kindje”. Charles Anthony Silvestri vertaalde deze tekst in het Latijn voor Whitacre en die probeerde op zijn beurt het originele gedicht in het Latijn zo uniek en zo sonisch mooi weer te geven als hij kon. Ook deze muziek is origineel voor koor maar in 2005 pastte Whitacre dit wederom aan voor windorkest. Een klein beetje kerst in mei dus. Hier is Lux Aurumque van componist Eric Whitacre.
Track 06 Lux Aurumque – Eric Whitacre (04:43)
Het charmante kleine stuk voor blazersensemble die bekend staat als Noisy Wheels of Joy, begon als een oefening in compositie filmmuziek. Whitacre beschrijft een krachtige ervaring van het bijwonen van een workshop voor potentiële filmcomponisten. Deze workshop eindigde in een heerlijke maar uitdagende opdracht: elke workshopdeelnemer kreeg willekeurig de naam van een grote film. De opdracht was om binnen drie dagen muziek te componeren voor een vier- of vijf minuten durend segment van de film voor een orkest van 40 personen. Whitacre kreeg een deel uit de remake van Disney’s 101 Dalmatiërs, het deel waarop Pongo de hond verliefd wordt op de vrouwelijke dalmatiërs en een paar momenten van fietsen in het centrum van Londen.
Wat Whitacre zelf graag voor elkaar probeerde te krijgen is dat Prokofiev John Williams ontmoet in de muziek van de Ouverture tot Candide. Uiteindelijk heeft Whitacre zijn opdracht bewerkt voor blazersensemble en heeft het de naam gekregen van “Noisy Wheels of Joy”. Is dat dan een verwijzing naar de rollende wielen van de fiets?
Track 07 Noicy Wheels of Joy – Eric Whitacre (03:45)
Ja luisteraars, Noicy Wheels of Joy. Ik wil u graag nog attenderen of het feit dat sinds kort van elke aflevering van Klassiek op Zondag er een tracklist op internet staat. Via VeluweFM.nl is deze te vinden, zo ook de informatie van deze uitzending.
U hebt gehoord dat deze uitzending een mengeling van instrumentaal en vocaal was. Eric Whitacre schreef voornamelijk koormuziek, maar hij bewerkte zelf ook veel voor symfonisch blaasorkest, u hoorde dat. Ondanks dat deze uitzending misschien bestond uit iets meer dan een kwartier vocaal, hoop ik dat u er toch van heeft genoten. Deze muziek verdiend het om gehoord te worden.
Tot slot sluiten we af, maar niet voordat ik technicus Bob Voorn heb bedankt voor zijn aandeel in deze uitzending. Bob, dank je wel! Luisteraars, tot de volgende keer. We eindigen met… Sleep.
Track 08 Sleep – Eric Whitacre (05:44)
]]>
Eric Whitacre componeerde oktober met de bedoeling een vreedzame muzikale representatie op te roepen van zijn favoriete maand, en de gevoelens die deze maand voor hem oproept. Whitacre schrijft in een programmatekst het volgende:
“Iets over de frisse herfstlucht en de subtiele veranderingen in het licht maken me altijd een beetje sentimenteel, en terwijl ik begon te schetsen, voelde ik dezelfde stille schoonheid in het schrijven. De eenvoudige, pastorale melodieën en de daaropvolgende harmonieën zijn geïnspireerd door de grote Engelse romantici, omdat ik vond dat deze stijl ook perfect geschikt was om de natuurlijke en pastorale ziel van het seizoen te vangen. Ik ben blij met het eindresultaat, vooral omdat ik vind dat er gewoon niet genoeg weelderige, mooie muziek geschreven is voor wind.
Track 01 October – Eric Whitacre (07:33)
Track 02 Go, Lovely Rose – Eric Whitacre (04:28)
Na een optreden van dit laatste werk Go, Lovely Rose in 1991, benaderde Jocelyn Jensen de componist over het schrijven van een stuk voor haar High School Choir. Het volgende schrijft Whitacre op zijn website: “Ze is een geweldige dirigent, legendarisch voor gekke dingen op het podium (choralografie, belichting, kostuums, noem maar op), en ik wilde iets voor haar schrijven dat de kijker echt zou misleiden. Ik had onlangs een prachtig gedichtenboek van Octavio Paz gekregen en rond diezelfde tijd was ik getuige van een echte (adembenemende) woestijnwolkenbui, en ik denk dat het allemaal in een rijtje stond. Het vingervlugge ding (alle zangers klikken met hun vingers om regen te simuleren) is een oud kampvuurspel dat ik heb aangepast voor het werk, en de donderbladen waren gigantische stukjes blik die we van de kant van de school namen.”
Deze muziek waar u na het gedicht naar gaat luisteren is de bewerking voor harmonieorkest. Het gedicht van de hand van Octavio Paz is enigszins aangepast door de componist zelf. De Nederlandse vertaling is van de hand van Lycander Kemp.
De regen…
Ogen van schaduwwater
ogen van bronwater,
ogen van droomwater.
Blauwe zonnen, groene wervelwinden,
vogelverschrikkers van licht pikken open
granaatappelsterren.
Maar vertel me, verbrande aarde, is er geen water?
Alleen bloed, alleen stof,
Alleen naakte voetstappen op de doornen?
De regen ontwaakt ...
We moeten met open ogen slapen,
we moeten dromen met onze handen,
We moeten de dromen dromen van een rivier die op zoek is naar zijn koers,
van de zon die zijn werelden droomt,
we moeten hardop dromen,
we moeten zingen totdat het lied wortels voortbrengt,
stam, takken, vogels, sterren,
we moeten het verloren woord vinden,
en onthoud wat het bloed,
de getijden, de aarde en het lichaam zeggen,
en keer terug naar het punt van vertrek ...
Track 03 Cloudburst – Eric Whitacre (08:56)
I hurt myself today
To see if I still feel
I focus on the pain
The only thing that’s real
The needle tears a hole
The old familiar sting
Try to kill it all away
But I remember everything
What have I become
My sweetest friend
Everyone I know
Goes away in the end
And you could have it all
My empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt
I wear this crown of shit
Upon my liars chair
Full of broken thoughts
I cannot repair
Beneath the stains of time
The feelings disappear
You are someone else
I am still right here
What have I become
My sweetest friend
Everyone I know
Goes away in the end
And you could have it all
My empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt
If I could start again
A million miles away
I will keep myself
I would find a way
Track 04 Hurt – Eric Whitacre (07:07)
Het Duitse woord Spiegel kan zowel op het enkelvoud als het meervoud slaan. De titel Spiegel im Spiegel van de Estse componist Arvo Pärt verwijst naar het oneindige beeld dat ontstaat wanneer men kijkt in twee tegenover elkaar opgestelde spiegels.
Deze muziek is oorspronkelijk een compositie voor viool en piano. De melodische vioolpartij beweegt zich diatonisch in stapsgewijze bewegingen, terwijl de piano voortdurend een arpeggio vormt met de tonische drieklank. Het geheel beweegt zich voort in een langzaam en meditatief tempo.
Track 05 Spiegel im Spiegel – Arvo Pärt (10:12)
Het kort gedicht “Light and Gold” door Edward Esch begint met het woord “Light” en eindigt met “Engelen bezingen het pasgeboren kindje”. Charles Anthony Silvestri vertaalde deze tekst in het Latijn voor Whitacre en die probeerde op zijn beurt het originele gedicht in het Latijn zo uniek en zo sonisch mooi weer te geven als hij kon. Ook deze muziek is origineel voor koor maar in 2005 pastte Whitacre dit wederom aan voor windorkest. Een klein beetje kerst in mei dus. Hier is Lux Aurumque van componist Eric Whitacre.
Track 06 Lux Aurumque – Eric Whitacre (04:43)
Het charmante kleine stuk voor blazersensemble die bekend staat als Noisy Wheels of Joy, begon als een oefening in compositie filmmuziek. Whitacre beschrijft een krachtige ervaring van het bijwonen van een workshop voor potentiële filmcomponisten. Deze workshop eindigde in een heerlijke maar uitdagende opdracht: elke workshopdeelnemer kreeg willekeurig de naam van een grote film. De opdracht was om binnen drie dagen muziek te componeren voor een vier- of vijf minuten durend segment van de film voor een orkest van 40 personen. Whitacre kreeg een deel uit de remake van Disney’s 101 Dalmatiërs, het deel waarop Pongo de hond verliefd wordt op de vrouwelijke dalmatiërs en een paar momenten van fietsen in het centrum van Londen.
Wat Whitacre zelf graag voor elkaar probeerde te krijgen is dat Prokofiev John Williams ontmoet in de muziek van de Ouverture tot Candide. Uiteindelijk heeft Whitacre zijn opdracht bewerkt voor blazersensemble en heeft het de naam gekregen van “Noisy Wheels of Joy”. Is dat dan een verwijzing naar de rollende wielen van de fiets?
Track 07 Noicy Wheels of Joy – Eric Whitacre (03:45)
Ja luisteraars, Noicy Wheels of Joy. Ik wil u graag nog attenderen of het feit dat sinds kort van elke aflevering van Klassiek op Zondag er een tracklist op internet staat. Via VeluweFM.nl is deze te vinden, zo ook de informatie van deze uitzending.
U hebt gehoord dat deze uitzending een mengeling van instrumentaal en vocaal was. Eric Whitacre schreef voornamelijk koormuziek, maar hij bewerkte zelf ook veel voor symfonisch blaasorkest, u hoorde dat. Ondanks dat deze uitzending misschien bestond uit iets meer dan een kwartier vocaal, hoop ik dat u er toch van heeft genoten. Deze muziek verdiend het om gehoord te worden.
Tot slot sluiten we af, maar niet voordat ik technicus Bob Voorn heb bedankt voor zijn aandeel in deze uitzending. Bob, dank je wel! Luisteraars, tot de volgende keer. We eindigen met… Sleep.
Track 08 Sleep – Eric Whitacre (05:44)
]]>1973679-2nonoMon, 14 May 2018 11:44:13 +02001:00:54
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz180415-royal-concertbuilding-orchestra/
Zo rond het jaar 1880 is de in Hamburg geboren Johannes Brahms (1833-1897) een beroemd man. Van alle kanten stromen uitnodigingen naar hem toe en worden hem eredoctoraten toebedeeld. Brahms, die intussen in Wenen woont, laat het op zijn eigen manier over zich heen komen. Hij heeft niet zo veel op met al die poespas rond zijn persoon. Het is zijn stijl niet om een speech te houden, een mooi pak aan te trekken of in een sjiek restaurant te dineren. Nee, Brahms zit liever in een van de balzalen naar dansende meisjes te kijken.
Brahms hield van dansmuziek en had grote bewondering voor de walsenkoning Johann Strauss jr. Hij kwam ook bij Strauss jr. over de vloer. Als Alice, de echtgenote van Strauss jr., Johannes Brahms om een handtekening voor haar waaier vraagt, noteert Brahms de eerste maten van Strauss’ An der schönen blauen Donau. Daaronder schrijft hij: ‘Jammer genoeg niet van Johannes Brahms’.
Ischl, een Oostenrijks vakantieplaatsje en kuuroord, oefende grote aantrekkingskracht uit op componisten en musici als Brahms, Johann Strauss jr., Bruckner, Mahler en Clara Schumann. Zij waren hier veelvuldig te vinden. In 1880 schrijft Brahms in Ischl twee ouvertures. De eerste is Akademische Festouverture opus 80, die Brahms opdraagt aan de universiteit van Breslau die hem de eretitel van doctor in de Filosofie verschaft. In het werk zitten arrangementen van studentenliederen en drinkliederen. Brahms schrijft in deze luchtige vierdelige potpourri een groot orkest voor.
In dezelfde periode schrijft de componist een tweede ouverture, de Tragische Ouverture opus 81, ontstaat uit oude invallen van Brahms die teruggaan naar 1860 en die oorspronkelijk bedoeld waren als voorspel voor Faust van Goethe. Aan zijn uitgever schrijft hij: ‘Hier heb je een Jantje lacht en een Jantje huilt…’.
Onder leiding van Danielle Gatti, hoort u ons Koninklijk Concertgebouworkest in De Tragische Ouverture van Johannes Brahms.
In de rij van de gangbare requiems neemt het Deutsches Requiem van de Duitse componist Johannes Brahms (1833 – 1897) een zeer aparte plaats in. Het koorwerk zit bol van overpeinzingen over de sterfelijkheid van de mens en over de hoop op een beter leven in het hiernamaals. Zowel qua tekst als muzikaal is het werk somber en ingetogen. De treurmis is een groot werk, geschreven voor koor, solisten en symfonieorkest, soms met orgel. Het werk telt 7 delen en duurt langer dan een uur.
De Lutherse Brahms heeft voor dit werk gekozen voor bijbelteksten en heeft de traditionele woorden van de Latijnse requiem-mis weggelaten. Het werk heeft als titel Ein Deutsches Requiem, nach Worten der Heiligen Schrift opus 45. De teksten voor het eerste deel van de requiem haalde Brahms uit Matthaus 5: ‘Selig sind die da Leid tragen’. In dit deel ontbreken de violen, wat direct al een sombere sfeer oproept. Het tweede deel ‘Denn alles Fleisch ist Gras’ (Petrus 1) is een van de mooiste stukken treurmuziek uit de muziekhistorie. De geheimzinnige paukenslagen roepen in dit deel een emotionele, haast onheilspellende sfeer op.
In 1856 stierf Brahms’ mentor, de componist Robert Schumann. Korte tijd later pakte Brahms een langzaam deel uit de kast dat ooit bedoeld was voor een pianoconcert. Hij bewerkte dat tot een deel voor koor met bijbelteksten. Dat was het begin van het Deutsches Requiem. Toen zijn moeder tien jaar later overleed, voltooide de componist het monumentale werk. Het werk was in 1868 klaar. Toch is het Deutsches Requiem niet rechtstreeks verbonden met de dood van Schumann of van zijn moeder. Brahms liep al jaren rond met het plan om een requiem te schrijven voor de mensheid. Hij wilde geen requiem voor de doden, maar voor de levende nabestaanden. Eigenlijk had Brahms het werk Een menselijk requiem willen noemen. In 1868 dirigeerde hij zijn requiem in de Dom van Bremen.
Wederom kunt u gaan luisteren naar het Koninklijk Concertgebouworkest, deze keer onder de leiding van dirigent Mariss Jansons. Wie lieblich sind deine Wohnungen uit Ein Deutsches Requiem.
Track 02 Johannes Brahms - Ein deutsches Requiem (RCO olv Mariss Jansons)
Het concert voor twee piano’s van Francis Poulenc werd in de zomer van 1932 geschreven in opdracht van en opgedragen aan prins Edmond de Polignac. De muziek wordt vaak beschreven als het hoogtepunt van de vroege periode van Poulenc. De componist zelf schreef aan de Belgische musicoloog Paul Collaer: “Je zult zelf zien wat een enorme stap voorwaarts het is ten opzichte van mijn eerdere werk end at ik nu echt mijn grote periode begin”.
Prins Edmond de Polignac was een Amerikaanse beschermheilige aan wie veel meesterwerken uit de vroege 20e eeuw zijn gewijd. Denk daarbij aan werken van Stravinsky, Ravel, Kurt Weill, en bijvoorbeeld Socrates van Erik Satie. Zijn salon in Parijs was een verzamelplaats voor de muzikale avant-garde.
U gaat luisteren naar het concert voor twee pianos van Poulenc. De solisten zijn de broers Lucas en Arthur Jussen en zij worden begeleid door wederom het Koninklijk Concergebouw Orkest.
Track 03 Francis Poulenc - Concerto for 2 pianos (RCO olv Stéphane Denève met pianisten Lucas & Arthur Jussen)
Ik mag graag op zoek naar live opnames omdat die vaak de muzikale kwaliteiten bloot leggen van een uitvoerende artiest of dirigent. Nu zult u vast al gemerkt hebben dat ik vandaag het Koninklijk Concertgebouw Orkest als thema heb gekozen. De muziek welke u tot nu toe al hoorde waren alle live opnames en ook het volgend werk is live uitgevoerd door het Concertgebouw Orkest.
We gaan naar Rusland. In 1953 kreeg Rusland te maken met het zogenaade Dokterscomplot. Negen artsen warden gearresteerd en schuldig bevonden aan het vergiftigen van Sovjetleiders. Het kreeg geen gevolg omdat vlak daarna geruchten op gang kwamen dat de gezondheid van Stalin slechter werd. Op 6 maart 1953 kwam het bericht van zijn overlijden. Het bracht een ommekeer binnen de Sovjet-Unie teweeg, mede doordat zijn kompaan Beria snel na Stalin’s overlijden werd gearresteerd.
Zelf zat Shostakovich een beetje in de knoop met zijn symphonieën. Nummer 8 en 9 waren door de autoriteiten (end us ook het volk) niet goed ontvangen. Van deze oorlogssymphonieën verwachtte men een verafgoding van de Russische prestaties in de Tweede Wereldoorlog, maar men kreeg in beide gevallen lik op stuk. Shostakovich’ 8e schetste de ellende van oorlog in het algemeen en zijn 9e klinkt met haar eenzame fagotsolo als een Requiem.
De omstandigheden waaronder de symphonie tot stand kwam waren niet optimal. Wel was de componist van zijn grootste vijand Stalin af. De première volgde op 17 december 1953 door het Sint-Petersburgs Philharmonisch Orkest in het toenmalige Leningrad.
Zoals al gezegd gaat u nu luisteren naar een live uitvoering door het Koninklijk Concertgebouw Orkest van het tweede deel uit deze 10e Symphonie van Dmitri Shostakovich. Het is een heftig en gewelddadig scherzo. Het moet gezien worden als een muzikaal portret van Stalin. Shostakovich wordt er nogal eens van beschuldigd te ordinaire muziek te hebben geschreven. Volgens velen zou hij in deze symphonie echter de juiste balans hebben gevonden. Dit gehaaste allegro leunt tegen vaudevillemuziek aan.
Track 04 Dmitri Shostakovich - Symphony No 10
Al eerder heb ik muziek van de Russische componist Shostakovics laten horen. Ongeveer een jaar geleden in een special over filmmuziek liet ik u “The Gadfly” horen. In veel muziek is de geschiedenis hoorbaar en soms zelfs voelbaar. Ik heb dat bij de muziek van Shostakovich in een heel grote mate.
U gaat nu luisteren naar pianiste Yuja Wang. Zij is een opvallende verschijning op grote podia. Samen met Omar Tomasoni, de eerste trompettist van het Concertgebouw Orkest hoort u het eerste Piano Concert van Shostakovich. Dirigent is de toenmalige chefdirigent van het Concertgebouworkest, Mariss Jansons.
Track 05 Dmitri Shostakovich - Piano Concerto No 1
Ik mag mijn afkomst niet verloochenen. Ik ben trompettist en ik mag nog veel liever de bugel bespelen. Ik ben opgegroeid in de wereld van de Harmonie, Fanfare en Brassbands. Maar toen ik een jaar of 16 was heb ik de film Amadeus gezien. Vanaf die tijd ben ik mij in steeds sterkere mate gaan interesseren in de klassiek muziek.
Natuurlijk vertel ik deze inleiding niet zomaar want ik laat u nu de Kopersectie van het Concertgebouw Orkest horen. In het najaar van 2016 waren deze blazers te horen in de Bulgaria Hall in Sofia in de Suite from Maria de Buenos Aires van de Argentijnse componist Astor Piazzolla. Het arrangement voor deze koperblazers is Steven Verhelst.
Track 06 Astor Piazzolla - Maria de Buenos Aires (RCO Brass) LET OP: APPLAUS AAN HET EIND!!
Tsja… de tijd gaat snel als het leuk gaat. Ik moet helaas alweer tot de volgende keer zeggen. Bob Voorn was de technicus vandaag. Bedankt Bob!
Tot slot kunt u gaan luisteren naar Shostakovich’ Tahiti Trot oftewel Tea for Two. Luisteraars… tot de volgende keer bij Klassiek op Zondag.
Track 07 Dmitri Shostakovich - Tahiti Trot (Tea for Two)
]]>
Zo rond het jaar 1880 is de in Hamburg geboren Johannes Brahms (1833-1897) een beroemd man. Van alle kanten stromen uitnodigingen naar hem toe en worden hem eredoctoraten toebedeeld. Brahms, die intussen in Wenen woont, laat het op zijn eigen manier over zich heen komen. Hij heeft niet zo veel op met al die poespas rond zijn persoon. Het is zijn stijl niet om een speech te houden, een mooi pak aan te trekken of in een sjiek restaurant te dineren. Nee, Brahms zit liever in een van de balzalen naar dansende meisjes te kijken.
Brahms hield van dansmuziek en had grote bewondering voor de walsenkoning Johann Strauss jr. Hij kwam ook bij Strauss jr. over de vloer. Als Alice, de echtgenote van Strauss jr., Johannes Brahms om een handtekening voor haar waaier vraagt, noteert Brahms de eerste maten van Strauss’ An der schönen blauen Donau. Daaronder schrijft hij: ‘Jammer genoeg niet van Johannes Brahms’.
Ischl, een Oostenrijks vakantieplaatsje en kuuroord, oefende grote aantrekkingskracht uit op componisten en musici als Brahms, Johann Strauss jr., Bruckner, Mahler en Clara Schumann. Zij waren hier veelvuldig te vinden. In 1880 schrijft Brahms in Ischl twee ouvertures. De eerste is Akademische Festouverture opus 80, die Brahms opdraagt aan de universiteit van Breslau die hem de eretitel van doctor in de Filosofie verschaft. In het werk zitten arrangementen van studentenliederen en drinkliederen. Brahms schrijft in deze luchtige vierdelige potpourri een groot orkest voor.
In dezelfde periode schrijft de componist een tweede ouverture, de Tragische Ouverture opus 81, ontstaat uit oude invallen van Brahms die teruggaan naar 1860 en die oorspronkelijk bedoeld waren als voorspel voor Faust van Goethe. Aan zijn uitgever schrijft hij: ‘Hier heb je een Jantje lacht en een Jantje huilt…’.
Onder leiding van Danielle Gatti, hoort u ons Koninklijk Concertgebouworkest in De Tragische Ouverture van Johannes Brahms.
In de rij van de gangbare requiems neemt het Deutsches Requiem van de Duitse componist Johannes Brahms (1833 – 1897) een zeer aparte plaats in. Het koorwerk zit bol van overpeinzingen over de sterfelijkheid van de mens en over de hoop op een beter leven in het hiernamaals. Zowel qua tekst als muzikaal is het werk somber en ingetogen. De treurmis is een groot werk, geschreven voor koor, solisten en symfonieorkest, soms met orgel. Het werk telt 7 delen en duurt langer dan een uur.
De Lutherse Brahms heeft voor dit werk gekozen voor bijbelteksten en heeft de traditionele woorden van de Latijnse requiem-mis weggelaten. Het werk heeft als titel Ein Deutsches Requiem, nach Worten der Heiligen Schrift opus 45. De teksten voor het eerste deel van de requiem haalde Brahms uit Matthaus 5: ‘Selig sind die da Leid tragen’. In dit deel ontbreken de violen, wat direct al een sombere sfeer oproept. Het tweede deel ‘Denn alles Fleisch ist Gras’ (Petrus 1) is een van de mooiste stukken treurmuziek uit de muziekhistorie. De geheimzinnige paukenslagen roepen in dit deel een emotionele, haast onheilspellende sfeer op.
In 1856 stierf Brahms’ mentor, de componist Robert Schumann. Korte tijd later pakte Brahms een langzaam deel uit de kast dat ooit bedoeld was voor een pianoconcert. Hij bewerkte dat tot een deel voor koor met bijbelteksten. Dat was het begin van het Deutsches Requiem. Toen zijn moeder tien jaar later overleed, voltooide de componist het monumentale werk. Het werk was in 1868 klaar. Toch is het Deutsches Requiem niet rechtstreeks verbonden met de dood van Schumann of van zijn moeder. Brahms liep al jaren rond met het plan om een requiem te schrijven voor de mensheid. Hij wilde geen requiem voor de doden, maar voor de levende nabestaanden. Eigenlijk had Brahms het werk Een menselijk requiem willen noemen. In 1868 dirigeerde hij zijn requiem in de Dom van Bremen.
Wederom kunt u gaan luisteren naar het Koninklijk Concertgebouworkest, deze keer onder de leiding van dirigent Mariss Jansons. Wie lieblich sind deine Wohnungen uit Ein Deutsches Requiem.
Track 02 Johannes Brahms - Ein deutsches Requiem (RCO olv Mariss Jansons)
Het concert voor twee piano’s van Francis Poulenc werd in de zomer van 1932 geschreven in opdracht van en opgedragen aan prins Edmond de Polignac. De muziek wordt vaak beschreven als het hoogtepunt van de vroege periode van Poulenc. De componist zelf schreef aan de Belgische musicoloog Paul Collaer: “Je zult zelf zien wat een enorme stap voorwaarts het is ten opzichte van mijn eerdere werk end at ik nu echt mijn grote periode begin”.
Prins Edmond de Polignac was een Amerikaanse beschermheilige aan wie veel meesterwerken uit de vroege 20e eeuw zijn gewijd. Denk daarbij aan werken van Stravinsky, Ravel, Kurt Weill, en bijvoorbeeld Socrates van Erik Satie. Zijn salon in Parijs was een verzamelplaats voor de muzikale avant-garde.
U gaat luisteren naar het concert voor twee pianos van Poulenc. De solisten zijn de broers Lucas en Arthur Jussen en zij worden begeleid door wederom het Koninklijk Concergebouw Orkest.
Track 03 Francis Poulenc - Concerto for 2 pianos (RCO olv Stéphane Denève met pianisten Lucas & Arthur Jussen)
Ik mag graag op zoek naar live opnames omdat die vaak de muzikale kwaliteiten bloot leggen van een uitvoerende artiest of dirigent. Nu zult u vast al gemerkt hebben dat ik vandaag het Koninklijk Concertgebouw Orkest als thema heb gekozen. De muziek welke u tot nu toe al hoorde waren alle live opnames en ook het volgend werk is live uitgevoerd door het Concertgebouw Orkest.
We gaan naar Rusland. In 1953 kreeg Rusland te maken met het zogenaade Dokterscomplot. Negen artsen warden gearresteerd en schuldig bevonden aan het vergiftigen van Sovjetleiders. Het kreeg geen gevolg omdat vlak daarna geruchten op gang kwamen dat de gezondheid van Stalin slechter werd. Op 6 maart 1953 kwam het bericht van zijn overlijden. Het bracht een ommekeer binnen de Sovjet-Unie teweeg, mede doordat zijn kompaan Beria snel na Stalin’s overlijden werd gearresteerd.
Zelf zat Shostakovich een beetje in de knoop met zijn symphonieën. Nummer 8 en 9 waren door de autoriteiten (end us ook het volk) niet goed ontvangen. Van deze oorlogssymphonieën verwachtte men een verafgoding van de Russische prestaties in de Tweede Wereldoorlog, maar men kreeg in beide gevallen lik op stuk. Shostakovich’ 8e schetste de ellende van oorlog in het algemeen en zijn 9e klinkt met haar eenzame fagotsolo als een Requiem.
De omstandigheden waaronder de symphonie tot stand kwam waren niet optimal. Wel was de componist van zijn grootste vijand Stalin af. De première volgde op 17 december 1953 door het Sint-Petersburgs Philharmonisch Orkest in het toenmalige Leningrad.
Zoals al gezegd gaat u nu luisteren naar een live uitvoering door het Koninklijk Concertgebouw Orkest van het tweede deel uit deze 10e Symphonie van Dmitri Shostakovich. Het is een heftig en gewelddadig scherzo. Het moet gezien worden als een muzikaal portret van Stalin. Shostakovich wordt er nogal eens van beschuldigd te ordinaire muziek te hebben geschreven. Volgens velen zou hij in deze symphonie echter de juiste balans hebben gevonden. Dit gehaaste allegro leunt tegen vaudevillemuziek aan.
Track 04 Dmitri Shostakovich - Symphony No 10
Al eerder heb ik muziek van de Russische componist Shostakovics laten horen. Ongeveer een jaar geleden in een special over filmmuziek liet ik u “The Gadfly” horen. In veel muziek is de geschiedenis hoorbaar en soms zelfs voelbaar. Ik heb dat bij de muziek van Shostakovich in een heel grote mate.
U gaat nu luisteren naar pianiste Yuja Wang. Zij is een opvallende verschijning op grote podia. Samen met Omar Tomasoni, de eerste trompettist van het Concertgebouw Orkest hoort u het eerste Piano Concert van Shostakovich. Dirigent is de toenmalige chefdirigent van het Concertgebouworkest, Mariss Jansons.
Track 05 Dmitri Shostakovich - Piano Concerto No 1
Ik mag mijn afkomst niet verloochenen. Ik ben trompettist en ik mag nog veel liever de bugel bespelen. Ik ben opgegroeid in de wereld van de Harmonie, Fanfare en Brassbands. Maar toen ik een jaar of 16 was heb ik de film Amadeus gezien. Vanaf die tijd ben ik mij in steeds sterkere mate gaan interesseren in de klassiek muziek.
Natuurlijk vertel ik deze inleiding niet zomaar want ik laat u nu de Kopersectie van het Concertgebouw Orkest horen. In het najaar van 2016 waren deze blazers te horen in de Bulgaria Hall in Sofia in de Suite from Maria de Buenos Aires van de Argentijnse componist Astor Piazzolla. Het arrangement voor deze koperblazers is Steven Verhelst.
Track 06 Astor Piazzolla - Maria de Buenos Aires (RCO Brass) LET OP: APPLAUS AAN HET EIND!!
Tsja… de tijd gaat snel als het leuk gaat. Ik moet helaas alweer tot de volgende keer zeggen. Bob Voorn was de technicus vandaag. Bedankt Bob!
Tot slot kunt u gaan luisteren naar Shostakovich’ Tahiti Trot oftewel Tea for Two. Luisteraars… tot de volgende keer bij Klassiek op Zondag.
Track 07 Dmitri Shostakovich - Tahiti Trot (Tea for Two)
]]>1851741-2nonoWed, 11 Apr 2018 15:48:21 +02001:00:11
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz180318-griegs-peer-gynt/
Grieg is de geschiedenis ingegaan als componist van vooral korte melodieuze werken, voornamelijk liederen en pianostukken. Grote werken schreef hij nauwelijks, uitgezonderd zijn Pianoconcert en de suite Peer Gynt.
Grieg was vijfentwintig jaar toen hij zijn enige grote symfonische werk schreef, het Pianoconcert in a mineur. Nadat het werk werd geprezen door pianovirtuoos Franz Liszt (1811 – 1886), werd het in 1870 voor het eerst uitgevoerd door de Noorse pianist Edmund Neupert waaraan het werk tevens was opgedragen. Later heeft Grieg het zelf talloze malen uitgevoerd.
Het duurde 4 jaar voordat Grieg zijn Concert voor piano en orkest voltooid had. Ondanks het grote succes bij de premiere, sleutelde de componist nog jaren aan het concert en bracht nog een paar honderd veranderingen aan. Het concert, dat inmiddels tot de meest geliefde pianoconcerten ter wereld is gaan behoren, ligt makkelijk in het gehoor en is samen met de suite Peer Gynt Griegs meest geliefde werk.
Met het manuscript van zijn kersverse pianoconcert onder de arm klopte Edvard Grieg bij de grote meester Franz Liszt aan. Deze speelde het stuk van het blad en keek bemoedigend naar het kleine mannetje met de leeuwenkop die uit het hoge noorden naar hem toe was gereisd. Liszt bracht een kleine verandering aan en omhelsde toen de dolgelukkige Grieg
Edvard Grieg (1843-1907), de koning van de Noorse muziek, stortte eens zijn hart uit: ‘Bach en Beethoven hebben hoge kathedralen en tempels gebouwd. Ik wil de eenvoudige woonhuizen bouwen waarin het volk zich behaaglijk voelt. Ik heb dat geprobeerd door de volksmuziek van mijn land op te tekenen’.
Edvard Grieg werd in Bergen geboren. Toen hij vijftien jaar was verhuisde hij naar het Duitse Leipzig om zich daar aan het conservatorium van Felix Mendelssohn verder te bekwamen. Was Sibelius de held van Finland, hetzelfde kan gezegd worden van Grieg voor Noorwegen. Beide meesters zijn de geschiedenis ingegaan als Scandinavische nationalisten.
In 1886 stelde Grieg twee suites samen uit de gehele toneelmuziek die hij maakte bij Ibsens drama Peer Gynt. Slechts acht van de oorspronkelijk tweeëndertig stukken gebruikte hij voor deze suites. Vooral het eerste deel van de eerste suite, Morning mood (Ochtendstemming), is heel populair. Uit dezelfde suite komt Aase’s dead. Uit de tweede suite is Solveig’s song zeer geliefd.
Peer Gynt, de eeuwige twijfelaar, de zwerver en de minnaar. Niet slecht genoeg voor de hel en niet goed genoeg voor de hemel. Het verhaal draait om Peers moeder Aase en zijn bruid Ingrid die hij verlaat en later op haar trouwdag schaakt. Berucht zijn Peer Gynt’s liefdesverhoudingen met vreemdsoortige dames, zoals bijvoorbeeld de oosterse danseres Anitra en de groene vrouw die hem een gedrocht als zoon schenkt.
In opdracht van de Noorse koning maakte schrijver Henrik Ibsen een rondreis naar het nationale park de Ronde Bergen om daar verhalen van het volk op te tekenen. Uit de mond van bergbewoners noteerde Ibsen de avonturen van de historische Peer Gynt. Later, in 1867 schreef hij aan de hand van zijn aantekeningen het toneelstuk Peer Gynt. Een stuk waar fantasie en werkelijkheid in elkaar over en door elkaar heen lopen en waar logica en structuur ver te zoeken is. Een achtbaan van gebeurtenissen die je gewoon moet ondergaan.
Mede door de muziek van Edvard Grieg is het verhaal van Peer Gynt wereldwijd bekend geworden.
Two Nordic Melodies hebben een interessante geschiedenis: Grieg schreef voor Strijkorkest twee noordelijke melodieën en van de eerste weten we dat die hem werd aangeboden door Fredrik Due, een in Parijs wonende Noorse diplomaat; voor de tweede gebruikte hij thema's die voor het eerst verschenen in zijn verzameling pianowerken, Noorse volksliederen en dansen Opus 17. U gaat zo direct luisteren naar In Folk Style, de eerste melodie uit Two Nordic Melodies.
De melodie opent met een melancholische thema waarvan dunne texturen zijn gevoel van verlatenheid en ijzige somberheid versterken. In het middengedeelte worden de harmonieën warmer en voegt het toegevoegde ritme animatie toe, maar de muziek komt nooit helemaal uit het duistere maar zoete verdriet. Het werk doet mij enorm denken aan muziek welke ik al eens eerder liet horen: Ack Värmeland, du skona, een Deens volkslied. Maar nu dus de eerste melodie uit Two Nordic Melodies van de hand van Edvard Grieg.
Ik wil Bob Voorn graag bedanken voor de techniek van vandaag. We zijn alweer aan het einde van de uitzending Klassiek op Zondag. Maar tot slot nog een beetje Liszt. Onder de meest geliefde composities voor piano solo van Liszt behoren de drie Liebesträume uit 1850 waarvan nummer 3 zeer bekend is en tot de meest gespeelde pianowerken uit de muziekliteratuur behoort. En omdat Liszt zo onder de indruk was van Grieg’s pianoconcert eindigen we vandaag Klassiek op Zondag met Grieg’s vriend en bewonderaar: Franz Liszt. Liebestraum door Khatia Buniatishvili aan het klavier. Luisteraars… graag tot de volgende keer.
]]>
Grieg is de geschiedenis ingegaan als componist van vooral korte melodieuze werken, voornamelijk liederen en pianostukken. Grote werken schreef hij nauwelijks, uitgezonderd zijn Pianoconcert en de suite Peer Gynt.
Grieg was vijfentwintig jaar toen hij zijn enige grote symfonische werk schreef, het Pianoconcert in a mineur. Nadat het werk werd geprezen door pianovirtuoos Franz Liszt (1811 – 1886), werd het in 1870 voor het eerst uitgevoerd door de Noorse pianist Edmund Neupert waaraan het werk tevens was opgedragen. Later heeft Grieg het zelf talloze malen uitgevoerd.
Het duurde 4 jaar voordat Grieg zijn Concert voor piano en orkest voltooid had. Ondanks het grote succes bij de premiere, sleutelde de componist nog jaren aan het concert en bracht nog een paar honderd veranderingen aan. Het concert, dat inmiddels tot de meest geliefde pianoconcerten ter wereld is gaan behoren, ligt makkelijk in het gehoor en is samen met de suite Peer Gynt Griegs meest geliefde werk.
Met het manuscript van zijn kersverse pianoconcert onder de arm klopte Edvard Grieg bij de grote meester Franz Liszt aan. Deze speelde het stuk van het blad en keek bemoedigend naar het kleine mannetje met de leeuwenkop die uit het hoge noorden naar hem toe was gereisd. Liszt bracht een kleine verandering aan en omhelsde toen de dolgelukkige Grieg
Edvard Grieg (1843-1907), de koning van de Noorse muziek, stortte eens zijn hart uit: ‘Bach en Beethoven hebben hoge kathedralen en tempels gebouwd. Ik wil de eenvoudige woonhuizen bouwen waarin het volk zich behaaglijk voelt. Ik heb dat geprobeerd door de volksmuziek van mijn land op te tekenen’.
Edvard Grieg werd in Bergen geboren. Toen hij vijftien jaar was verhuisde hij naar het Duitse Leipzig om zich daar aan het conservatorium van Felix Mendelssohn verder te bekwamen. Was Sibelius de held van Finland, hetzelfde kan gezegd worden van Grieg voor Noorwegen. Beide meesters zijn de geschiedenis ingegaan als Scandinavische nationalisten.
In 1886 stelde Grieg twee suites samen uit de gehele toneelmuziek die hij maakte bij Ibsens drama Peer Gynt. Slechts acht van de oorspronkelijk tweeëndertig stukken gebruikte hij voor deze suites. Vooral het eerste deel van de eerste suite, Morning mood (Ochtendstemming), is heel populair. Uit dezelfde suite komt Aase’s dead. Uit de tweede suite is Solveig’s song zeer geliefd.
Peer Gynt, de eeuwige twijfelaar, de zwerver en de minnaar. Niet slecht genoeg voor de hel en niet goed genoeg voor de hemel. Het verhaal draait om Peers moeder Aase en zijn bruid Ingrid die hij verlaat en later op haar trouwdag schaakt. Berucht zijn Peer Gynt’s liefdesverhoudingen met vreemdsoortige dames, zoals bijvoorbeeld de oosterse danseres Anitra en de groene vrouw die hem een gedrocht als zoon schenkt.
In opdracht van de Noorse koning maakte schrijver Henrik Ibsen een rondreis naar het nationale park de Ronde Bergen om daar verhalen van het volk op te tekenen. Uit de mond van bergbewoners noteerde Ibsen de avonturen van de historische Peer Gynt. Later, in 1867 schreef hij aan de hand van zijn aantekeningen het toneelstuk Peer Gynt. Een stuk waar fantasie en werkelijkheid in elkaar over en door elkaar heen lopen en waar logica en structuur ver te zoeken is. Een achtbaan van gebeurtenissen die je gewoon moet ondergaan.
Mede door de muziek van Edvard Grieg is het verhaal van Peer Gynt wereldwijd bekend geworden.
Two Nordic Melodies hebben een interessante geschiedenis: Grieg schreef voor Strijkorkest twee noordelijke melodieën en van de eerste weten we dat die hem werd aangeboden door Fredrik Due, een in Parijs wonende Noorse diplomaat; voor de tweede gebruikte hij thema's die voor het eerst verschenen in zijn verzameling pianowerken, Noorse volksliederen en dansen Opus 17. U gaat zo direct luisteren naar In Folk Style, de eerste melodie uit Two Nordic Melodies.
De melodie opent met een melancholische thema waarvan dunne texturen zijn gevoel van verlatenheid en ijzige somberheid versterken. In het middengedeelte worden de harmonieën warmer en voegt het toegevoegde ritme animatie toe, maar de muziek komt nooit helemaal uit het duistere maar zoete verdriet. Het werk doet mij enorm denken aan muziek welke ik al eens eerder liet horen: Ack Värmeland, du skona, een Deens volkslied. Maar nu dus de eerste melodie uit Two Nordic Melodies van de hand van Edvard Grieg.
Ik wil Bob Voorn graag bedanken voor de techniek van vandaag. We zijn alweer aan het einde van de uitzending Klassiek op Zondag. Maar tot slot nog een beetje Liszt. Onder de meest geliefde composities voor piano solo van Liszt behoren de drie Liebesträume uit 1850 waarvan nummer 3 zeer bekend is en tot de meest gespeelde pianowerken uit de muziekliteratuur behoort. En omdat Liszt zo onder de indruk was van Grieg’s pianoconcert eindigen we vandaag Klassiek op Zondag met Grieg’s vriend en bewonderaar: Franz Liszt. Liebestraum door Khatia Buniatishvili aan het klavier. Luisteraars… graag tot de volgende keer.
]]>1808736-2nonoThu, 15 Mar 2018 22:41:00 +01001:00:20
https://hearthis.at/wjanv72-m7/klassiek-op-zondag-180121/
Johann’s vader was ook een bekend componist maar wilde niet dat zijn zoon ook musicus zou worden. Maar ja… als zoonlief iets anders in de kop heeft… In het geniep studeerde hij viool bij nota bene de rivaal van zijn vader: Joseph Lanner. Hij heeft ook les gevolgd bij de Weense professor in compositieleer Joseph Drechsler. Johann Strauss jr. kon zich pas echt gaan toeleggen op een carrière als componist, toen Johann sr. in 1842 de familie verliet. Zo direct meer over junior, nu gaan we eerst luisteren naar, ik kan wel zeggen één van de bekendere werken van Strauss: Die Fledermaus.
Die Fledermaus (De vleermuis) is een komische operette uit 1874 op een Duits libretto van Karl Haffner en Richard Genée.
Het oorspronkelijke toneelstuk van Meilhac en Halévy lag ten grondslag aan de operette. De componist Jacques Offenbach kende dit toneelstuk en had reeds plannen om er een operette van te maken, maar dat kwam er niet van.
Johann Strauss werd intussen bekend in heel Europa door zijn dansmuziek (met name zijn walsen) en door zijn muzikale en bekende vader Johann Strauss sr. die toen reeds furore had gemaakt. Offenbach kende junior en stimuleerde hem tot het schrijven van een operette, een genre dat snel aan populariteit won, onder andere in Wenen.
Het verhaal is gebaseerd op een komische huwelijksklucht, met elementen als jaloezie, humor, genot, en feestelijke en grappige scènes.
Die Fledermaus in een uitvoering van het London Symphony Orchestra onder leiding van Alfred Scholz.
Johann jr. werd door zijn familie doorgaans "Schani" genoemd. Hij kwam uit een muzikale familie. Zijn vader Johann Strauss sr. en broers Josefen Eduard waren eveneens componisten, maar Johann jr. is met afstand de bekendste.
Dit wekte een niet geringe jaloezie op bij zijn beide broers, met name bij Eduard. Maar objectief muzikaal gezien stak "Schani" met kop en schouders boven het niveau van zijn broers uit. De composities van Josef en Eduard zijn weliswaar verdienstelijk te noemen, maar missen de geniale en verrassende wendingen van de composities van Johann jr.
Muziek, weer een overture uit een operette: Der Zigeunerbaron. Op 24 oktober 1885 vond de premiere plaats in het Theater an der Wien in Wenen. Het bleek, al tijdens Strauss’ leven een populaire operette te zijn, bijna even succesvol als Die Fledermaus.
Het stuk bestaat uit drie akten. Het verhaal, een liefdesgeschiedenis speelt zich af in Hongarije en Wenen in de 18e eeuw waarbij een verborgen schat op een vervallen landgoed de rode draad is.
De overture uit Der Zigeunerbaron door het Slovak Radio Symphony Orchestra onder leiding van Martin Sieghart.
U hoorde de Czardas uit de opera Ritter Pasman. In deze opera wordt een van de jagers verliefd op de vrouw van de ridder en kust haar op het voorhoofd als de man niet kijkt. Later, als de jager vertrekt, ontdekt Pázmán de kus, en nadat hij zijn vrouw heeft vervloekt, gaat hij naar de koning om gerechtigheid te eisen.
De ridderwerd gevolgd door zijn vrouw en meid. Hij staat erop dat hij de jager’s vrouw mag kussen als wraak. De koning zegt vervolgens dat hij degene was die de vrouw van Pázmán kustte. Pázmán mag dan een zoen van de koningin nemen.
Gedurende zijn leven was Strauss al bekend als de walskoning en de populariteit van de Weense wals is voor een belangrijk deel aan hem te danken. De Weense wals werd in de tijd waarin Johann Strauss jr. leefde voornamelijk in danszalen gespeeld. Het is uitsluitend aan Johann Strauss jr. te danken dat de Weense wals van het niveau van de danszaal naar het concertpodium getild werd.
Hij streefde zijn vader als componist (met als beroemdste werk de Radetzky Marsch) snel voorbij en beleefde successen op tournees door Oostenrijk, Polen, Duitsland, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië.
Hij werd gewaardeerd door prominente componisten uit zijn tijd, onder wie Johannes Brahms, een persoonlijke vriend.
Door met muziek: De Annen-Polka dankt zijn naam aan de vieringen voor de dag van St. Anne die valt op 26 juli 1852, één van de belangrijkste festivals van de Weense kalender.l Een persverslaggever zei bij de premiëre: Johann Strauss gaf een mooi cadeau aan alle Anna, Ninas, Nanys, Nettchen enzovoort met zijn nieuwste polka, die hij Annen-Polka tot hun eer noemde. Ze vond het zo leuk vanwege de fascinerende, melodieuze en uitnodigende melodie, dat er nog steeds en veel verzoeken waren om ernaar te luisteren. De Annen-Polka dus…
Het is al even genoemd: Strauss de walsenkoning. U kunt nu dan ook luisteren naar een wals: De Wiener Bonbons. Het is een wals geschreven voor het bal van de Vereniging van Industriële Verenigingen in het Redoutensaal en was opgedragen aan de invloedrijke Prinses Pauline Metternich-Winnenburg, de vrouw van de toenmalige Oostenrijkse ambassadeur in Parijs.
Het feest was bedoeld om fondsen te werven voor de bouw van Duitse ziekenhuizen in Parijs en de jongere broer van Strauss, Josef,had aanvankelijk de bedoeling muziek te dirigeren zonder de verwachte aanwezigheid van zijn broer Johann. Het uiteindelijke resultaat was de wals 'Wiener Bonbons' die de Weense wals combineert met Parijse flair. De muziek verenigt ook beide nationaliteiten via de titel en zelfs de titelpagina toont de naam van het werk in gedraaide bonbonverpakkingen .
De Wiener Bonbons door de Wiener Philharmoniker.
Luisteraars, iets heel anders: een mars van de hand van Johann Strauss junior: de Egyptischer Marsch door de Vienna Philharmonic Orchestra onder leiding van Daniël Barenboim.
Dit wonderbaarlijk energieke stuk werd geschreven in 1869 om de toekomstige opening van het Suezkanaal te vieren, en ging in première tijdens een zomerconcert door het populaire reizende orkest van de componist in Pavlovsk, Rusland, buiten St. Petersburg.
Het stuk gaat stilletjes open met lage trommels en een verre windsectie speelt een exotische, minder belangrijke 'Egyptische' inleidende melodie, waarbij de lagere reeksen reageren als reactie. Op een plotseling snel crescendo beginnen drie mineurakkoorden met een zwaar accent de melodie met het volledige orkest. De sfeer is die van een agressieve militaire band. Het volgende gedeelte herschrijft de melodie in de helderdere parallelle majeurtoonladder met één "Arabische" wijziging van de melodie. De sfeer verandert in die van een pittige militaire parade op een zonnige dag. Een koor wordt dan zingenloos (op de bekende la’s en noe’s) en zachtjes in een combinatie van de mineur en belangrijke toetsmelodieën toegevoegd. Het agressieve eerste thema herhaalt zich dan met lagere koperblazers. Dit wordt gevolgd door de introductie terwijl de muziek langzaam wegebt in de verte met een herhaalde ritmische figuur.
De Egyptische Mars door de Wiener Philharmoniker onder de leiding van Daniël Barenboim.
Iets heel anders: Frühlingsstimmen, een orkestrale wals met optionele solo voor de sopraanstem. En deze krijgt u te horen luisteraars. Een werk die bij sommige mensen wel bekend is geworden als de melodie van het computerspel rollercoaster. Mevrouw Kathleen Battle soleert hier met de Wiener Philharmoniker onder leiding van meester-dirigent Herbert von Karajan.
… en helaas zijn we alweer aan het einde van de uitzending. Ik hoop dat u ervan kon genieten. Ik heb het graag voor u in elkaar gezet. Mijn dank gaat ook uit naar Bob Voorn die de vertrouwde technicus was voor deze uitzending.
Johann Strauss jr. stierf op 73-jarige leeftijd aan een longontsteking. Hij liet heel veel muziek na. De bekendste is ongetwijfeld de wals: An der schönen blauen Donau. Graag tot de volgende keer!
]]>
Johann’s vader was ook een bekend componist maar wilde niet dat zijn zoon ook musicus zou worden. Maar ja… als zoonlief iets anders in de kop heeft… In het geniep studeerde hij viool bij nota bene de rivaal van zijn vader: Joseph Lanner. Hij heeft ook les gevolgd bij de Weense professor in compositieleer Joseph Drechsler. Johann Strauss jr. kon zich pas echt gaan toeleggen op een carrière als componist, toen Johann sr. in 1842 de familie verliet. Zo direct meer over junior, nu gaan we eerst luisteren naar, ik kan wel zeggen één van de bekendere werken van Strauss: Die Fledermaus.
Die Fledermaus (De vleermuis) is een komische operette uit 1874 op een Duits libretto van Karl Haffner en Richard Genée.
Het oorspronkelijke toneelstuk van Meilhac en Halévy lag ten grondslag aan de operette. De componist Jacques Offenbach kende dit toneelstuk en had reeds plannen om er een operette van te maken, maar dat kwam er niet van.
Johann Strauss werd intussen bekend in heel Europa door zijn dansmuziek (met name zijn walsen) en door zijn muzikale en bekende vader Johann Strauss sr. die toen reeds furore had gemaakt. Offenbach kende junior en stimuleerde hem tot het schrijven van een operette, een genre dat snel aan populariteit won, onder andere in Wenen.
Het verhaal is gebaseerd op een komische huwelijksklucht, met elementen als jaloezie, humor, genot, en feestelijke en grappige scènes.
Die Fledermaus in een uitvoering van het London Symphony Orchestra onder leiding van Alfred Scholz.
Johann jr. werd door zijn familie doorgaans "Schani" genoemd. Hij kwam uit een muzikale familie. Zijn vader Johann Strauss sr. en broers Josefen Eduard waren eveneens componisten, maar Johann jr. is met afstand de bekendste.
Dit wekte een niet geringe jaloezie op bij zijn beide broers, met name bij Eduard. Maar objectief muzikaal gezien stak "Schani" met kop en schouders boven het niveau van zijn broers uit. De composities van Josef en Eduard zijn weliswaar verdienstelijk te noemen, maar missen de geniale en verrassende wendingen van de composities van Johann jr.
Muziek, weer een overture uit een operette: Der Zigeunerbaron. Op 24 oktober 1885 vond de premiere plaats in het Theater an der Wien in Wenen. Het bleek, al tijdens Strauss’ leven een populaire operette te zijn, bijna even succesvol als Die Fledermaus.
Het stuk bestaat uit drie akten. Het verhaal, een liefdesgeschiedenis speelt zich af in Hongarije en Wenen in de 18e eeuw waarbij een verborgen schat op een vervallen landgoed de rode draad is.
De overture uit Der Zigeunerbaron door het Slovak Radio Symphony Orchestra onder leiding van Martin Sieghart.
U hoorde de Czardas uit de opera Ritter Pasman. In deze opera wordt een van de jagers verliefd op de vrouw van de ridder en kust haar op het voorhoofd als de man niet kijkt. Later, als de jager vertrekt, ontdekt Pázmán de kus, en nadat hij zijn vrouw heeft vervloekt, gaat hij naar de koning om gerechtigheid te eisen.
De ridderwerd gevolgd door zijn vrouw en meid. Hij staat erop dat hij de jager’s vrouw mag kussen als wraak. De koning zegt vervolgens dat hij degene was die de vrouw van Pázmán kustte. Pázmán mag dan een zoen van de koningin nemen.
Gedurende zijn leven was Strauss al bekend als de walskoning en de populariteit van de Weense wals is voor een belangrijk deel aan hem te danken. De Weense wals werd in de tijd waarin Johann Strauss jr. leefde voornamelijk in danszalen gespeeld. Het is uitsluitend aan Johann Strauss jr. te danken dat de Weense wals van het niveau van de danszaal naar het concertpodium getild werd.
Hij streefde zijn vader als componist (met als beroemdste werk de Radetzky Marsch) snel voorbij en beleefde successen op tournees door Oostenrijk, Polen, Duitsland, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië.
Hij werd gewaardeerd door prominente componisten uit zijn tijd, onder wie Johannes Brahms, een persoonlijke vriend.
Door met muziek: De Annen-Polka dankt zijn naam aan de vieringen voor de dag van St. Anne die valt op 26 juli 1852, één van de belangrijkste festivals van de Weense kalender.l Een persverslaggever zei bij de premiëre: Johann Strauss gaf een mooi cadeau aan alle Anna, Ninas, Nanys, Nettchen enzovoort met zijn nieuwste polka, die hij Annen-Polka tot hun eer noemde. Ze vond het zo leuk vanwege de fascinerende, melodieuze en uitnodigende melodie, dat er nog steeds en veel verzoeken waren om ernaar te luisteren. De Annen-Polka dus…
Het is al even genoemd: Strauss de walsenkoning. U kunt nu dan ook luisteren naar een wals: De Wiener Bonbons. Het is een wals geschreven voor het bal van de Vereniging van Industriële Verenigingen in het Redoutensaal en was opgedragen aan de invloedrijke Prinses Pauline Metternich-Winnenburg, de vrouw van de toenmalige Oostenrijkse ambassadeur in Parijs.
Het feest was bedoeld om fondsen te werven voor de bouw van Duitse ziekenhuizen in Parijs en de jongere broer van Strauss, Josef,had aanvankelijk de bedoeling muziek te dirigeren zonder de verwachte aanwezigheid van zijn broer Johann. Het uiteindelijke resultaat was de wals 'Wiener Bonbons' die de Weense wals combineert met Parijse flair. De muziek verenigt ook beide nationaliteiten via de titel en zelfs de titelpagina toont de naam van het werk in gedraaide bonbonverpakkingen .
De Wiener Bonbons door de Wiener Philharmoniker.
Luisteraars, iets heel anders: een mars van de hand van Johann Strauss junior: de Egyptischer Marsch door de Vienna Philharmonic Orchestra onder leiding van Daniël Barenboim.
Dit wonderbaarlijk energieke stuk werd geschreven in 1869 om de toekomstige opening van het Suezkanaal te vieren, en ging in première tijdens een zomerconcert door het populaire reizende orkest van de componist in Pavlovsk, Rusland, buiten St. Petersburg.
Het stuk gaat stilletjes open met lage trommels en een verre windsectie speelt een exotische, minder belangrijke 'Egyptische' inleidende melodie, waarbij de lagere reeksen reageren als reactie. Op een plotseling snel crescendo beginnen drie mineurakkoorden met een zwaar accent de melodie met het volledige orkest. De sfeer is die van een agressieve militaire band. Het volgende gedeelte herschrijft de melodie in de helderdere parallelle majeurtoonladder met één "Arabische" wijziging van de melodie. De sfeer verandert in die van een pittige militaire parade op een zonnige dag. Een koor wordt dan zingenloos (op de bekende la’s en noe’s) en zachtjes in een combinatie van de mineur en belangrijke toetsmelodieën toegevoegd. Het agressieve eerste thema herhaalt zich dan met lagere koperblazers. Dit wordt gevolgd door de introductie terwijl de muziek langzaam wegebt in de verte met een herhaalde ritmische figuur.
De Egyptische Mars door de Wiener Philharmoniker onder de leiding van Daniël Barenboim.
Iets heel anders: Frühlingsstimmen, een orkestrale wals met optionele solo voor de sopraanstem. En deze krijgt u te horen luisteraars. Een werk die bij sommige mensen wel bekend is geworden als de melodie van het computerspel rollercoaster. Mevrouw Kathleen Battle soleert hier met de Wiener Philharmoniker onder leiding van meester-dirigent Herbert von Karajan.
… en helaas zijn we alweer aan het einde van de uitzending. Ik hoop dat u ervan kon genieten. Ik heb het graag voor u in elkaar gezet. Mijn dank gaat ook uit naar Bob Voorn die de vertrouwde technicus was voor deze uitzending.
Johann Strauss jr. stierf op 73-jarige leeftijd aan een longontsteking. Hij liet heel veel muziek na. De bekendste is ongetwijfeld de wals: An der schönen blauen Donau. Graag tot de volgende keer!
]]>1727500-2nonoThu, 18 Jan 2018 21:52:11 +01001:05:42
https://hearthis.at/wjanv72-m7/klassiek-op-zondag-171224/
Welkom luisteraars bij Klassiek op Zondag. Vandaag een speciale want deze zal in het teken van kerst staan. Wel een beetje een bijzonder uitzending want ik heb geprobeerd iets wat onbekendere muziek uit het kerstrepertoire uit te zoeken.
We beginnen met muziek voor harmonieorkest van de Amerikaanse componist Alfred Reed. Hij kreeg de opdracht voor het schrijven van een werk met Russische muziek voor een concert in Denver. Doel van het concert was de Sovjet-Amerikaanse samenwerking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog te waarderen. Daarvoor zouden premières van nieuwe muziek uit de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten uitgevoerd worden. De bekende Mars en Bes groot van Prokofjev wat hèt Russische werk, maar die was in de Verenigde Staten al uitgevoerd. Zo werd Reed 16 dagen voor het concert uitgekozen een nieuw werk te schrijven.
Een Russisch kerstlied uit de 16e eeuw is gemengd met motieven uit de Russisch-Orthodoxe liturgische muziek van de Oosters-Orthodoxe kerk. U gaat luisteren naar vier-delig doorgecomponeerd muziek van Alfred Reed. U hoort achtereenvolgens Carol of the Little Russian Children, Antiphonal Chant, Village Song en Cathedral Chorus… oftwel: Russian Christmas Music.
Track 01 Russian Christmas Music - Alfred Reed (13:50)
Muziek van de onbekendere Gerald Finzi… tenminste: voor mij onbekend, is In Terra Pax. Inspiratie kwam voort uit zijn liefde voor de literatuur en het Engelse platteland. In Terra Pax werd gecomponeerd in 1954 en was zo ongeveer de laatste muziek die Finzi aan het papier toevertrouwde. Een reeks tragedies beïnvloedde Finzi in zijn jonge jaren aldus John Bawden: hij was achtien toen hij zijn vader verloor. Drie oudere broers en zijn geliefde muziekleraar verloor hij tijdens een actie in de Eerste Wereldoorlog. Hij besefte daardoor temeer hoe vergankelijk het leven is en alsof dat nog niet genoeg besef was, werd op zijn vijftigste ondekt dat hij stervende was aan leukemie. Al deze ervaringen verklaren voor een groot deel de melancholie die ten grondslag ligt aan veel van zijn muziek.
Zoals genoemd, werd In Terra Pax gecomponeerd in 1954. Hoewel het ontstaan ervan terug te voeren is op een gebeurtenis ongeveer dertig jaar eerder, toen hij op een kerstavond naar de kerk klom op de top van zijn geliefde Chosen Hill, tussen Gloucester en Cheltenham, hoorde hij het geluid van de nachtklok over de ijzige valleien vna Gloucestershire. Dit maakte blijkbaar een blijvende indruk op hem en leverde zoals hij vertelde aan Vaughan Williams achteraf dus het idee voor In Terra Pax.
Track 02 Gerald Finzi - In Terra Pax Op 39 (Part I) - A Frosty Christmas Eve (7:33)
Track 03 Gerald Finzi - In Terra Pax Op 39 (Part II) - And lo, the angel of the Lord (7:51)
De volgende muziek welke u gaat horen is van de hand van Felix Mendelssohn. Van de acht koorcantates die hij onder leiding van zijn leraar Carl Friedrich Zelter als studieopdracht componeerde, is in “Vom Himmel Hoch” misschien wel het meest te horen dat koorwerk een grote rol in het Oeuvre van Mendelssohn speelt. De muziek ligt qua gevoel en inleving dicht bij die van Bach en dan bedoel ik natuurlijk de eerste cantate uit het Kerstoratorium. Maar luistert u nu naar Vom Himmel Hoch van de hand van Felix Mendelssohn.
Track 04 Mendelssohn 'Vom Himmel hoch' Accentus_Ensemble Orchestral (13:35)
Geschreven voor zijn kleindochter terwijl de componist Fransz Liszt in Rome woonde, is de muziek welke u direct gaat horen, niet de bekendste van de productieve Hongaarse componist. Toch maken de rustige arrangementen van de bestaande hymnen uit de Suite van 12 liedjes voor Piano een doordachte reflectie op de muzikale kerst.
Track 05 Liszt - Christmas Tree - Scherzoso, Carillon, Schlummerlied, Altes Provenz (8:35)
En zo ben ik alweer door mijn tijd heen. Ik hoop dat u ervan kon genieten. Daarom worden programma’s als deze toch gemaakt. Dank ben ik verschuldigd aan technicus Bob Voorn, bij deze.
Tot slot kunt u luisteren naar een deel uit de Weihnachtsmusic door Arnold Schoenberg. Ik wens u een goede vierde adventzondag toe.
]]>
Welkom luisteraars bij Klassiek op Zondag. Vandaag een speciale want deze zal in het teken van kerst staan. Wel een beetje een bijzonder uitzending want ik heb geprobeerd iets wat onbekendere muziek uit het kerstrepertoire uit te zoeken.
We beginnen met muziek voor harmonieorkest van de Amerikaanse componist Alfred Reed. Hij kreeg de opdracht voor het schrijven van een werk met Russische muziek voor een concert in Denver. Doel van het concert was de Sovjet-Amerikaanse samenwerking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog te waarderen. Daarvoor zouden premières van nieuwe muziek uit de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten uitgevoerd worden. De bekende Mars en Bes groot van Prokofjev wat hèt Russische werk, maar die was in de Verenigde Staten al uitgevoerd. Zo werd Reed 16 dagen voor het concert uitgekozen een nieuw werk te schrijven.
Een Russisch kerstlied uit de 16e eeuw is gemengd met motieven uit de Russisch-Orthodoxe liturgische muziek van de Oosters-Orthodoxe kerk. U gaat luisteren naar vier-delig doorgecomponeerd muziek van Alfred Reed. U hoort achtereenvolgens Carol of the Little Russian Children, Antiphonal Chant, Village Song en Cathedral Chorus… oftwel: Russian Christmas Music.
Track 01 Russian Christmas Music - Alfred Reed (13:50)
Muziek van de onbekendere Gerald Finzi… tenminste: voor mij onbekend, is In Terra Pax. Inspiratie kwam voort uit zijn liefde voor de literatuur en het Engelse platteland. In Terra Pax werd gecomponeerd in 1954 en was zo ongeveer de laatste muziek die Finzi aan het papier toevertrouwde. Een reeks tragedies beïnvloedde Finzi in zijn jonge jaren aldus John Bawden: hij was achtien toen hij zijn vader verloor. Drie oudere broers en zijn geliefde muziekleraar verloor hij tijdens een actie in de Eerste Wereldoorlog. Hij besefte daardoor temeer hoe vergankelijk het leven is en alsof dat nog niet genoeg besef was, werd op zijn vijftigste ondekt dat hij stervende was aan leukemie. Al deze ervaringen verklaren voor een groot deel de melancholie die ten grondslag ligt aan veel van zijn muziek.
Zoals genoemd, werd In Terra Pax gecomponeerd in 1954. Hoewel het ontstaan ervan terug te voeren is op een gebeurtenis ongeveer dertig jaar eerder, toen hij op een kerstavond naar de kerk klom op de top van zijn geliefde Chosen Hill, tussen Gloucester en Cheltenham, hoorde hij het geluid van de nachtklok over de ijzige valleien vna Gloucestershire. Dit maakte blijkbaar een blijvende indruk op hem en leverde zoals hij vertelde aan Vaughan Williams achteraf dus het idee voor In Terra Pax.
Track 02 Gerald Finzi - In Terra Pax Op 39 (Part I) - A Frosty Christmas Eve (7:33)
Track 03 Gerald Finzi - In Terra Pax Op 39 (Part II) - And lo, the angel of the Lord (7:51)
De volgende muziek welke u gaat horen is van de hand van Felix Mendelssohn. Van de acht koorcantates die hij onder leiding van zijn leraar Carl Friedrich Zelter als studieopdracht componeerde, is in “Vom Himmel Hoch” misschien wel het meest te horen dat koorwerk een grote rol in het Oeuvre van Mendelssohn speelt. De muziek ligt qua gevoel en inleving dicht bij die van Bach en dan bedoel ik natuurlijk de eerste cantate uit het Kerstoratorium. Maar luistert u nu naar Vom Himmel Hoch van de hand van Felix Mendelssohn.
Track 04 Mendelssohn 'Vom Himmel hoch' Accentus_Ensemble Orchestral (13:35)
Geschreven voor zijn kleindochter terwijl de componist Fransz Liszt in Rome woonde, is de muziek welke u direct gaat horen, niet de bekendste van de productieve Hongaarse componist. Toch maken de rustige arrangementen van de bestaande hymnen uit de Suite van 12 liedjes voor Piano een doordachte reflectie op de muzikale kerst.
Track 05 Liszt - Christmas Tree - Scherzoso, Carillon, Schlummerlied, Altes Provenz (8:35)
En zo ben ik alweer door mijn tijd heen. Ik hoop dat u ervan kon genieten. Daarom worden programma’s als deze toch gemaakt. Dank ben ik verschuldigd aan technicus Bob Voorn, bij deze.
Tot slot kunt u luisteren naar een deel uit de Weihnachtsmusic door Arnold Schoenberg. Ik wens u een goede vierde adventzondag toe.
Track 01 - Modest Mussorgski - Night On Bald Mountain (12:44)
Onstuimig als het weer, zo klonk de opening van dit uur Klassiek op Zondag. U hoorde “Een nacht op de Kale Berg”, een symphonisch gedicht van de hand van Modest Mussorgsky. Toen Mussorgski 21 jaar oud was, besloot hij een opera te gaan schrijven. Deze was gebasseerd op Nicolai Gogol’s “De avond voor Sint Jan”, maar al snel veranderde het plan en de basis werd een heksensabbat, een element uit Gogol’s avond voor Sint Jan.
Na voltooiing van dit werk was Mussorgsky ingenomen met zijn resultaat en liet dat in brieven weten aan onder meer zijn vriend Rimsk-Korsakov. Hij beloofde zichzelf de inhoud van dit werk nimmer te wijzigen, maar brak de belofte niet veel later toen zijn mentor Balakirev zijn ongenoegen over de muziek had uitgesproken en het weigerde uit te voeren. Het werk zou onspeelbaar zijn. Mussorgski was diep bedroefd. Blijkbaar vond Mussorgski de muziek zo mooi dat hij vele jaren later deze muziek toch probeerde te bewerken, maar ondanks de moeite werd geen van de herschreven versies uitgevoerd.
Vijf jaar na Mussorgski’s dood – hij overleed aan een alcohol vergiftiging – herschreef Rimski-Korsakov de muziek zodat het kon worden uitgevoerd.
Mooie verhalen maken vaak de muziek. En deze keer wilde ik het juist eens niet over die verhalen hebben, maar de persoon die de uitvoering mogelijk maakt: de dirigent. Zojuist hoorde u Estonian Festival Orchestra onder leiding van dirigent Paavo Järvi. Hij dirigeert ook Ellerhein Girls’ Choir, Estonian National Male Choir en het Estonian National Symphonic Orchestra in de komende twee werken, te beginnen met Sibelius’ “Finlandia”.
Track 02 - Jean Sibelius - Finlandia (8:28)
Ja, prachtig. Als ik deze muziek zo weer beluister, dan besef ik maar weer dat het niet voor niets op mijn favorietenlijst staat. Het wordt ook wel gezien als een national volkslied van Finland. In de tijd dat Rusland het nogal te zeggen had in Finland en het Fins volkslied verboden was te zingen en te spelen werd als stil protest vaak dit lied, Finlandia van componist Jean Sibelius uitgevoerd en beluisterd.
Eveneens van de hand van Jean Sibelius is “Hymn to the Earth”. Het werk is uit dankbaarheid geschreven voor het koor Suomen Laulu omdat dit koor alle koormuziek van Sibelius zonder financieel oogpunt heeft uitgevoerd. Zowel Finlandia welke u zojuist hoorde alsook de Hymne aan de Aarde is patriottische muziek, een stil protest.
Track 03 - Jean Sibelius - Hymn to the Earth (7:37)
De naam van de Estse dirigent Paavo Järvi wordt vaak in verband gelegd met de Finse componist Jean Sibelius. Als je de ligging van beide landen bekijkt en hun beide geschiedenis, dan is de Russische bemoeienis met deze landen toch wel een grote overeenkomst. Zou dit dan ook de overeenkomst tussen deze beide mannen verklaren?
Op 14 juli 2016 vond de barbaarse aanslag in Nice plaats. Een dag later speelde het Estonian Festival Orchestra in de Pärnu Concert Hall in Tallinn het werk Valse Triste, weer muziek van de finse componist Jean Sibelius. Dirigent Paavo Järvi droeg dit werk op aan de slachtoffers van deze aanslag. Een live opname dus vanuit de Pärnu Concert Hall in Tallinn.
Track 04 - Jean Sibelius - Valse triste (5:04)
Paavo Järvi werd op 30 december 1960 geboren in Tallinn, de hoofdstad van Estland. Hij komt uit een muzikaal gezin: Neeme Järvi de man die wij kennen als oud dirigent van het Residentie Orkest, is zijn vader. Ook broer Kristjan en zus Maarika zijn professioneel muzikant. Het gezin verhuisde naar Amerika alwaar Paavo les kreeg van niemand minder dan Leonard Bernstein.
Hij was dirigent van het Malmö Symfonieorkest, Stockholm Philharmonic Orchestra en het Cincinatti Symphony Orchestra. In 2011 toen hij van laatstgenoemd orkest afscheid nam, werd hij uitgeroepen tot Laureate Music Director van het orkest. Ondertussen was hij van 2006 tot 2014 artistiek directeur van het Frankfurts Radio Symfonie Orkest en werd hij in 2010 muziekdirecteur van het Orchestre de Paris welke hij diende tot 2016. In 2016 ontving hij verschillende prijzen waaronder de Sibelius-medaille voor zijn bijdrage aan het vergroten van het bewustzijn van de muziek van de Finse componist voor het Franse publiek.
Het Japanse Nippon Hoso Kyokai Symphony Orchestra wist Paavo in 2012 vast te leggen als Chef-dirigent voor de periode 2015-2018 en dat werd nog eens verlengd met drie jaar tot 2021. Ook Tonhalle Orchestre Zürich wist hem als chef-dirigent vast te leggen met een contract van vijf jaar beginnend in 2019.
Het mag duidelijk zijn: een dirigent die vol op meespeelt op het wereldtoneel. En we gaan snel weer naar zijn uitvoeringen luisteren. De Noorse componist Edvard Grieg componeerde de Noorweegse Dansen. Onder leiding van Paavo Järvi hoort u nu het Sinfonieorchester des Hessischen Rundfunks.
Track 05 - Grieg; Norwegische Tänze (16:47)
En zo zijn wij al weer aan het einde van deze uitzending. Ik wil Bob Voorn bedanken voor de techniek. En heeft u dat ook: wanneer u muziek hoort, dat uw gedachten dwalen… afdwalen en hun eigen gang gaan onder leiding van de muziek die u hoort? Heel speciaal, dat is zeker, weet ik waar mijn gedachte zich bevinden in de volgende muziek voor zolang het nog duurt. Door Orchestre de Paris onder leiding van Paavo Järvi: de Pavane uit Fauré’s Requiem… DWALEN…
Track 06 - GABRIEL FAURE Pavane (5:30)
]]>
Track 00 - Intro Willem-Jan Visser (1:23)
Track 01 - Modest Mussorgski - Night On Bald Mountain (12:44)
Onstuimig als het weer, zo klonk de opening van dit uur Klassiek op Zondag. U hoorde “Een nacht op de Kale Berg”, een symphonisch gedicht van de hand van Modest Mussorgsky. Toen Mussorgski 21 jaar oud was, besloot hij een opera te gaan schrijven. Deze was gebasseerd op Nicolai Gogol’s “De avond voor Sint Jan”, maar al snel veranderde het plan en de basis werd een heksensabbat, een element uit Gogol’s avond voor Sint Jan.
Na voltooiing van dit werk was Mussorgsky ingenomen met zijn resultaat en liet dat in brieven weten aan onder meer zijn vriend Rimsk-Korsakov. Hij beloofde zichzelf de inhoud van dit werk nimmer te wijzigen, maar brak de belofte niet veel later toen zijn mentor Balakirev zijn ongenoegen over de muziek had uitgesproken en het weigerde uit te voeren. Het werk zou onspeelbaar zijn. Mussorgski was diep bedroefd. Blijkbaar vond Mussorgski de muziek zo mooi dat hij vele jaren later deze muziek toch probeerde te bewerken, maar ondanks de moeite werd geen van de herschreven versies uitgevoerd.
Vijf jaar na Mussorgski’s dood – hij overleed aan een alcohol vergiftiging – herschreef Rimski-Korsakov de muziek zodat het kon worden uitgevoerd.
Mooie verhalen maken vaak de muziek. En deze keer wilde ik het juist eens niet over die verhalen hebben, maar de persoon die de uitvoering mogelijk maakt: de dirigent. Zojuist hoorde u Estonian Festival Orchestra onder leiding van dirigent Paavo Järvi. Hij dirigeert ook Ellerhein Girls’ Choir, Estonian National Male Choir en het Estonian National Symphonic Orchestra in de komende twee werken, te beginnen met Sibelius’ “Finlandia”.
Track 02 - Jean Sibelius - Finlandia (8:28)
Ja, prachtig. Als ik deze muziek zo weer beluister, dan besef ik maar weer dat het niet voor niets op mijn favorietenlijst staat. Het wordt ook wel gezien als een national volkslied van Finland. In de tijd dat Rusland het nogal te zeggen had in Finland en het Fins volkslied verboden was te zingen en te spelen werd als stil protest vaak dit lied, Finlandia van componist Jean Sibelius uitgevoerd en beluisterd.
Eveneens van de hand van Jean Sibelius is “Hymn to the Earth”. Het werk is uit dankbaarheid geschreven voor het koor Suomen Laulu omdat dit koor alle koormuziek van Sibelius zonder financieel oogpunt heeft uitgevoerd. Zowel Finlandia welke u zojuist hoorde alsook de Hymne aan de Aarde is patriottische muziek, een stil protest.
Track 03 - Jean Sibelius - Hymn to the Earth (7:37)
De naam van de Estse dirigent Paavo Järvi wordt vaak in verband gelegd met de Finse componist Jean Sibelius. Als je de ligging van beide landen bekijkt en hun beide geschiedenis, dan is de Russische bemoeienis met deze landen toch wel een grote overeenkomst. Zou dit dan ook de overeenkomst tussen deze beide mannen verklaren?
Op 14 juli 2016 vond de barbaarse aanslag in Nice plaats. Een dag later speelde het Estonian Festival Orchestra in de Pärnu Concert Hall in Tallinn het werk Valse Triste, weer muziek van de finse componist Jean Sibelius. Dirigent Paavo Järvi droeg dit werk op aan de slachtoffers van deze aanslag. Een live opname dus vanuit de Pärnu Concert Hall in Tallinn.
Track 04 - Jean Sibelius - Valse triste (5:04)
Paavo Järvi werd op 30 december 1960 geboren in Tallinn, de hoofdstad van Estland. Hij komt uit een muzikaal gezin: Neeme Järvi de man die wij kennen als oud dirigent van het Residentie Orkest, is zijn vader. Ook broer Kristjan en zus Maarika zijn professioneel muzikant. Het gezin verhuisde naar Amerika alwaar Paavo les kreeg van niemand minder dan Leonard Bernstein.
Hij was dirigent van het Malmö Symfonieorkest, Stockholm Philharmonic Orchestra en het Cincinatti Symphony Orchestra. In 2011 toen hij van laatstgenoemd orkest afscheid nam, werd hij uitgeroepen tot Laureate Music Director van het orkest. Ondertussen was hij van 2006 tot 2014 artistiek directeur van het Frankfurts Radio Symfonie Orkest en werd hij in 2010 muziekdirecteur van het Orchestre de Paris welke hij diende tot 2016. In 2016 ontving hij verschillende prijzen waaronder de Sibelius-medaille voor zijn bijdrage aan het vergroten van het bewustzijn van de muziek van de Finse componist voor het Franse publiek.
Het Japanse Nippon Hoso Kyokai Symphony Orchestra wist Paavo in 2012 vast te leggen als Chef-dirigent voor de periode 2015-2018 en dat werd nog eens verlengd met drie jaar tot 2021. Ook Tonhalle Orchestre Zürich wist hem als chef-dirigent vast te leggen met een contract van vijf jaar beginnend in 2019.
Het mag duidelijk zijn: een dirigent die vol op meespeelt op het wereldtoneel. En we gaan snel weer naar zijn uitvoeringen luisteren. De Noorse componist Edvard Grieg componeerde de Noorweegse Dansen. Onder leiding van Paavo Järvi hoort u nu het Sinfonieorchester des Hessischen Rundfunks.
Track 05 - Grieg; Norwegische Tänze (16:47)
En zo zijn wij al weer aan het einde van deze uitzending. Ik wil Bob Voorn bedanken voor de techniek. En heeft u dat ook: wanneer u muziek hoort, dat uw gedachten dwalen… afdwalen en hun eigen gang gaan onder leiding van de muziek die u hoort? Heel speciaal, dat is zeker, weet ik waar mijn gedachte zich bevinden in de volgende muziek voor zolang het nog duurt. Door Orchestre de Paris onder leiding van Paavo Järvi: de Pavane uit Fauré’s Requiem… DWALEN…
Track 06 - GABRIEL FAURE Pavane (5:30)
]]>1642122-2nonoTue, 21 Nov 2017 14:39:48 +01001:02:41
https://hearthis.at/wjanv72-m7/koz170924-solisten/
Luisteraars, welkom bij Klassiek op Zondag. Vaste luisteraars hebben wel in de gaten dat ik graag met een thema werk en veelal is dat muziek van een bepaald land, een stijlperiode of een componist. Vandaag hoort u echt van alles door elkaar, maar de muziek heeft één ding gemeen: alle kennen een solist of solisten.
Waar u zo dadelijk naar gaat luisteren is pianist Murray Perahia. Van hem vond ik een live opname van het derde deel uit pianosonate nr 14. Het gehele werk staat beter bekend als de moonlight sonate. In wezen is de naam “moonlight” dikke onzin. De naam is niet gegeven door Beethoven, maar door poëet en muziekcriticus Ludwig Rellstab toen hij in een boot zat, op een prachtige avond bij volle maan. Dit herinnerde hem aan het eerste deel van de sonate. Zo is een naam bedacht die niets te maken heeft met de pianosonate van die arme Beethoven, maar het zit nu, als met lijm, eraan vast. Dit aldus pianist András Schiff.
Track 01 Beethoven Moonlight Sonate (6:45)
Terecht applaus voor Murray Perahia met deze muzikale vertolking van het derde deel uit pianosonate nummer 14 van Ludwig van Beethoven.
Voor het eerst sinds dat ik in September 2015 begon met het presenteren van Klassiek op Zondag gaat u luisteren naar Bach. Vreemd dat ik nog niet eerder muziek van hem heb laten horen want ik ben groot bewonderaar van Bach’s muziek.
Het origineel van het concert voor twee klavecimbels is waarschijnlijk een ouder concert voor twee melodie-instrumenten aangezien de schrijfwijze van de twee solo-instrumenten wezenlijk van elkaar verschillen. Voor de hand ligt dat het om een concert voor hobo en viool gaat en u gaat dadelijk ook luisteren naar deze bezetting. U hoort Heinz Holliger op hobo en Camerata Bern Erich Höbarth op viool. Helaas kan ik niet achterhalen wie de begeleiding voor haar rekening neemt. Luisteraars, het concert voor twee klavecimbels in een logische uitvoering door hobo en viool.
Track 02 Bach Concerto BWV 1060 (13:13)
Een arme muziekleraar verloofde zich in 1888 met een acht jaar oudere schrijfster. Caroline Alice Roberts droeg aan haar geliefde Edward Elgar het gedicht The Wind at Dawn op. En hij componeerde voor haar zijn Liebesgruss, een kort meesterwerk dat later beroemd werd onder de Franse titel Salut d’amour.
Bij het zoeken naar geschikte muziek voor deze aflevering van Klassiek op Zondag stuitte ik op de Hongaarse violiste Bujtás Anita, een studiegenote en vriendin van mijn eigen echtgenote. De eveneens live uitvoering verrastte me erg en daarom laat ik het nu ook met trots en enig chauvinisme aan u horen. Luisteraars, uw aandacht voor violiste Bujtás Anita in Elgar’s Salute d’amour.
Track 03 Elgar Salute d’amour (3:02)
Normaal gesproken krijg ik op dit programma geen reactie. De presentatie mag ik graag doen en bovendien leer ik er zelf ook veel van. Maar een paar maanden geleden liet ik u een fluittiste horen in Rousseau’s Le Pretemps. Het betrof fluittiste Lucie Horsch. Op haar spel heb ik wèl reactie gehad en ik besloot meer van haar te laten horen.
Nu is de tijd daar. U gaat luisteren naar fluittiste Lucie Horsch in het derde deel van Vivaldi’s Concerto Per Flautino. Ze wordt begeleid door de Amsterdam Vivaldi Players.
Track 04 Vivaldi Concerto per Flautino (2:40)
Nu even een trucje, want bij de voorbereiding was ik zo onder de indruk van dit spel van Lucie Horsch dat ik ben door gaan zoeken naar muziek voor fluit en eventueel een bij-instrument. En dat heb ik gevonden!! Het is alleen jammer dat ik deze muziek al had geprogrammeerd… en ik heb het juist al laten horen. Toch wil ik het volgende u niet onthouden. U gaat weer naar Bach’s Concerto BWV 1060 luisteren, maar nu in een uitvoering van Lucie Horsch op fluit en Sonoko Miriam Welde op viool. U hoort het tweede en derde deel en ze worden hierin begeleid door Combatimento Orchestra.
Track 05 Bach Concerto BWV 1060R deel 2 en 3 (8:00)
Van heel andere orde is de Russische trompetvirtuoos Sergei Nakariakov. Omdat ik zelf bugelist en trompettist ben, is het niet vreemd dat hij bij Klassiek op Zondag vaker de revue passeert. Wat bij de meeste trompettisten onmogelijk is, lijkt bij hem mogelijk. Het bekende Introduction, Rondo & Capricioso van de Franse componist Camille Saint-Saëns wordt dan ineens niet uitgevoerd op viool, maar op trompet. Dat levert hilarische capriolen op.
En met deze trompetklanken zijn wij bijna aan het einde van deze uitzending. Ik wil Bob Voorn bedanken voor zijn inzet om deze programmering weer feilloos in elkaar over te laten lopen en voordat ik de laatste muziek aankondig, wil ik u alvast een fijne zondag toewensen.
Bij deze muziek hoort een klein verhaaltje. Muziek van de Italiaanse barokcomponist Antonio Vivaldi. Hij schreef Sposa son disprezzata, een aria voor sopraan uit de opera Pasticcio Bajazet. Origineel is de muziek van Geminiano Giacomelli, maar Vivaldi gebruikte dit dus voor zijn opera.
De uitvoering welke u zodadelijk hoort is door de Zuid-Koreaanse sopraan Sumi Jo en ze wordt begeleid door het Concertgebouw Kamerorkest.
Ik vind de muziek zo mooi dat ik het zelf graag zou willen uitvoeren. Alleen de keuze van het instrument geeft mij hopeloos veel kopzorgen. Tekstueel zou het toegedicht kunnen worden aan de trompet… tenminste, dat vind ik – een getrouwde vrouw, veracht, bezingt haar ontrouwe en harde echtgenoot - maar er zijn mensen die daar anders over denken… die muziek… qua intensiteit en gevoel… moet het dan toch op een mooie Ack flugelhorn???
Track 07 Vivaldi, Sposa son Disprezzata (8:32)
]]>
Luisteraars, welkom bij Klassiek op Zondag. Vaste luisteraars hebben wel in de gaten dat ik graag met een thema werk en veelal is dat muziek van een bepaald land, een stijlperiode of een componist. Vandaag hoort u echt van alles door elkaar, maar de muziek heeft één ding gemeen: alle kennen een solist of solisten.
Waar u zo dadelijk naar gaat luisteren is pianist Murray Perahia. Van hem vond ik een live opname van het derde deel uit pianosonate nr 14. Het gehele werk staat beter bekend als de moonlight sonate. In wezen is de naam “moonlight” dikke onzin. De naam is niet gegeven door Beethoven, maar door poëet en muziekcriticus Ludwig Rellstab toen hij in een boot zat, op een prachtige avond bij volle maan. Dit herinnerde hem aan het eerste deel van de sonate. Zo is een naam bedacht die niets te maken heeft met de pianosonate van die arme Beethoven, maar het zit nu, als met lijm, eraan vast. Dit aldus pianist András Schiff.
Track 01 Beethoven Moonlight Sonate (6:45)
Terecht applaus voor Murray Perahia met deze muzikale vertolking van het derde deel uit pianosonate nummer 14 van Ludwig van Beethoven.
Voor het eerst sinds dat ik in September 2015 begon met het presenteren van Klassiek op Zondag gaat u luisteren naar Bach. Vreemd dat ik nog niet eerder muziek van hem heb laten horen want ik ben groot bewonderaar van Bach’s muziek.
Het origineel van het concert voor twee klavecimbels is waarschijnlijk een ouder concert voor twee melodie-instrumenten aangezien de schrijfwijze van de twee solo-instrumenten wezenlijk van elkaar verschillen. Voor de hand ligt dat het om een concert voor hobo en viool gaat en u gaat dadelijk ook luisteren naar deze bezetting. U hoort Heinz Holliger op hobo en Camerata Bern Erich Höbarth op viool. Helaas kan ik niet achterhalen wie de begeleiding voor haar rekening neemt. Luisteraars, het concert voor twee klavecimbels in een logische uitvoering door hobo en viool.
Track 02 Bach Concerto BWV 1060 (13:13)
Een arme muziekleraar verloofde zich in 1888 met een acht jaar oudere schrijfster. Caroline Alice Roberts droeg aan haar geliefde Edward Elgar het gedicht The Wind at Dawn op. En hij componeerde voor haar zijn Liebesgruss, een kort meesterwerk dat later beroemd werd onder de Franse titel Salut d’amour.
Bij het zoeken naar geschikte muziek voor deze aflevering van Klassiek op Zondag stuitte ik op de Hongaarse violiste Bujtás Anita, een studiegenote en vriendin van mijn eigen echtgenote. De eveneens live uitvoering verrastte me erg en daarom laat ik het nu ook met trots en enig chauvinisme aan u horen. Luisteraars, uw aandacht voor violiste Bujtás Anita in Elgar’s Salute d’amour.
Track 03 Elgar Salute d’amour (3:02)
Normaal gesproken krijg ik op dit programma geen reactie. De presentatie mag ik graag doen en bovendien leer ik er zelf ook veel van. Maar een paar maanden geleden liet ik u een fluittiste horen in Rousseau’s Le Pretemps. Het betrof fluittiste Lucie Horsch. Op haar spel heb ik wèl reactie gehad en ik besloot meer van haar te laten horen.
Nu is de tijd daar. U gaat luisteren naar fluittiste Lucie Horsch in het derde deel van Vivaldi’s Concerto Per Flautino. Ze wordt begeleid door de Amsterdam Vivaldi Players.
Track 04 Vivaldi Concerto per Flautino (2:40)
Nu even een trucje, want bij de voorbereiding was ik zo onder de indruk van dit spel van Lucie Horsch dat ik ben door gaan zoeken naar muziek voor fluit en eventueel een bij-instrument. En dat heb ik gevonden!! Het is alleen jammer dat ik deze muziek al had geprogrammeerd… en ik heb het juist al laten horen. Toch wil ik het volgende u niet onthouden. U gaat weer naar Bach’s Concerto BWV 1060 luisteren, maar nu in een uitvoering van Lucie Horsch op fluit en Sonoko Miriam Welde op viool. U hoort het tweede en derde deel en ze worden hierin begeleid door Combatimento Orchestra.
Track 05 Bach Concerto BWV 1060R deel 2 en 3 (8:00)
Van heel andere orde is de Russische trompetvirtuoos Sergei Nakariakov. Omdat ik zelf bugelist en trompettist ben, is het niet vreemd dat hij bij Klassiek op Zondag vaker de revue passeert. Wat bij de meeste trompettisten onmogelijk is, lijkt bij hem mogelijk. Het bekende Introduction, Rondo & Capricioso van de Franse componist Camille Saint-Saëns wordt dan ineens niet uitgevoerd op viool, maar op trompet. Dat levert hilarische capriolen op.
En met deze trompetklanken zijn wij bijna aan het einde van deze uitzending. Ik wil Bob Voorn bedanken voor zijn inzet om deze programmering weer feilloos in elkaar over te laten lopen en voordat ik de laatste muziek aankondig, wil ik u alvast een fijne zondag toewensen.
Bij deze muziek hoort een klein verhaaltje. Muziek van de Italiaanse barokcomponist Antonio Vivaldi. Hij schreef Sposa son disprezzata, een aria voor sopraan uit de opera Pasticcio Bajazet. Origineel is de muziek van Geminiano Giacomelli, maar Vivaldi gebruikte dit dus voor zijn opera.
De uitvoering welke u zodadelijk hoort is door de Zuid-Koreaanse sopraan Sumi Jo en ze wordt begeleid door het Concertgebouw Kamerorkest.
Ik vind de muziek zo mooi dat ik het zelf graag zou willen uitvoeren. Alleen de keuze van het instrument geeft mij hopeloos veel kopzorgen. Tekstueel zou het toegedicht kunnen worden aan de trompet… tenminste, dat vind ik – een getrouwde vrouw, veracht, bezingt haar ontrouwe en harde echtgenoot - maar er zijn mensen die daar anders over denken… die muziek… qua intensiteit en gevoel… moet het dan toch op een mooie Ack flugelhorn???
Dag luisteraars en welkom bij Klassiek op Zondag. U hoorde de statige mars Crown Imperial van de Engelse componist William Walton. Hij schreef deze muziek ter gelegenheid van de kroning van Koning Edward de 8e, maar omdat hij troonsafstand deed werd de muziek voor het eerst in 1937 uitgevoerd voor de kroning van zijn broer, Koning George de 6e. De uitvoering welke u hoorde was de herziene versie uit 1986 door het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder leiding van Sir Charles Groves.
Voor deze uitzending ben ik op zoek gegaan naar wat onbekendere muziek van Engelse bodem, en ik moet u zeggen: die is er genoeg! Zelf ben ik opgegroeid in de wereld van de blaasmuziek en ik herinnerde mij een klaagzang uitgevoerd door een Engelse brassband. Ik wist nog dat het een deel uit een suite was. Na enig zoeken kwam ik uit bij componist John Ireland. Hij schreef A Downland Suite en inderdaad: deel twee betreft de klaagzang Elegy.
Ireland schreef het werk in 1932 voor de Nationale Brassband Kampioenschappen van Groot-Brittannië. In die tijd werd originele brassband muziek veelal geschreven voor grote wedstrijden zo ook A Downland Suite. De winnaar van deze brassbandkampioenschappen werd de beroemde Fodens Motor Works Brassband onder leiding van Freddie Mortimer.
Dat mijzelf deel twee steeds is bijgebleven is niet zo verwonderlijk. Ik ben groot bewonderaar van de muziek van Edward Elgar en dit tweede deel doet volgens vele bronnen erg “Elgarisch” aan. Sowieso zijn de Elegy en het charmante derde deel, Minuet, één van de populairste composities van Ireland.
Deze muziek is herschreven voor strijkorkest en blaasorkest. Wellicht dat ik één van beide versies in de toekomst ook nog eens laat horen, maar nu A Downland Suite van componist John Ireland in zijn originele staat, door een brassband. U hoort de London Collegiate Brass gedirigeert door James Stobart.
Track 02 Ireland: A Downland Suite (19:10)
Al eens eerder heb ik Philip Heseltine, beter bekend onder zijn pseudoniem Peter Warlock als thema gehad. Ik was onder de indruk van zijn Capriol Suite, maar hij heeft veel meer muziek geschreven. Als jongen op school in Eaton raakte hij in de ban van de toenmalig hedendaagse componist Frederick Delius met wie hij een hechte vriendschap kreeg. Warlock besloot een volledige biografie van Delius te schrijven. Voor de 60e verjaardag van de componist schreef hij zelfs een Serenade in de muzikale stijl van Delius. Luistert u naar Bornemouth Sinfonietta onder leiding van Norman del Mar in de verjaaragsmuziek van Peter Warlock aan zijn vriend Frederick Delius.
Track 03 Warlock: Serenade to Delius (9:29)
Track 04 Warlock: Balulalow (2:20)
En deze muziek - Balulalow – een Schotse Lullaby voor Sopraan, koor en orgel door the Choir of St. John’s College was een kleine toegift op de eerdere Serenade to Delius.
Nog een Britse componist die ook van Zweedse en Letse komaf is: Gustav Holst. In samenspraak met zijn opdrachtgever, de Japanse choreograaf Michio Ito kwam de Japanse Suite tot stand. Ito wilde voor een aantal voorstellingen in het London Coliseum Japans klinkende muziek hebben. Holst daarentegen had geen benul van Japanse muziek en volgens de verhalen floot Ito daarom een aantal Japanse melodietjes voor. Het resultaat is de Japanse Suite die wel enige Japanse invloeden verraadt maar vooral gewoon westerse orkestmuziek is.
De suite bestaat uit zes delen: de prelude: Song of the Fisherman, een Ceremonial Dance, de Dance of the Marionette, een Interlude: Song of the Fisherman, de Dance under the Cherry Tree en de finale: Dance of the Wolves.
In een uitvoering van het Noord-Ierse Ulster Orchestra onder leiding van Jo Ann Faletta hoort u de Japanse Suite van de Britse, Zweedse en Letse componist Gustav Holst.
Track 05 Holst: Japanese Suite (10:21)
Nog eenmaal en tot slot terug naar componist John Ireland. In 1939 schreef hij voor het Canterbury Festival zijn Concertino Pastorale. De muziek is gewijd aan Boyd Neel die ook de eerste uitvoering gaf. De muziek is eenvoudiger dan wat we van de meeste muziek van Ireland gewend zijn. Aan het eind van deze uitzending gaat u luisteren naar het tweede deel, het expressieve Threnody, een ononderbroken stroom van klanken tot een climax aan het einde.
Dank u wel voor het luisteren. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van deze muziek van Engelse componisten. Nog eenmaal Ireland: deel twee – Threnody – uit Concertino Pastorale door Bournemouth Sinfoniëtta onder leiding van George Hurst.
Dag luisteraars en welkom bij Klassiek op Zondag. U hoorde de statige mars Crown Imperial van de Engelse componist William Walton. Hij schreef deze muziek ter gelegenheid van de kroning van Koning Edward de 8e, maar omdat hij troonsafstand deed werd de muziek voor het eerst in 1937 uitgevoerd voor de kroning van zijn broer, Koning George de 6e. De uitvoering welke u hoorde was de herziene versie uit 1986 door het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder leiding van Sir Charles Groves.
Voor deze uitzending ben ik op zoek gegaan naar wat onbekendere muziek van Engelse bodem, en ik moet u zeggen: die is er genoeg! Zelf ben ik opgegroeid in de wereld van de blaasmuziek en ik herinnerde mij een klaagzang uitgevoerd door een Engelse brassband. Ik wist nog dat het een deel uit een suite was. Na enig zoeken kwam ik uit bij componist John Ireland. Hij schreef A Downland Suite en inderdaad: deel twee betreft de klaagzang Elegy.
Ireland schreef het werk in 1932 voor de Nationale Brassband Kampioenschappen van Groot-Brittannië. In die tijd werd originele brassband muziek veelal geschreven voor grote wedstrijden zo ook A Downland Suite. De winnaar van deze brassbandkampioenschappen werd de beroemde Fodens Motor Works Brassband onder leiding van Freddie Mortimer.
Dat mijzelf deel twee steeds is bijgebleven is niet zo verwonderlijk. Ik ben groot bewonderaar van de muziek van Edward Elgar en dit tweede deel doet volgens vele bronnen erg “Elgarisch” aan. Sowieso zijn de Elegy en het charmante derde deel, Minuet, één van de populairste composities van Ireland.
Deze muziek is herschreven voor strijkorkest en blaasorkest. Wellicht dat ik één van beide versies in de toekomst ook nog eens laat horen, maar nu A Downland Suite van componist John Ireland in zijn originele staat, door een brassband. U hoort de London Collegiate Brass gedirigeert door James Stobart.
Track 02 Ireland: A Downland Suite (19:10)
Al eens eerder heb ik Philip Heseltine, beter bekend onder zijn pseudoniem Peter Warlock als thema gehad. Ik was onder de indruk van zijn Capriol Suite, maar hij heeft veel meer muziek geschreven. Als jongen op school in Eaton raakte hij in de ban van de toenmalig hedendaagse componist Frederick Delius met wie hij een hechte vriendschap kreeg. Warlock besloot een volledige biografie van Delius te schrijven. Voor de 60e verjaardag van de componist schreef hij zelfs een Serenade in de muzikale stijl van Delius. Luistert u naar Bornemouth Sinfonietta onder leiding van Norman del Mar in de verjaaragsmuziek van Peter Warlock aan zijn vriend Frederick Delius.
Track 03 Warlock: Serenade to Delius (9:29)
Track 04 Warlock: Balulalow (2:20)
En deze muziek - Balulalow – een Schotse Lullaby voor Sopraan, koor en orgel door the Choir of St. John’s College was een kleine toegift op de eerdere Serenade to Delius.
Nog een Britse componist die ook van Zweedse en Letse komaf is: Gustav Holst. In samenspraak met zijn opdrachtgever, de Japanse choreograaf Michio Ito kwam de Japanse Suite tot stand. Ito wilde voor een aantal voorstellingen in het London Coliseum Japans klinkende muziek hebben. Holst daarentegen had geen benul van Japanse muziek en volgens de verhalen floot Ito daarom een aantal Japanse melodietjes voor. Het resultaat is de Japanse Suite die wel enige Japanse invloeden verraadt maar vooral gewoon westerse orkestmuziek is.
De suite bestaat uit zes delen: de prelude: Song of the Fisherman, een Ceremonial Dance, de Dance of the Marionette, een Interlude: Song of the Fisherman, de Dance under the Cherry Tree en de finale: Dance of the Wolves.
In een uitvoering van het Noord-Ierse Ulster Orchestra onder leiding van Jo Ann Faletta hoort u de Japanse Suite van de Britse, Zweedse en Letse componist Gustav Holst.
Track 05 Holst: Japanese Suite (10:21)
Nog eenmaal en tot slot terug naar componist John Ireland. In 1939 schreef hij voor het Canterbury Festival zijn Concertino Pastorale. De muziek is gewijd aan Boyd Neel die ook de eerste uitvoering gaf. De muziek is eenvoudiger dan wat we van de meeste muziek van Ireland gewend zijn. Aan het eind van deze uitzending gaat u luisteren naar het tweede deel, het expressieve Threnody, een ononderbroken stroom van klanken tot een climax aan het einde.
Dank u wel voor het luisteren. Ik hoop dat u heeft kunnen genieten van deze muziek van Engelse componisten. Nog eenmaal Ireland: deel twee – Threnody – uit Concertino Pastorale door Bournemouth Sinfoniëtta onder leiding van George Hurst.
Track 06 Ireland: Concertino Pastorale (6:45)
]]>1519052nonoThu, 24 Aug 2017 21:55:23 +020059:49
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170723-klassiek-op-zondag-mendelssohn/
Welkom luisteraars bij Klassiek op Zondag en zoals u al hoorde: vandaag heb ik de componist Felix Mendelssohn centraal staan.
Na zijn successen als wonderkind, pianist, dirigent en ontdekker van de Matthäuspassion van Bach, besloten Mendelssohns ouders hem de wijde wereld in te sturen om zijn blik te verruimen. In april 1829 vertrok Felix per stoomboot naar Engeland en Schotland. Bij Schotland kwam het schip in een zware storm terecht. De indrukken van het natuurgeweld inspireerde Mendelssohn tot het componeren van de Hebriden-ouverture.
U hoort deze Hebriden-Ouverturen uitgevoerd door het London Symphony Orchestra onder de leiding van Claudio Abbado.
Track 01 - Mendelssohn - Hebrides Overture (Fingal's Cave) (Abbado)
Mendelssohn zou in totaal 10 keer Engeland bezoeken. Later heeft hij zijn indrukken uitvoeriger gebruikt in zijn Symfonie 3, die echter pas dertien jaar later zou verschijnen. De componist heeft er bijna vijftien jaar voor nodig gehad om het werk definitief te voltooiden. De bijnaam Schotse symfonie is met name te danken aan het tweede deel waarin nationale Schotse melodieën zijn verwerkt. In 1842 verovert Mendelssohn als componist Engeland. Het vorstenpaar koningin Victoria en prins Albert smeken de componist om de première van zijn Schotse symfonie in Engeland te laten opvoeren.
Track 02 - Mendelssohn; Symphony No 3 in A minor 'Scottish', Op 56
Dat was de derde van Mendelssohn oftewel de Schotse. U hoorde een live uitvoering vanuit Kodaly Center in de Hongaarse stad Pécs door Pannon Philharmonic Orchestra onder de leiding van dirigent András Vass.
Tot slot van deze uitzending gaat u nog luisteren naar de Amerikaanse meesterpianist Murray Perahia, maar niet voordat ik Bob Voorn heb bedankt voor de technische ondersteuning. Luisteraars, graag tot de volgende keer. Nu nog één keer Mendelssohn, de eerste Prelude uit zijn Opus 35.
Track 03 Murray Perahia plays Mendelssohn's Prelude Op 35 No 1 (1974)
]]>
Welkom luisteraars bij Klassiek op Zondag en zoals u al hoorde: vandaag heb ik de componist Felix Mendelssohn centraal staan.
Na zijn successen als wonderkind, pianist, dirigent en ontdekker van de Matthäuspassion van Bach, besloten Mendelssohns ouders hem de wijde wereld in te sturen om zijn blik te verruimen. In april 1829 vertrok Felix per stoomboot naar Engeland en Schotland. Bij Schotland kwam het schip in een zware storm terecht. De indrukken van het natuurgeweld inspireerde Mendelssohn tot het componeren van de Hebriden-ouverture.
U hoort deze Hebriden-Ouverturen uitgevoerd door het London Symphony Orchestra onder de leiding van Claudio Abbado.
Track 01 - Mendelssohn - Hebrides Overture (Fingal's Cave) (Abbado)
Mendelssohn zou in totaal 10 keer Engeland bezoeken. Later heeft hij zijn indrukken uitvoeriger gebruikt in zijn Symfonie 3, die echter pas dertien jaar later zou verschijnen. De componist heeft er bijna vijftien jaar voor nodig gehad om het werk definitief te voltooiden. De bijnaam Schotse symfonie is met name te danken aan het tweede deel waarin nationale Schotse melodieën zijn verwerkt. In 1842 verovert Mendelssohn als componist Engeland. Het vorstenpaar koningin Victoria en prins Albert smeken de componist om de première van zijn Schotse symfonie in Engeland te laten opvoeren.
Track 02 - Mendelssohn; Symphony No 3 in A minor 'Scottish', Op 56
Dat was de derde van Mendelssohn oftewel de Schotse. U hoorde een live uitvoering vanuit Kodaly Center in de Hongaarse stad Pécs door Pannon Philharmonic Orchestra onder de leiding van dirigent András Vass.
Tot slot van deze uitzending gaat u nog luisteren naar de Amerikaanse meesterpianist Murray Perahia, maar niet voordat ik Bob Voorn heb bedankt voor de technische ondersteuning. Luisteraars, graag tot de volgende keer. Nu nog één keer Mendelssohn, de eerste Prelude uit zijn Opus 35.
Track 03 Murray Perahia plays Mendelssohn's Prelude Op 35 No 1 (1974)
]]>1434392nonoMon, 17 Jul 2017 18:17:46 +02001:00:13
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170625-klassiek-op-zondag-dikke-mix/
Het werk is geschreven voor een symphonisch blaasorkest en het is opgebouwd op verschillende originele Armeense volksliederen uit de collectie van Komitas Vardapet, een Armeens ethnomusicoloog. Komitas wordt beschouwd als oprichter van de klassieke Armeense muziek en volksliederenverzamelaar of bewaarder van meer dan duizend volksliederen.
De Armenian Dances is een symfonische rhapsodie en het eerste deel omvat vijf secties:
1. Tzirani Tzar (De abrikozenboom, tot maat 29)
De opening van het werk begint met een korte declamatorische fanfare door de koperblazers, gevolgd door een lied in de houtblazers. Dit sentimenteel lied is gebaseerd op drie volksmelodieën.
2. Gakavi Yerk (Het lied van de patrijs, maat 30 tot 68)
Dit deel is een originele compositie van Vardapet die hij in 1908 in Tblisi voor zangstem en piano publiceerde. Het is een eenvoudige melodie door de houtblazers met in de reprise de koperblazers. Het is een eenvoudige, delicate melodie die bepaald was voor een kinderkoor. Het symboliseer hun kleine stapjes.
3. Hoy, Nazan Eem (Hey, mijn Nazan, maat 69 tot 185)
Dit deel is een lichtvoetige dans, meestal in een 5/8 maatsoort dat natuurlijk een buitengewone maatoefening voor muzikant en luisteraar introduceert. Deze dans is gebaseerd op een liefdeslied, gezongen door een jonge man voor zijn bruid.
4. Alagyaz (maat 186 tot 223)
Een volkslied, genoemd naar een berg in Armenië. Het is een uitgebreid en hoffelijk lied zoals de berg zelf. Het leidt tot contrasterende en snelle liederen die elkaar steeds opvolgen.
5. Gna, Gna (Go, Go, maat 224 tot 422)
Dit laatste deel is een verrukkelijk en humoristisch lach-lied in een 2/4 maatsoort. Het ontwikkelt zich in dynamisch opzicht en in snelheid.
Track 01 Alfred Reed - Armenian Dances Part 1
De in Parijs geboren Paul Dukas (1865-1935) is het meest bekend van zijn symfonisch gedicht Tovenaarsleerling (L’apprenti Sorcier) uit 1897 naar een ballade van Goethe. Dukas bezocht vanaf zijn zeventiende het conservatorium van Parijs, waar hij onder andere samen met Claude Debussy studeerde. De twee werden vrienden voor het leven. Als componist toonde Dukas een sterke voorliefde voor dramatische onderwerpen. Helaas vernietigde hij de meeste van zijn werken.
Filmmaker Walt Disney had er een handje van om klassieke thema’s in zijn tekenfilms op te nemen. Zelfs complete verhalende muziekstukken werden door hem verfilmd. Zo liet hij bijvoorbeeld Mickey Mouse opdraven in de verfilming van het muzieksprookje de Tovenaarsleerling.
De inleiding, waarin we een geheimzinnig spelend orkest horen, laat ons kennismaken met het kasteel waarin een tovenaar met zijn leerling woont. Als de tovenaar de leerling alleen laat, gaat deze aan de slag met een toverspreuk (paukenslag). Een fagot speelt een tot leven geroepen bezem die water gaat halen. De leerling gaat in bad en laat zich door de bezem lekker schrobben. Als het bad over dreigt te lopen, beveelt de leerling de bezem te stoppen. Als de bezem dat weigert, doen een paar flinke slagen met de bijl hem splijten. Al snel komt de gebroken bezem echter weer in beweging en dan is het water niet meer te stuiten. Er wordt nu dubbel zoveel water gehaald. De leerling roept om hulp (hoorns), de tovenaar komt thuis en spreekt snel een toverspreuk uit. Alles is weer bij het oude. Tot slot speelt de soloviool een klaagmelodie; de leerling heeft spijt.
Track 02 Paul Dukas - L'Apprenti Sorcier
Jacqueline du Pré werd geboren in een familie waar muziek belangrijk was. Haar moeder was een concert pianiste en een talentvol docente. De Frans klinkende naam komt van haar vader's Jersey afkomst.
Op haar vierde jaar hoorde Jacqueline du Pre de klank van de cello op de radio en ze vroeg haar moeder om zo'n ding. En dus kreeg zij een voor haar veel te grote cello. Haar eerste lessen kreeg zij eveneens van haar moeder, die kleine stukjes voor haar componeerde, geïllustreerd met tekeningetjes.
Op haar zesde jaar ging zij naar de Violoncello school in Londen, waar zij haar grote cello afpakten en haar op een kindercello lieten spelen. Haar eerste docente was Alison Dalrymple. Niet lang daarna ging zij meedoen aan lokale muziekwedstrijden en won zij deze naast haar zuster de fluitiste Hilary du Pré.
In 1965, op haar twintigste jaar, nam du Pré het Elgar Cello Concerto op met Sir John Barbirolli en het LondenSymphony Orchestra, een opname die haar internationale erkenning bracht. Deze opname wordt nog steeds uitgegeven.
In mei 1965 maakte zij haar debuut met het Elgar Cello Concerto met het BBC Symphony Orchestra onder leiding van Anta Dorati in Carnegie Hall in de Verenigde Staten.
Nog later, en daar gaat u luisteraars gelijk naar luisteren, heeft zij dit concert uitgevoerd met Daniel Barenboim, de man met wie zij later in het huwelijk trad. Dit huwelijk, waarvoor zij zich bekeerde tot het Jodendom, bracht een van de vruchtbaarste relaties in de muziekwereld. Sommigen vergeleken dit muzikale huwelijk met dat van Robert en Clara Schumann. Het bewijs hiervan waren de vele optredens van du Pré met Baremboim als pianist of als dirigent.
Track 03 Jacqueline du Pre & Daniel Barenboim - Elgar Cello Concerto
Tot slot luisteraars de niet orkestrale verassing, vlak voor het einde. Het was één van mijn eigen eerste kennismakingen met Hongaarse muziek, koormuziek van Kodaly Zsoltán. Hij schreef Túrót eszik a cigány wat in het Nederlands zoveel betekent als “De zigeuner eet kwark”. Een hongaars volksliedje met in de versie van Kodaly een enorme drive, zowel qua articulatie als dynamiek, waarbij je haast niet op de stoel kunt blijven zitten.
Een hartelijke dank aan Bart Sloothaak, de technicus van vandaag en luisteraars, bedankt voor het luisteren en graag tot een volgende keer. Túrót eszik a cigány!!
]]>
Het werk is geschreven voor een symphonisch blaasorkest en het is opgebouwd op verschillende originele Armeense volksliederen uit de collectie van Komitas Vardapet, een Armeens ethnomusicoloog. Komitas wordt beschouwd als oprichter van de klassieke Armeense muziek en volksliederenverzamelaar of bewaarder van meer dan duizend volksliederen.
De Armenian Dances is een symfonische rhapsodie en het eerste deel omvat vijf secties:
1. Tzirani Tzar (De abrikozenboom, tot maat 29)
De opening van het werk begint met een korte declamatorische fanfare door de koperblazers, gevolgd door een lied in de houtblazers. Dit sentimenteel lied is gebaseerd op drie volksmelodieën.
2. Gakavi Yerk (Het lied van de patrijs, maat 30 tot 68)
Dit deel is een originele compositie van Vardapet die hij in 1908 in Tblisi voor zangstem en piano publiceerde. Het is een eenvoudige melodie door de houtblazers met in de reprise de koperblazers. Het is een eenvoudige, delicate melodie die bepaald was voor een kinderkoor. Het symboliseer hun kleine stapjes.
3. Hoy, Nazan Eem (Hey, mijn Nazan, maat 69 tot 185)
Dit deel is een lichtvoetige dans, meestal in een 5/8 maatsoort dat natuurlijk een buitengewone maatoefening voor muzikant en luisteraar introduceert. Deze dans is gebaseerd op een liefdeslied, gezongen door een jonge man voor zijn bruid.
4. Alagyaz (maat 186 tot 223)
Een volkslied, genoemd naar een berg in Armenië. Het is een uitgebreid en hoffelijk lied zoals de berg zelf. Het leidt tot contrasterende en snelle liederen die elkaar steeds opvolgen.
5. Gna, Gna (Go, Go, maat 224 tot 422)
Dit laatste deel is een verrukkelijk en humoristisch lach-lied in een 2/4 maatsoort. Het ontwikkelt zich in dynamisch opzicht en in snelheid.
Track 01 Alfred Reed - Armenian Dances Part 1
De in Parijs geboren Paul Dukas (1865-1935) is het meest bekend van zijn symfonisch gedicht Tovenaarsleerling (L’apprenti Sorcier) uit 1897 naar een ballade van Goethe. Dukas bezocht vanaf zijn zeventiende het conservatorium van Parijs, waar hij onder andere samen met Claude Debussy studeerde. De twee werden vrienden voor het leven. Als componist toonde Dukas een sterke voorliefde voor dramatische onderwerpen. Helaas vernietigde hij de meeste van zijn werken.
Filmmaker Walt Disney had er een handje van om klassieke thema’s in zijn tekenfilms op te nemen. Zelfs complete verhalende muziekstukken werden door hem verfilmd. Zo liet hij bijvoorbeeld Mickey Mouse opdraven in de verfilming van het muzieksprookje de Tovenaarsleerling.
De inleiding, waarin we een geheimzinnig spelend orkest horen, laat ons kennismaken met het kasteel waarin een tovenaar met zijn leerling woont. Als de tovenaar de leerling alleen laat, gaat deze aan de slag met een toverspreuk (paukenslag). Een fagot speelt een tot leven geroepen bezem die water gaat halen. De leerling gaat in bad en laat zich door de bezem lekker schrobben. Als het bad over dreigt te lopen, beveelt de leerling de bezem te stoppen. Als de bezem dat weigert, doen een paar flinke slagen met de bijl hem splijten. Al snel komt de gebroken bezem echter weer in beweging en dan is het water niet meer te stuiten. Er wordt nu dubbel zoveel water gehaald. De leerling roept om hulp (hoorns), de tovenaar komt thuis en spreekt snel een toverspreuk uit. Alles is weer bij het oude. Tot slot speelt de soloviool een klaagmelodie; de leerling heeft spijt.
Track 02 Paul Dukas - L'Apprenti Sorcier
Jacqueline du Pré werd geboren in een familie waar muziek belangrijk was. Haar moeder was een concert pianiste en een talentvol docente. De Frans klinkende naam komt van haar vader's Jersey afkomst.
Op haar vierde jaar hoorde Jacqueline du Pre de klank van de cello op de radio en ze vroeg haar moeder om zo'n ding. En dus kreeg zij een voor haar veel te grote cello. Haar eerste lessen kreeg zij eveneens van haar moeder, die kleine stukjes voor haar componeerde, geïllustreerd met tekeningetjes.
Op haar zesde jaar ging zij naar de Violoncello school in Londen, waar zij haar grote cello afpakten en haar op een kindercello lieten spelen. Haar eerste docente was Alison Dalrymple. Niet lang daarna ging zij meedoen aan lokale muziekwedstrijden en won zij deze naast haar zuster de fluitiste Hilary du Pré.
In 1965, op haar twintigste jaar, nam du Pré het Elgar Cello Concerto op met Sir John Barbirolli en het LondenSymphony Orchestra, een opname die haar internationale erkenning bracht. Deze opname wordt nog steeds uitgegeven.
In mei 1965 maakte zij haar debuut met het Elgar Cello Concerto met het BBC Symphony Orchestra onder leiding van Anta Dorati in Carnegie Hall in de Verenigde Staten.
Nog later, en daar gaat u luisteraars gelijk naar luisteren, heeft zij dit concert uitgevoerd met Daniel Barenboim, de man met wie zij later in het huwelijk trad. Dit huwelijk, waarvoor zij zich bekeerde tot het Jodendom, bracht een van de vruchtbaarste relaties in de muziekwereld. Sommigen vergeleken dit muzikale huwelijk met dat van Robert en Clara Schumann. Het bewijs hiervan waren de vele optredens van du Pré met Baremboim als pianist of als dirigent.
Track 03 Jacqueline du Pre & Daniel Barenboim - Elgar Cello Concerto
Tot slot luisteraars de niet orkestrale verassing, vlak voor het einde. Het was één van mijn eigen eerste kennismakingen met Hongaarse muziek, koormuziek van Kodaly Zsoltán. Hij schreef Túrót eszik a cigány wat in het Nederlands zoveel betekent als “De zigeuner eet kwark”. Een hongaars volksliedje met in de versie van Kodaly een enorme drive, zowel qua articulatie als dynamiek, waarbij je haast niet op de stoel kunt blijven zitten.
Een hartelijke dank aan Bart Sloothaak, de technicus van vandaag en luisteraars, bedankt voor het luisteren en graag tot een volgende keer. Túrót eszik a cigány!!
]]>1363902nonoTue, 20 Jun 2017 14:53:02 +02001:00:08
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170528-klassiek-op-zondag-lente/
02:02 Beethoven - Viool Sonate 5
09:12 Mendelssohn - Songs without Words, Boek 5 Allegretto Grazioso in A groot
12:58 Schumann - Symphony 1 in Bb groot, Spring
44:19 Rousseau - Le Printemps, Spring
48:42 Einaudi - Primavera
56:07 Debussy - Arabesque]]>
02:02 Beethoven - Viool Sonate 5
09:12 Mendelssohn - Songs without Words, Boek 5 Allegretto Grazioso in A groot
12:58 Schumann - Symphony 1 in Bb groot, Spring
44:19 Rousseau - Le Printemps, Spring
48:42 Einaudi - Primavera
56:07 Debussy - Arabesque]]>1331164nonoMon, 22 May 2017 12:44:37 +02001:00:12
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170226-klassiek-op-zondag-koper/
1258602nonoTue, 21 Mar 2017 16:14:24 +010058:43
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170326klassiek-op-zondag-filmmuziek/
1258588nonoTue, 21 Mar 2017 15:49:43 +01001:02:42
https://hearthis.at/wjanv72-m7/170122-klassiek-op-zondag-aan-de-andere-kant-van-de-noordzee/
1258587nonoTue, 21 Mar 2017 15:49:01 +010058:46
https://hearthis.at/wjanv72-m7/161127-klassiek-op-zondag-muziek-van-nederlandse-bodem/
1258585nonoTue, 21 Mar 2017 15:48:16 +010059:12
https://hearthis.at/wjanv72-m7/161023-klassiek-op-zondag-whitacre-en-jenkins/
1258584nonoTue, 21 Mar 2017 15:59:15 +01001:00:43
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160925-klassiek-op-zondag-muziek-uit-de-hemel/
1258580nonoTue, 21 Mar 2017 15:45:06 +01001:02:24
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160828-klassiek-op-zondag-scandinavische-componisten/
1258577nonoTue, 21 Mar 2017 15:56:07 +01001:01:46
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160724-klassiek-op-zondag-onstuimig/
1258576nonoTue, 21 Mar 2017 15:42:17 +01001:00:10
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160424-klassiek-op-zondag-uit-de-romantische-periode/
1245151nonoSat, 11 Mar 2017 21:57:47 +01001:00:31
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160327-klassiek-op-zondag-hongaarse-componisten/
1245147nonoSat, 11 Mar 2017 21:57:00 +010058:22
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160228-klassiek-op-zondag-franse-componisten/
1245134nonoSat, 11 Mar 2017 21:55:04 +01001:02:07
https://hearthis.at/wjanv72-m7/160124-klassiek-op-zondag-peter-warlock/
1245122nonoSat, 11 Mar 2017 21:53:10 +01001:01:11
https://hearthis.at/wjanv72-m7/151227-klassiek-op-zondag-nederlandse-componisten/
1245069nonoSat, 11 Mar 2017 21:42:27 +010059:07
https://hearthis.at/wjanv72-m7/151122-klassiek-op-zondag-gitaar/
Klassiek op Zondag 22 november 2015
Thema: Gitaar
Presentatie: Willem-Jan Visser
Programma:
J.S. Bach - Prelude uit Suite voor Luit E groot (01:22)
A. Vivaldi - Herfst uit Vier Jaargetijden (06:09)
F. Carulli - Guitar Concerto in E minor - 1 Allegro (18:05)
L. Brouwer - Un Dia de Noviembre (25:35)
D. Scarlatti - Sonate voor Clavesimbel (30:06)
A. Barios Mangore - Choro de Saudade (34:36)
M. de Falla - La vida breve (39:47)
J. Rodrigo - Fandango (44:01)
J. Rodrigo - Zapateado uit Concerto Madrigal (45:58)
G. Faure - Pavane (51:12)
F.P. Sanches - Tico Tico (55:56)]]>
Klassiek op Zondag 22 november 2015
Thema: Gitaar
Presentatie: Willem-Jan Visser
Programma:
J.S. Bach - Prelude uit Suite voor Luit E groot (01:22)
A. Vivaldi - Herfst uit Vier Jaargetijden (06:09)
F. Carulli - Guitar Concerto in E minor - 1 Allegro (18:05)
L. Brouwer - Un Dia de Noviembre (25:35)
D. Scarlatti - Sonate voor Clavesimbel (30:06)
A. Barios Mangore - Choro de Saudade (34:36)
M. de Falla - La vida breve (39:47)
J. Rodrigo - Fandango (44:01)
J. Rodrigo - Zapateado uit Concerto Madrigal (45:58)
G. Faure - Pavane (51:12)
F.P. Sanches - Tico Tico (55:56)]]>1245068nonoSat, 11 Mar 2017 21:41:34 +010059:04
https://hearthis.at/wjanv72-m7/151025-klassiek-op-zondag-hervormingsdag/
Klassiek op Zondag 25 oktober 2015
Thema: Hervormingsdag
Presentatie: Willem-Jan Visser
Programma:
R. Farr - Intrada: Ein Feste Burg (01:21)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 1 Andante - Allegro con fuoco (07:17)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 2 Allegro Vivace (19:22)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 3 Andante (25:58)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 4 Andante con moto - Allegro Vivace - Allegro Maestoso (30:07)
F. Mendelssohn - Mitten wir in Leben Sind (39:40)
J.S. Bach - Das aug allein das wasser sieht uit BWV684 (46:55)
R. Harvey - In Nomine (54:58)
R. Harvey - Journey to Rome (59:10)]]>
Klassiek op Zondag 25 oktober 2015
Thema: Hervormingsdag
Presentatie: Willem-Jan Visser
Programma:
R. Farr - Intrada: Ein Feste Burg (01:21)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 1 Andante - Allegro con fuoco (07:17)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 2 Allegro Vivace (19:22)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 3 Andante (25:58)
F. Mendelssohn - Reformatie Symfonie 4 Andante con moto - Allegro Vivace - Allegro Maestoso (30:07)
F. Mendelssohn - Mitten wir in Leben Sind (39:40)
J.S. Bach - Das aug allein das wasser sieht uit BWV684 (46:55)
R. Harvey - In Nomine (54:58)
R. Harvey - Journey to Rome (59:10)]]>1245066nonoSat, 11 Mar 2017 21:41:05 +01001:05:51
https://hearthis.at/wjanv72-m7/150927-klassiek-op-zondag-engelse-componisten/
Klassiek op Zondag 27 september 2015
Presentatie: Willem-Jan Visser
G.F. Handel - Zadok the Priest (01:26)
G. Holst - Mars uit 2nd Suite for Military Band (07:59)
G. Holst - Jupiter uit The Planets (13:20)
E. Elgar - Nimrod uit de Enigma Variations (22:40)
E. Elgar - Sospiri (27:02)
R.V. Williams - Fantasy on a Theme of Thomas Talis (32:22)
E. Elgar - Serenade uit The Wand of Youth (47:26)
E. Elgar - Menuet uit The Wand of Youth (50:24)
S. Wesley - Allegro uit Syphony Eb groot (53:01)]]>
Klassiek op Zondag 27 september 2015
Presentatie: Willem-Jan Visser
G.F. Handel - Zadok the Priest (01:26)
G. Holst - Mars uit 2nd Suite for Military Band (07:59)
G. Holst - Jupiter uit The Planets (13:20)
E. Elgar - Nimrod uit de Enigma Variations (22:40)
E. Elgar - Sospiri (27:02)
R.V. Williams - Fantasy on a Theme of Thomas Talis (32:22)
E. Elgar - Serenade uit The Wand of Youth (47:26)
E. Elgar - Menuet uit The Wand of Youth (50:24)
S. Wesley - Allegro uit Syphony Eb groot (53:01)]]>1245064nonoSat, 11 Mar 2017 21:39:14 +010057:52